- Danske pornofilmer shemail porn

Borsten negerin pseudo arts keuring

Dit kan uitgevoerd worden op alle locaties van Keurdokter en, is net als het rijbewijs, vijf jaar geldig! Ondertussen bestaat Keurdokter al meer dan 10 jaar en heeft daarom veel ervaring op het gebied van medische onderzoeken. Door deze jaren lange ervaring is Keurdokter op de hoogte van alle medische criteria en wettelijke eisen voor elke keuring die u nodig heeft! Tevens is Keurdokter goed bereikbaar voor u, zowel met de auto als met het openbaar vervoer.

Er zijn meerdere redenen om te kiezen voor Keurdokter: Wij werken met een informeel hecht team , persoonlijk contact vinden wij heel belangrijk Wij luisteren naar wat u wilt, een medische keuring is bij ons maatwerk Heeft u als bedrijf 10 of meer werknemers? Dan bieden wij de mogelijkheid om op  uw locatie de medische keuringen uit te voeren Wij plannen een medische keuring wanneer het u uitkomt, dit kan ook op zaterdag of in de avonduren Snel een medische keuring nodig?

Bij Keurdokter streven wij ernaar om een medische keuring  binnen 2 weken te laten uitvoeren. Racelicentie keuring Nieuws , Racelicentie keuring. Bodemsaneringskeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws. Asbestkeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws. Groot rijbewijskeuring Nieuws , Rijbewijskeuringen. Taxipas keuring Nieuws , Rijbewijskeuringen.

Medische keuring verblijf buitenland Bijzondere keuringen , Nieuws. Dat maakt de ontknoping in verband met de schuld-vraag des te spannender. Deze roman steekt vol knipoogjes van de auteur. De motieven alleen al kunnen beschouwd worden als uitgewerkte knipoogjes naar de lezer toe. Nog drie andere voorbeeldjes…. Zijn eigen pijn kan hij echter niet verdoven!

Anton lost een cryptogram op: Ook Antons geest is een puinhoop ten gevolge van de aanslag. Een man die als jongetje zijn ouders en broer heeft verloren ten gevolge van Duitse represailles op het einde van de Tweede Wereldoorlog en daardoor levenslang getraumatiseerd is, met psychische kwalen als gevolg. Door het grondige veldwerk dat we verricht hebben bij Inwendige structuur is het dieperliggende, abstracte thema van deze roman maar voor het oprapen: Het antwoord op deze vraag wordt door Mulisch netjes voorgeschoteld op het einde van zijn roman in een sleutelpassage: Was iedereen schuldig en onschuldig?

Was de schuld onschuldig en de onschuld schuldig? De drie joden… Zes miljoen waren er afgemaakt, twaalf keer zo veel mensen als hier liepen; maar door in levensgevaar te verkeren hadden die drie mensen twee andere mensen en zichzelf gered, zonder het te weten, en in plaats van zij waren zijn vader en zijn moeder en Peter gestorven, door toedoen van hagedissen… p.

Schuld en onschuld zijn niet altijd even eenvoudig vast te stellen: Er is manifest één hoofdpersonage dat we vrij grondig leren kennen: Anton Steenwijk is dus een genuanceerd, rond personage, al blijft er ten gevolge van het personale vertelstandpunt toch ook een zekere afstand tussen hem en de lezer bestaan.

Anton is ook een dynamisch personage: Hij huwt bovendien met zijn eerste vrouw Saskia omdat hij in haar uiterlijk Truus Coster de vrouw met wie hij als jongetje in een cel zat herkent. Het bewust worden hiervan leidt tot een scheiding met Saskia. Anton is tevens dynamisch in de zin dat het veranderende perspectief op de schuldvraag bij hem een dieper inzicht in de waarheid rond de aanslag en in de waarheid tout court genereert. Van een catharsis lijkt op het einde nochtans niet echt sprake: Let in dit verband ook op het knipoogje op pagina 79 III.

Een begin verdwijnt nooit, zelfs niet met het einde. De verteltijd is bladzijden, de vertelde tijd omvat 36 jaar van tot , weliswaar met grote sprongen in de tijd. Dit heeft tot gevolg dat de plot wordt afgewikkeld aan een vlot tempo, mede dankzij de overkoepelende hoofdstukken aan het begin van elke episode en het feit dat in de andere hoofdstukken alleen gefocust wordt op het essentiële. Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk af in het noorden van Nederland Haarlem, Amsterdam.

Behalve in de proloog het kanaal wordt er van symbolische ruimten geen opvallend gebruik gemaakt. De Aanslag is geschreven in een vlotte, zeer toegankelijke stijl met een weinig ingewikkelde zinsbouw en talrijke dialogen. Terwijl echter het concrete verhaal gemakkelijk te volgen is, vraagt het van de lezer wel enige inspanning om de diepere thematiek ervan te ontdekken. De roman bevat bovendien, vooral in de motieven, een aantal symbolische elementen en ook hier wordt van de lezer de nodige interactie verwacht.

In de proloog vooral de passage over het kanaal weegt deze symboliek zo sterk door dat de lezer de indruk krijgt begonnen te zijn aan een erg cerebrale roman.

Maar zodra het eigenlijke concrete verhaal een aanvang neemt, wordt deze indruk zeer snel weggenomen en het vanuit verschillende perspectieven bekijken van de schuldvraag zorgt voor een aantrekkelijke spanningscurve. Harry Mulisch legt in deze roman weinig of geen nadruk op het schrijven van mooi geformuleerde zinnen. Zijn hoofdbedoeling was blijkbaar het uitwerken van een verhaal met een mooie boodschap en een knap uitgedachte, niet meteen doorzichtige maar uiteindelijk toch overtuigende vorm.

Van in het begin maakt de auteur de indruk zijn stof te beheersen: Er zitten in deze roman weinig details die niet passen binnen het geheel en deze functionaliteit is zelfs zo overweldigend dat men Mulisch niet ten onrechte een zekere dosis gekunsteldheid zou kunnen verwijten: Vergelijkt men De aanslag echter met andere romans, dan moet men toegeven dat het hier een fraai literair werkstuk betreft, en vergelijkt men De aanslag met andere romans van Mulisch, dan mag men rustig vaststellen dat het hier één van zijn meesterwerken betreft.

We hadden een hele tijd niets meer gehoord van de Taviani-bros en hoewel ze beiden ondertussen in de tachtig zijn, kwamen ze in weer op de proppen met een nieuwe film en wonnen meteen de Gouden Beer op het Berlijnse filmfestival. Paolo en Vittorio zijn gaan filmen in de zwaarbewaakte Romeinse Rebibbia-gevangenis waar zware criminelen in het kader van een heropvoedingsprogramma toneelstukken opvoeren. Deze keer is gekozen voor Julius Caesar van William Shakespeare en in het begin en op het einde krijgen we telkens in kleur de finale scène van dit stuk, met publiek erbij, te zien.

Daartussenin zit een lange flashback in zwartwit waarin we flarden meemaken van het productieproces, de casting en de repetities. Het idee om Shakespeare, en dan nog een verhaal vol verraad, moord en hypocrisie als Julius Caesar , te laten vertolken door echte criminelen is op zich boeiend en kan leiden tot grootse dingen, op voorwaarde dat men erin slaagt de wereld van dat toneelstuk op overtuigende wijze parallel te laten lopen met de wereld van die gevangenen.

Want dat was natuurlijk van in het begin de bedoeling. Paolo Taviani in een interview met Freddy Sartor [in Filmmagie, nr. We hebben met hen de tekst doorgenomen en voorbereid, hebben feiten die zij kennen uit hun leven ingebracht, zoals de relatie tussen gevangenen.

Op hun beurt brachten zij feiten aan, wat ze zelf of andere gevangenen hadden meegemaakt. Enkele daarvan zijn in de film opgenomen. Aan de acteurs was het dan om deze extra Shakespeare te interpreteren. Om te beginnen moet men zich niet voorstellen dat men de hele Julius Caesar te zien gaat krijgen, gelukkig maar.

Men beperkt zich tot slechts enkele scènes die enerzijds misschien wel cruciaal zijn, maar anderzijds nogal lukraak overkomen mede doordat zij uit de oorspronkelijke contextuele flow van het toneelstuk zijn gerukt. Bovendien hadden wij van de parallellismen tussen toneelstuk en gevangeniswerkelijkheid veel meer verwacht.

Afgezien van een enkele ruzie, van dat zinnetje maar Brutus is een man van een eer dat gemakkelijk op de erecode van de maffia kan geprojecteerd worden, en van die ene acteur die op het einde, wanneer hij opnieuw in zijn cel verdwijnt, zegt: Daarnaast blijft dan ook nog het feit dat we hier niet met echt grote acteurs te maken hebben en dat die Shakespeare-teksten sowieso nogal hoogdravend overkomen.

Om maar te zeggen: Dat de film nauwelijks een uur en een kwartier duurt, lijkt ons in dit verband een teken aan de wand.

Het gewone filmpubliek was heel wat minder enthousiast en een ijzersterk of aangrijpend meesterwerk hebben ook wij niet gezien. Platform is reeds het vierde boek van de Franse auteur Michel Houellebecq, die de laatste jaren nogal wat in de aandacht heeft gestaan. De achterflap van de Nederlandse vertaling bazuint: Goed, het is Grote Vakantie, we zullen ons nog eens openstellen voor de Franse Literatuur. De in de ikvorm vertellende hoofdpersoon is ene Michel, een boekhouder verbonden aan het Franse Ministerie van Cultuur hij houdt zich onledig met het samenstellen van financiële dossiers rond tentoonstellingen van moderne kunst , die in het begin van het boek plots een aanzienlijke som geld erft van zijn vader die vermoord werd door een Noord-Afrikaan met wiens zuster de vader een seksuele relatie had, het meisje was zijn kuisvrouw.

Dit alles heeft echter voor de rest van het verhaal totaal geen belang, tenzij dan dat de erfenis Michel in staat stelt een groepsreis naar Thailand te boeken. Platform bestaat uit drie delen. Het eerste deel, Tropic Thai , is het verslag van Michels reis naar Thailand. Laten we het meteen bekennen: Je verneemt een aantal vaak in een breder cultuurhistorisch of politiek-economisch perspectief gezette interessante zaken over steden, plaatsen en monumenten zodat je een fraai idee krijgt van het land dat bereisd wordt, maar daarnaast krijg je nog veel meer.

Met als gevolg dat dit geen saai reisverhaal is met de zoveelste dorre opsomming van afgelegde kilometers en bezochte sites, maar wel een verhaal van vlees en bloed waarin je meeleeft en —reist en —denkt met de verteller zodat je op het einde echt de indruk krijgt dat je iets meegemaakt hebt, een soort mentale queeste in de ruimte op papier , en in ieder geval geen falsche Bewegung.

Dat de ikverteller in onderhavig geval dan ook nog eens twee maal een haarfijne beschrijving geeft van een bezoek aan een Thaise massageprostituee, zorgt er helemaal voor dat je nu wel weet of in elk geval denkt te weten wat er in dat Thailand allemaal aan de hand en aan de gang is, zonder er zelf geweest te zijn. Die eerste bladzijden zijn bovendien vlot en goed geschreven helemaal geen blablabla-geleuter zoals we dat van Franse schrijvelaars gewend zijn en vervelen dus geen moment.

Het enige probleempje is dat je je afvraagt: Het tweede deel van de roman heet Concurrentievoordeel. Tijdens de groepsreis in Thailand heeft Michel ene Valérie leren kennen, een Frans meisje dat ook lid van de groep was. Hoewel Michel en Valérie een goed contact onderhielden tijdens de reis en Michel blijkbaar beschikt over een gezonde libido , is er toch geen intieme relatie van gekomen.

Eens terug in Parijs komt die er wel, nadat Michel opnieuw contact met Valérie heeft gezocht. Het klikt nu meteen, en het klikt zelfs zeer goed. Die Valérie ontpopt zich tot de ideale liefdespartner voor Michel, zowel lichamelijk als geestelijk. Dat lichamelijke was al gebleken in het eerste deel: Op bladzijde 53 hebben we dan al samen met Valérie in haar spiegel gekeken en vernomen: Haar achterwerk was ook nog altijd mooi rond, zonder een greintje vet; ontegenzeglijk had ze een erg mooi lichaam.

Je ziet het allemaal zo vóór je: In het tweede deel leren we Valérie beter kennen, en dan blijkt ook haar karakter ontzettend aardig: Hier is een kenner aan het woord!

Als je dan ook nog weet dat die Valérie er best pap van lust in bed en niet vies is van fellatio, een triootje of masturberen op de trein en even gemakkelijk klaarkomt als een astronaut na zijn terugkeer van de maan, dan besef je dat Houellebecq hier een fraai staaltje male wishful thinking serveert, getuige de met kwistige hand rondgestrooide en geen blad voor de mond nemende erotische passages.

Binnen het denkraam van zijn roman wil hij echter gewoon aantonen dat die Michel de liefde van zijn leven aan het meemaken is. Bovendien is die Valérie er eentje dat van aanpakken weet: Allemaal koek en ei dus, en zoals Bart van Loo in Streven noteerde: Uiteindelijk is het Michel die Valérie en Jean-Yves een flinke duw in de rug geeft. De formule kent een geweldig succes en Michel en Valérie vatten het plan op om zich definitief te vestigen in Thailand, Valérie zou dan directeur kunnen worden van de lokale vakantieclub van de toerismeketen waarvoor ze werkt.

Op het einde van het tweede deel vallen al dat liefdesgeluk en die mooie toekomstplannen echter in duigen. Valérie, Michel en Jean-Yves zitten op een terras aan zee in Thailand en die avond wordt door een islamitische groepering op precies dat terras een bloedige aanslag gepleegd, waarbij Valérie de dood vindt. Ze zullen mij vergeten. Met dat alles heeft Houellebecq — nauwelijks tussen de regels door — serieus wat kritiek geleverd op de West-Europese beschaving en haar problematische omgang met seks en werkstress de toenemende agressiviteit en criminaliteit komen ook — maar slechts zijdelings — aan bod.

Naar verluidt was in toerisme qua zakencijfer de belangrijkste economische activiteit ter wereld. Dat die nood aan bevredigende seks en het willen ontvluchten van stress in deze roman gecombineerd worden via dat extreme idee van haarfijn georganiseerd sekstoerisme, kan natuurlijk niet anders dan satirisch genoemd worden. Dat Houellebecq je met zijn tekst aan het nadenken zet over deze dingen, is één van zijn grote verdiensten. Zijn satire treft trouwens niet alleen de West-Europeanen, maar bijvoorbeeld ook bepaalde facetten van de islam Houellebecqs moeder liet hem overigens al jong in de steek en bekeerde zich tot de islam… en de mensheid in het algemeen.

Regelmatig krijg je dan ook misantropische oprispingen te slikken als:. Af en toe bevindt Houellebecq zich met zijn satirische galspuwerij op het randje, zoals wanneer hij op pagina 55 naar aanleiding van een begraafplaats van de geallieerde krijgsgevangenen in Thailand noteert: Of nog, wanneer hij racistische praat over de Chinezen verkoopt op pagina Daar staat tegenover dat eveneens met de regelmaat van een klok kleine stukjes wijsheid over de tekst zijn rondgestrooid, en dat is nog altijd méégenomen, als je een roman leest.

Soms gaat het daarbij om stukjes wellustige wijsheid, zoals op pagina Maar even vaak gaat het om fraaie nadenkertjes of vermakelijke brokjes belezenheid:.

En — heel juist ook volgens ons — over het klikken of niet klikken in de liefde: Of Platform nu een omstreden meesterwerk is binnen een explosief oeuvre, weten wij niet daarvoor zouden we ook de andere romans van Houellebecq eerst eens moeten lezen, iets wat we overigens zeker zullen doen , maar feit is dat dit boek ons niet alleen veel leesplezier heeft bezorgd, maar ook nog eens stof tot nadenken en een aantal citeerbare frasen om te bewaren zie supra. Om maar te zeggen dat deze mengeling van intelligente satire en erotiek ons heeft weten aan te spreken.

Minder goed is wel dat het op zichzelf goed geschreven en vlot leesbare eerste deel structureel gezien wat in de lucht hangt, omdat die bladzijden alleen dienden om Valérie in het verhaal binnen te brengen en misschien toch ook wel om Michels idee van dat sekstoerisme voor te bereiden, maar dan nog blijft het een wat lànge voorbereiding. Minder goed is ook de wat moeizame titel die alleen via bladzijde min of meer duidelijk wordt. Op het punt om zich met Valérie in Thailand en in het geluk te nestelen, heeft Michel een jeugdherinnering: Tijdens de hele klim had ik niet naar beneden gekeken.

Toen ik boven was aangekomen en op het platform stond, had de terugtocht me ingewikkeld en gevaarlijk toegeschenen. De bergkammen strekten zich uit zover het oog reikte, bekranst met eeuwige sneeuw. Het zou veel eenvoudiger zijn geweest om daar te blijven, of te springen. Het meest opvallende en bewonderenswaardige aan deze biopic van Margaret Thatcher is de prachtprestatie van Meryl Streep: Het komt allemaal nogal traag op gang en hoewel het geheel gaandeweg een degelijke indruk maakt, ontkom je ook niet aan het gevoelen dat er heel wat dingen worden weggelaten, dat er zaken chronologisch door elkaar gehusseld worden de Falkands-oorlog komt bijvoorbeeld pas nà de bomaanslag in Brighton, te wijten aan het haperend geheugen van de hoofdpersoon wellicht?

My queen Karo is de tweede langspeelfilm van Dorothée Van den Berghe. We kunnen er helaas nog minder enthousiast over doen dan over haar debuut, Meisje. My queen Karo is ongetwijfeld bedoeld als een subtiel meisjesportret met naar verluidt autobiografische inslag, het scenario is van Van den Berghe zelf.

Er wordt wat wiet gerookt, er wordt wat vrije liefde bedreven, er wordt wat gecontesteerd tegen de politie en Raven neemt er nog een tweede vrouwtje Alice bij — iets wat Dalia eerst niet leuk vindt maar dan aanvaardt.

Achter de rug van Raven betaalt zij ook de huur aan de huisbaas met geld dat zij verdient met kleren ontwerpen. We bekijken dit allemaal door de ogen van Karo die wegvlucht van al dat gedoe, eerst bij de onderbuurvrouw en dan in haar zwemlessen.

Het eindigt ermee dat het kraakpand wordt ontruimd en Karo springt in een Amsterdamse gracht om één van de mannequinpoppen van haar moeder in het water gekieperd door haar vader boven te halen. Dat laatste is eigenlijk het enige beklijvende van heel de film: Voor de rest is dit een verschrikkelijk vervelend filmpje dat op een bijzonder slordige manier gemonteerd is, weinig of niets te vertellen heeft en als het al iets te vertellen heeft waarschijnlijk is de boodschap dat idealen teloorgaan , dit doet op een erg oppervlakkige en nauwelijks overtuigende manier.

Bovendien wordt er zonder uitzondering inclusief Matthias Schoenaerts dus op een stuntelige en amateuristische manier geacteerd. Van het meisje dat de hoofdrol speelt, hebben we ondertussen natuurlijk nooit meer iets gehoord en dan zwijgen we nog over enkele gewoonweg irritante dingen, zoals het gehannes met dat egeltje dat uit de natuur geplukt wordt, in dat kraakpand moet rondzwabberen en uiteindelijk door Karo ingevroren wordt waarschijnlijk symbolisch bedoeld: Karo wil het beestje beschermen tegen de lelijke wereld, maar het blijft even smaakloos , of zoals het obligate maar superbrave bloot dat de tijdsgeest moet oproepen.

Geen enkel personage kan trouwens langer dan een halve minuut op de empathie of sympathie van de kijker rekenen, en dat wazige hoofdfiguurtje nog het minst van allemaal. Na twee films is het onderhand wel duidelijk dat Dorothée Van den Berghe een zeer matig getalenteerde regisseur is die — zoals we naar aanleiding van Meisje reeds schreven — haar zaakjes te oppervlakkig uitwerkt om veel indruk te maken.

Bij de dvd zaten ook nog twee kortfilms van haar: Nee, van deze Gentse hoeven we in de toekomst geen kandidaat-Oscarwinnaar te verwachten. Les particules élémentaires , Parijs, , blz. Elementaire deeltjes bestaat uit drie delen, een proloog en een epiloog. In de proloog wordt een niet minder dan groots te noemen thematiek aangekondigd. Er wordt immers door een alwetende verteller gesproken over twee metafysische revoluties in de geschiedenis van de westerse mensheid: De alwetende verteller signaleert nu een derde metafysische revolutie, waarvan de wegbereider een zekere Michel Djerzinski was, een bioloog die leefde op het einde van de twintigste eeuw.

De korte proloog eindigt met een soort gebed, dat lijkt te gaan over het nieuwe leven in een soort hemel. In het eerste deel Het verloren rijk leren we Michel Djerzinski en zijn halfbroer Bruno kennen, waarbij het via talrijke flashbacks vooral over hun beider jeugd gaat. Een jeugd die niet zo fantastisch verloopt want door omstandigheden hun ouders laten hen min of meer in de steek worden beide jongens door een grootmoeder opgevoed. We krijgen in dit eerste deel uitgebreide biografische details over Michel en Bruno en ook over hun familieleden.

Soms gaan die details heel ver en men vraagt zich vaak af wat de functionaliteit is van al deze gegevens. Je krijgt soms ook erg rare passages te lezen. Weer vraagt men zich dan af: Van dat eerste deel dat met zijn voortdurende flashbacks en uitweidingen een verbrokkelde en weinig memorabele indruk nalaat onthouden we vooral dat Bruno serieus gepest wordt in het internaat waar hij verblijft, en dat Michel en Bruno, maar vooral Michel, een knap vriendinnetje hebben, Annabelle, waarmee het echter niet tot enige liefdesrelatie komt.

In het tweede deel Vreemde momenten zijn Bruno en Michel volwassen. Bruno is een leraar die voortdurend op zoek is naar seksueel genot, maar zonder al te veel succes. Hij huwt en krijgt een kind, scheidt van zijn vrouw en bezoekt een soort new age -kamp, op zoek naar erotische avonturen. Hij leert er Christiane kennen, een vrouw van middelbare leeftijd net als hijzelf met wie hij een tijdje gelukkig is.

Tot Christiane kanker krijgt en zelfmoord pleegt. Bruno laat zich ten slotte opnemen in een psychiatrische inrichting. Michel blijkt een bijzonder succesvol moleculair bioloog te zijn, maar ook een eenzaat die weinig last heeft van seksuele gevoelens.

Hij heeft een tijdje verlof genomen, leert Annabelle opnieuw kennen en woont een tijdje met haar samen. Tot Annabelle kanker krijgt en zelfmoord pleegt.

Op het einde van deel 2 maken Bruno en Michel de dood van hun moeder een oude hippie mee, ergens in een bergstreek in het zuiden van Frankrijk. In het derde deel Emotionele oneindigheid gaat Michel werken in een Iers laboratorium waar hij tot aan revolutionaire zaken werkt. Op het einde wordt er gesuggereerd dat Michel zelfmoord heeft gepleegd door in zee te lopen. In de epiloog wordt dan kort verhaald hoe het onderzoek van Michel geleid heeft tot een nieuw soort mensheid die volledig gelukkig is.

De alwetende verteller is iemand van deze nieuwe mensen die dit boek heeft geschreven als eerbetoon aan Michel Djerzinski, de grondlegger van de nieuwe mens. Pas helemaal op het einde worden de via de proloog opgewekte verwachtingen van de lezer dus ingelost. Ondertussen heeft die lezer de indruk dat het allemaal nogal lang duurt voordat de aap uit de mouw komt en dat er af en toe serieus beroep gedaan wordt op zijn goede wil.

Maar er is ook op talrijke plaatsen dat pseudo? Er zijn verder enkele in extenso weergegeven artikelen die Bruno schrijft, waarvan men sterk de indruk heeft dat het artikelen van Houellebecq zelf zijn die ooit geweigerd werden en die hier dan maar gerecycleerd worden voorbeelden op pp. En voor de nochtans kwistig rondgestrooide erotiek moet men het ook niet echt doen, want die wordt steevast erg onderkoeld en klinisch beschreven zie bijvoorbeeld p.

Wij proberen maar te zeggen: Op sommige momenten is er dan wel weer sprake van interessante inwendige structuur-elementen. Zo lezen we op pagina het volgende boeiende stukje wellustige wijsheid: Als je die streelt, zet je in de hersenen een krachtige afscheiding van endorfinen in werking.

En in de epiloog pagina vertelt de alwetende verteller een nieuwe, gekloonde mens ons: In de huidige toestand van de menselijke soort waren die lichaampjes karig verspreid over het oppervlak van de clitoris en de eikel.

Dat zijn leuke dingen voor een oplettende lezer. Dat we zoveel vaak dus inderdaad lichtjes overbodige informatie krijgen over Michel en Bruno, heeft overigens ook te maken met het feit dat deze twee personages door Houellebecq bedoeld zijn als allegorieën van de westerse mens op het einde van de twintigste eeuw: Houellebecq wil aan de hand van deze twee sjabloonachtige en dus tot oppervlakkigheid in de romanpsychologie leidende figuren de totale leegte van de westerse samenleving aantonen die ontstaan is na de seksuele revolutie van de jaren zestig en geleid heeft tot een bodemloze eenzaamheid onder de mensen.

Dit is ongetwijfeld het interessantste aspect van Elementaire deeltjes. Houellebecq heeft heel wat ideeën over onze moderne westerse samenleving in de aanbieding, en al ben je het niet altijd met hem eens, meestal schrijft hij toch wel dingen die het overdenken waard zijn.

En natuurlijk is de bottom line van dat alles niet optimistisch. Typisch is een passage als de volgende: Daarna worden ze het langzaam beu, ze hebben niet zoveel zin meer hun benen wijd te doen en een lordosehouding aan te nemen om hun kont te laten zien.

Ze zoeken naar een innige relatie, die ze niet kunnen vinden, en naar hartstocht, waartoe ze niet echt meer in staat zijn: Af en toe zou ze hem een kortstondig moment van lichamelijk geluk schenken, ze zouden samen de begeerte zien afnemen.

Erg cynisch is dit allemaal en het sluit aan bij de ook elders vaak verwoorde grondthematiek van Houellebecq dat de moderne mens voortdurend op twee terreinen een concurrentiestrijd moet leveren, namelijk op dat van de erotiek en op dat van het werk, en dat dit leidt tot teleurstelling en frustratie bij de overgrote meerderheid. Suggereert Houellebecq echter ook een oplossing voor deze impasse? In Elementaire deeltjes gebeurt dat via de idee van een nieuwe mens, een soort kloon die geen psychische afgronden meer kent en niet langer wordt gekweld door zijn zucht naar seks.

Daar heb je natuurlijk weinig aan, zolang dit slechts een sciencefictionachtig idee blijft. In zijn tekst heeft Houellebecq echter — haast onopvallend, je moet er goed op letten — knipoogjes verweven naar het boeddhisme, dat zoals we weten als één van zijn hoofdideeën de totale onthechting van de aardse begeerten en ijdelheden heeft.

Op pagina 72 lezen we bijvoorbeeld: Of nog, op pagina , waar het gaat over dat new age -kamp dat Bruno bezoekt: Hijzelf begon een beetje slaap te krijgen.

Hij vroeg niets meer, wilde niets meer, was nergens meer; langzaam, stapsgewijs, steeg zijn geest op naar het rijk van het niet-zijn, naar de zuivere extase van het niet-in-de-wereld-zijn.

En in de epiloog, op pagina , lezen we dat de wereldgodsdiensten eensgezind tégen het klonen van mensen waren: In het boeddhisme en de onthechting lijkt voor Houellebecq in deze roman dus een uitweg te liggen uit de westerse leegheid. Hermans een verkapt essay. Houellebecq barst van de gedachten over onze tijd en hoewel ik het misschien niet altijd met hem eens ben, vind ik ieder idee van hem het overdenken waard. Dat deze man als een monster is aangevallen, vind ik volkomen absurd, want als één ding duidelijk is, dan is het wel dat hij opkomt voor menselijke warmte, loyaliteit, trouw etc.

Zijn boek is heel cru en deprimerend, en soms plotseling ook geweldig ontroerend. Want als die cynicus geroerd is, heeft dat natuurlijk een dubbel groot effect. Wat een geweldig boek! Wijzelf zijn iets minder enthousiast over déze Houellebecq. Als roman vinden wij Elementaire deeltjes namelijk maar een mager geval zwakke inwendige structuur, oppervlakkige psychologie, te veel vulsel, Platform is op al deze terreinen veel beter , doch als verkapt essay mag het er zeker wezen en is het zelfs een pareltje aan de kroon van Houellebecq, de Kritische Observator van Onze Moderne Maatschappij.

Extension du domain de la lutte , Parijs, ]. Deze eerste roman van Houellebecq hebben wij gelezen vrij kort na zijn derde, Platform , en het is overduidelijk dat deze eersteling mijlenver onder het niveau van zijn opvolger staat. De tweede roman van Houellebecq, Elementaire deeltjes , moeten wij in de toekomst nog lezen. De Nederlandse titel De wereld als markt en strijd klinkt al even onaantrekkelijk als Platform. Het is dan ook een zeer flodderige vertaling van het Franse Extension du domain de la lutte Uitbreiding van het gevechtsterrein maar daar heeft Houellebecq zelf uiteraard geen schuld aan.

We krijgen in deze roman het verhaal van een ikverteller die als werknemer van een softwarebedrijf in de provincie een aantal cursussen moet verzorgen samen met een collega, ene Raphaël Tisserand. Die Tisserand is een oerlelijkerd die maar geen vrouw kan vinden en telkens opnieuw blauwtjes loopt. Tisserand begaat de dubbelmoord niet, maar laat de ik alleen achter en rijdt terug naar Parijs. Onderweg krijgt hij een dodelijk ongeval. De ikverteller raakt daarna in een serieuze depressie, zoekt een psychiater op, wordt opgenomen in een inrichting en vertrekt vervolgens naar een hotelletje in de Ardèche.

Daar gaat hij een wandeling maken in het bos en het blijft onduidelijk of hij van plan is zelfmoord te plegen. Deze roman hangt als los zand aan elkaar en weet met zijn talrijke uitweidingen en losse draden de lezer veel minder te boeien dan Platform , waarvan hier overigens reeds op pagina 12 een voorecho te horen is in het zinnetje: Voor de rest valt ook hier al uitgebreid Houellebecqs misantropische kijk op de wereld te beluisteren, bijvoorbeeld manifest op de bladzijden Nee, ik houd er absoluut niet van.

Van de maatschappij waarin ik leef moet ik walgen; van de reclame word ik misselijk; van de informatica moet ik kotsen. Het heeft geen enkele zin. Om eerlijk te zijn is het zelfs nogal negatief; een nutteloze belasting van neuronen. En op bladzijde 46 beïnvloedt die negatieve kijk zelfs Houellebecqs poëtica: Want hoe zou je nog kunnen vertellen over van die vurige, jarenlang voortdurende passies, waarvan de gevolgen soms generaties lang merkbaar bleven?

We zijn op zijn zachtst gezegd mijlenver verwijderd van Wuthering Heights. Maar ondertussen vindt Houellebecq die uitdrukkingsvorm niét uit en schrijft hij toch maar een roman vol absolute leegte, en dat oefent een zware druk uit op het geheel.

In Platform is dat veel minder het geval, dankzij het aldaar aangebrachte ventiel van een passionele liefdesrelatie. Hier blijft de erotiek beperkt tot enkele sporadische libertijnse passages in de trant van: Dat zorgt ontegenzeglijk voor een lichte maar constante erotische spanning, vooral omdat ze je aanraken en omdat je zelf bijna naakt bent enzovoort. De enige echt gedenkwaardige passage in De wereld als markt en strijd is te vinden op bladzijde , waar de Dictatuur van het Lot wordt aangekaart en in verband wordt gebracht met de ook door de Franse titel gesuggereerde thematiek van het verhaal, de terreinen van werk en seks waar door ons allemaal een constante strijd wordt geleverd om ons waar te maken: Sommigen vrijen elke dag; anderen vijf of zes keer in hun leven, of nooit.

Sommigen vrijen met tientallen vrouwen; anderen met geen enkele. In een economisch stelsel waar ontslag verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn plek vinden. In een seksueel stelsel waar overspel verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn bedgenoot vinden.

In een volkomen liberaal economisch stelsel vergaren sommigen enorme rijkdommen; anderen kwijnen weg in werkloosheid en armoede. In een volkomen liberaal seksueel stelsel hebben sommigen een afwisselend, opwindend seksleven; anderen zijn veroordeeld tot masturbatie en eenzaamheid. Het economisch liberalisme is de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving.

Op dezelfde manier is het seksueel liberalisme de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving. Op het economische vlak behoort Raphaël Tisserand tot het kamp van de overwinnaars; op het seksuele vlak, tot dat van de overwonnenen.

Sommigen winnen op beide fronten; anderen verliezen op beide. Niet slecht gezien van Houellebecq, maar Extension du domaine de la lutte blijft een bijzonder zwakke roman waar wij niet veel plezier aan hebben beleefd, veel minder in elk geval dan aan Platform.

Benieuwd wat wij van Elementaire deeltjes zullen vinden. Koen De Bouw speelt Luc Segers die op het punt staat bevorderd te worden bij zijn firma. Op een avond, op de terugweg naar huis na een personeelsfeestje, wordt zijn vrouw echter op brutale wijze doodgeslagen bij een broodautomaat en door een spijtig toeval verongelukt tegelijkertijd zijn dochtertje.

De dader wordt spoedig gevat maar door een procedurefout er ontbrak een handtekening op een of ander document komt hij weer vrij. Segers neemt dan het recht in eigen handen en schiet de moordenaar neer. Op het assisenproces dat daaruit volgt, wordt Luc Segers door de jury vrijgesproken. Jan Verheyen heeft in de loop der jaren duidelijk aan professionalisme gewonnen als regisseur.

Qua cameraregie, montage en mise-en-scène maakt deze film dan ook een goede indruk, dat merk je zelfs aan kleine details. Zoals wanneer in het begin tijdens de terugrit naar huis de camera aan het linkerspatbord achteraan de auto hangt.

Wellicht afgekeken van één of andere Amerikaanse film, maar het wérkt en het genereert een aura van vakkundigheid.

Waar het wel aan schort, is aan het scenario dat overigens volledig uit de koker van Jan Verheyen zelf komt. In het eerste deel van de film zitten de spanning en de verhaaldosering nog snor, maar het tweede deel, de assisenzaak, is ronduit teleurstellend. Dit is een beetje te veel Beschuldigde Sta Op revisited en je zit heel de tijd te wachten op het moment dat Luc Segers die toch voortdurend claimt het systeem te willen aanvallen het woord gaat nemen om dan dingen te vertellen waarbij iedereen van zijn stoel valt.

Segers neemt uiteindelijk inderdaad het woord, maar wat hij vertelt, maakt niet meer indruk dan een ballonnetje dat ontploft. Zodat de film op een sisser eindigt. Een aantal acteurs in deze prent onder meer Koen De Bouw, Johan Leysen, Chris Lomme en zeker ook Jappe Claes met zijn Vlaamse Primitieven-kop als de valse procureur-generaal leveren goed werk, enkele anderen presteren ondermaats onder meer Veerle Baetens als de advocate van de moordenaar, Sven De Ridder en die minister van justitie wiens naam ons ontgaan is.

Het Vonnis werd door de Vlaamse filmpers beleefd maar vrij koeltjes ontvangen. Verheyen heeft ongetwijfeld een punt met zijn kritiek op het haperende rechtssysteem in België, maar of zijn film daar veel aan zal veranderen valt te betwijfelen.

Daar is hij te weinig overtuigend voor. Fischer Taschenbuch, Frankfurt am Main, , pp. Thomas Mann, De Dood in Venetië. Geautoriseerde bewerking van W. Buddenbrooks], Mann wrote two novelettes which have come to be considered masterpieces of their kind: Wij hebben deze laatste novelle gelezen in een oude Nederlandse vertaling, maar met de Duitse tekst bij de hand.

In de eerste twee overigens nogal langdradige en bijzonder stroef geschreven hoofdstukken leren we Gustav von Aschenbach kennen als een vermoeide schrijver op jaren die tijdens een wandeling in zijn woonplaats München een vreemdeling ontmoet: Offenbar war er durchaus nicht bajuwarischen Schlages [behoorde hij niet tot het Beierse ras]: Aschenbach heeft geen contact met de man, maar: Met de afloop van de novelle in het achterhoofd, kunnen we stellen dat deze vreemdeling die in de rest van het verhaal niet meer voorkomt de Dood symboliseert.

Zijn verstand en zijn van jongsaf geoefende zelftucht trachten die plots opkomende begeerte om te zwerven te bedwingen, maar dat mislukt. Het verhaalthema dat hier aangebracht wordt, is de strijd tussen rede en gevoel, tussen wilskracht en begeerte. Het tweede hoofdstuk gaat wat dieper in op het literaire oeuvre en het leven van Aschenbach. In verband met dat werk lijkt het volgende zinnetje van belang te zijn: Blijkbaar wordt hier weer het thema verstand tegenover hartstocht aangeraakt en leren we Aschenbach kennen als iemand voor wie de beheersing van de aardse driften door de rede erg belangrijk is.

In verband met zijn privéleven vernemen we nog het volgende: Eine Tochter, schon Gattin, war ihm geblieben. In het derde hoofdstuk reist Aschenbach naar een eiland in de Adriatische Zee, maar hij vindt er zijn draai niet, en beslist alsnog om naar Venetië af te varen.

Vanaf hier loopt de concrete verhaallijn van het boek min of meer gelijk met die van de film. De eerste twee hoofdstukken werden door Visconti gewoon weggelaten. Op het schip wordt Aschenbachs aandacht getrokken door een groepje jongemannen, blijkbaar kantoorbedienden op een dagje uit, die nogal veel lawaai maken.

Eén van hen is een dronken oude man die zich als jongeling geschminkt en gekleed heeft. Opmerkelijk is dan het volgende zinnetje: Even later, bij het verlaten van de boot, spreekt de oude Aschenbach aan: Dit zijn duidelijk anticiperende elementen die vooruitwijzen naar Aschenbachs verliefdheid op Tadzio en tegelijk een belangrijk verhaalthema aanbrengen: En inderdaad, even later krijgt Aschenbach in zijn hotel voor de eerste maal Tadzio te zien: Tijdens de avondmaaltijd verzinkt de oude schrijver in gedachten: Niet direct een passage die uitblinkt door helderheid, maar opnieuw worden hier twee werelden tegenover elkaar gesteld: Aschenbach verliest Tadzio nu nauwelijks meer uit het oog vooral op het strand en wordt meer en meer bevangen door de schoonheid van de knaap die een haast mythische dimensie krijgt.

Wij geven, ter afwisseling, een fragment in vertaling: Een probleem is echter dat de wind niet goed zit, zodat de uitwasemingen van de nabije lagune een slechte invloed hebben op Aschenbachs gezondheid.

Hij besluit om te vertrekken uit Venetië, naar een andere kustplaats, maar doordat zijn bagage op een verkeerde trein wordt gezet, ziet hij zich verplicht terug te keren naar het hotel. In het vierde hoofdstuk heeft Aschenbach het zwaar te pakken: Weliswaar wordt deze verliefdheid op een jarige jongen in een allegorisch licht geplaatst, waarbij de knapenschoonheid een beeld is voor de aardse zinnelijkheid die het verstand verdooft: Dat was de roes en zonder aarzelen, ja gretig heette de oud wordende kunstenaar dien welkom.

Maar toch kan men er moeilijk naast kijken dat hier op het letterlijke, concrete niveau sprake is van een oude man die platonisch: Hoofdstuk 4 eindigt als volgt: Absurd, verachtelijk, belachelijk en toch. Je kan er inderdaad niet naast kijken. Wat Aschenbach er dan toe brengt een tekst te schrijven waarvan de stijl en de structuur de bouw en de lijnen van het knapenlichaam zouden volgen: Een fraaiere verwoording van sublimatie had Freud zich waarschijnlijk niet kunnen dromen: In het vijfde hoofdstuk komt dan de cholera-epidemie op de proppen die door de Venetianen zoveel mogelijk weggemoffeld wordt.

Het maakt Aschenbach ongerust, maar tegelijk ook verheugd omwille van de verstoring van de burgerlijke orde die een epidemie met zich kan meebrengen: Aschenbach is hier dus al zo ver heen, dat hij meer en meer overhelt naar de kant van de hartstocht, en het verstand waarbij zich hier de idee van een geordende burgerlijke samenleving voegt links laat liggen.

Toch is hij — op het letterlijke, concrete niveau — nog alert genoeg om tijdens het straatzangersconcert wanneer Tadzio vlak in zijn buurt staat, te beseffen dat het om een in wezen pedofiele liefdesrelatie gaat: Een tijdje later heeft Aschenbach een droom over een soort Griekse orgie ter ere van een godheid die eindigt als volgt: Ja, zij waren hij zelf, toen zij zich verscheurend en moordend op de dieren wierpen en rookende lappen verslonden, toen op den omgewoelden mosgrond een eindelooze paring begon als offer voor den god.

Hij zag hem en verried hem niet. Aschenbach begint echter meer en meer last te krijgen van zijn gezondheid en dat biedt dan weer de kans om deze onbetamelijke verliefdheid op een hoger, allegorisch plan te heffen: Die abstracte thematiek hebben we nu onderhand wel door: Aschenbach laat zich dan onder handen nemen door een barbier en paradeert met zwartgeverfde haren.

Dat moet natuurlijk allemaal verkeerd aflopen, en Sokrates komt aan zijn Phaidros nog even vertellen waarom: Of geloof je eerder ik laat de beslissing aan jou over , dat dit een gevaarlijke weg is, in waarheid een dwaal- en zondenweg, die noodzakelijk dood loopen moet? Want je moet weten, dat wij dichters den weg der schoonheid niet gaan kunnen zonder dat Eros zich bij ons voegt en zich als leider opwerpt; ja, al mogen we op onze wijze helden en dappere krijgslieden zijn, toch zijn we als vrouwen, want hartstocht is ons ideaal en ons hoogste verlangen moet liefde blijven — dat wil zeggen onze vreugde en onze schande.

Zie je nu wel, dat wij dichters noch wijs, noch waardig kunnen zijn? Dat wij noodzakelijk op een dwaalspoor komen, noodzakelijk liederlijk en avonturiers van het gevoel blijven?

De degelijkheid van onzen stijl is leugen en dwaasheid, onze roem en eereplaats een klucht, het vertrouwen der menigte in ons hoogst belachelijk, de volks- en jeugdopvoeding door de kunst een gewaagde onderneming, die eigenlijk verboden moest worden. Want hoe zou hij als opvoeder deugen, wien een onverbeterlijke en natuurlijke neiging tot den afgrond aangeboren is?

Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig, zouden wij zo zeggen. Volgens ons doet Thomas Mann hier aan gecamoufleerde outing , maar toegegeven: Aschenbach begint zich dan onwel te voelen. Hij verneemt dat Tadzio en zijn Poolse familie gaan vertrekken en die ochtend ziet hij het voorwerp van zijn verlangen voor de laatste keer.

De novelle eindigt als volgt: En zooals zoo dikwijls maakte hij zich op om hem te volgen. Minuten verliepen voor men den zijdelings in zijn stoel weggezonken man te hulp snelde. Men bracht hem naar zijn kamer. Wat is er in Der Tod in Venedig nu precies aan de hand? Thomas Mann heeft in deze novelle zijn pedofiele geaardheid literair vorm gegeven door een ouder wordende overigens naar de componist Gustav Mahler geboetseerde man te laten worstelen met een op de leer van Plato geënt existentieel-filosofisch probleem.

Dit probleem bestaat uit de dualistische tegenstelling tussen enerzijds de ratio vul aan: Aschenbach, die zich heel zijn leven zorgvuldig aan het eerste heeft gehouden, kiest op latere leeftijd voor het tweede, en wordt daarvoor gestraft met de ondergang. Die jeugd wordt ten tonele gevoerd in de persoon van een jarige mooie jongen en dat verwijst op het concrete niveau naar Aschenbachs pedofiele geaardheid die verzwegen moet worden, net zoals in Venetië de cholera-epidemie verzwegen wordt alweer een fraaie, literaire parallel.

De beide polen van deze parallel versmelten op het einde met elkaar: Dit alles vraagt om enig bijkomend commentaar. Toen Mann zijn novelle schreef, was hij 35 jaar, getrouwd en vader van vier kinderen.

Kan hij dan een pedofiel geweest zijn? Wij hebben drie, vrij recente Mann-biografieën geraadpleegd. The Making of an Artist, , Alfred A. In geen van deze drie boeken wordt over de biseksuele geaardheid van Mann en meer bepaald over zijn neiging tot pedofilie geheimzinnig gedaan. In juli schreef Mann aan ene Philip Witkop dat hij aan het werken was: Winston voegt daaraan toe: En dezelfde auteur noteert: The role of spokesman for an inarticulate mass was scarcely new to German literature.

Ook van Aschenbach wordt in de novelle vermeld dat hij weduwnaar is en een dochter heeft, maar: Hier is manifest precies hetzelfde aan de hand als in de verfilming van Visconti, waarover iemand uit onze vriendenkring ooit de volgende, toch wel merkwaardige passage schreef: Hoeft ook niet, al is dit familiegegeven toch significant in de discussie of Aschenbach nu ja dan nee een pedofiel zou zijn.

Het antwoord is, in weerwil van de latere feiten [cursivering van ons]: Iedereen ziet natuurlijk van ver dat het antwoord ja is en dat die compleet niet-functionele filmsequensen rond Aschenbachs gezinnetje net als de sequens met de prostituee door Visconti zijn ingebouwd bovendien: Als je dan ook nog eens weet dat Visconti een notoire homoseksueel-met-pedofiele-trekjes was en dat Mann evenmin de knapenliefde ongenegen was ondanks zijn huwelijk!

Ook die overleden vrouw en die overigens onzichtbare dochter in de novelle dienen louter als mistgordijn. De concrete gebeurtenissen in Der Tod in Venedig zijn trouwens grotendeels gebaseerd op waar gebeurde, autobiografische feiten.

In zijn Sketch of My Life schreef Mann die in met zijn vrouw en zijn broer Heinrich een tijdje in Venetië verbleef: En er was toen effectief een tienjarig! Pools jongetje dat door Mann nauwlettend geobserveerd werd. Interessant om weten is verder dat Mann rond goed bevriend was met Ernst Bertram, een jonge, homoseksuele assistent van de universiteit van Bonn, die Mann een bespreking had gestuurd van diens Königliche Hoheit , waarop Mann een dankbriefje terugschreef met de mededeling dat de tekst hem tot tranen toe had bewogen!

Dat Thomas Mann een biseksueel was en zijn Der Tod in Venedig een gecamoufleerde outing, staat na dit alles vast, maar dat betekent natuurlijk niet dat deze novelle slechts een verhaal over een pedofiel zou zijn. Het boekje had dus blijkbaar nogal wat succes, en al die kopers zullen toch geen homo- of biseksuelen zijn geweest? Heilbut noteert in dit verband: Heilbut laat dan een aantal critici de revue passeren, waarvan sommigen Mann eerder negatief beoordelen omwille van zijn outing, maar vele anderen niet.

En inderdaad kan niet ontkend worden dat Mann een autobiografisch én blijkbaar problematisch motief op een hoger, ten zeerste aanvaardbaar niveau getild heeft via allerhande literaire kunst-grepen, zodat het geheel een universele, haast mythische metafysische lijkt ons hier minder toepasselijk dimensie krijgt.

Hayman formuleerde deze universele dimensie als volgt: Dat Thomas Mann aan een delicaat thema een literaire meerwaarde heeft gegeven, valt moeilijk te ontkennen. Ook ons spreekt de door hem aangebrachte abstracte thematiek zeker aan: Maar wij hebben onszelf niet gemaakt, en dus blijft het wel degelijk storen dat het concrete verhaal waarin deze thematiek gebed is, draait rond een ouder wordende man die zijn pedofiele neigingen niet kan bedwingen.

Voor de manier waarop Mann aan deze geaardheid een kunstige vorm gaf, hebben wij de nodige bewondering, maar de autobiografische trigger die achter het geheel steekt, spreekt ons totaal niet aan.

In plaats van een op een jongetje verliefde oude man zou je je ook een heel andere trigger voor dit verhaal kunnen inbeelden: Ongetwijfeld zou zulk een verhaal ons persoonlijk oneindig veel meer aanspreken, maar even ongetwijfeld zou het ethisch bekeken net zo louche in elkaar zitten als Manns Tadzio-story. Wellicht hebben wij dus niet het recht om Mann en Aschenbach te veroordelen omwille van hun afwijkende geaardheid, maar wij hebben wel het recht om deze geaardheid niet als de onze te beschouwen en om Der Tod in Venedig om déze reden minder aantrekkelijk te vinden.

Wij halen het voorbeeld van die man en dat jarig meisje ook aan, omdat aan de basis van Der Tod in Venedig bij Mann onder meer het idee lag om iets te schrijven rond de jarige Goethe die in te Marienbad zijn waardigheid te grabbel gooide door de jarige Ulrike von Levetzow ten huwelijk te vragen [Hayman In schreef Mann in een brief aan Carl Maria Weber dichter, criticus en homoseksueel: It was the story — seen grotesquely — of the aged Goethe and that little girl in Marienbad whom he was absolutely determined to marry, with the acquiescence of her social-climbing mother and despite the outraged horror of his own family, with the girl not wanting it at all — this story with all its terribly comic, shameful, awesomely ridiculous situations, this embarrassing, touching, and grandiose story which I may someday write after all.

Wat ons betreft had Tadzio in Der Tod in Venedig rustig vervangen mogen worden door Ulrike, dat zal onderhand duidelijk zijn. Nog een andere en laatste reden waarom wij Manns novelle nooit in onze literatuur-top 10 aller tijden zouden zetten, is overigens de hierboven in een citaat reeds vermelde plummy [geaffecteerde] stijl van het geheel.

Lees het volgende citaat en geef toe dat Mann soms kon zeuren als de beste: Als Aschenbach tijdens het concert van de volksmuzikanten drinkt, drinkt hij niet, nee, hij verkoelt nu en dan zijn lippen: Grote liefde zal het tussen Manns novelle uit en ons nooit worden, maar niemand zal durven beweren dat wij hem met deze forse bespreking niet de nodige respectvolle aandacht hebben geschonken.

En nu gaan we met dit alles in het achterhoofd de verfilming van Visconti nog eens bekijken. Net als in deze laatste prent worden in Traffic op postmoderne wijze verschillende verhaaldraden door elkaar geweven. Het zijn er een viertal. Deze sequensen zijn gefilmd met een blauwfilter. Als zijn vriend en collega wegens verraad door de generaal en diens kartel vermoord wordt, beslist hij om de generaal te verraden aan de Amerikanen.

Over deze sequensen hangt een gele waas en zij zijn gefilmd met een digitale videocamera zodat de beelden er korreliger uitzien dan in de andere sequensen.

Als haar zoontje door Mexicaanse schuldeisers bedreigd wordt, beslist zij om zelf de zaakjes te gaan leiden en ontpopt zij zich tot een keiharde drugstante. Hij moet deze kroongetuige constant begeleiden en beschermen maar Helena slaagt er toch in de man te laten vermoorden na een eerdere mislukte poging met een bom waarvan Montels collega het slachtoffer wordt. Haar echtgenoot wordt daarop vrijgesproken. Deze laatste twee verhaallijnen die eigenlijk samenhangen en één geheel vormen werden in normale kleuren verfilmd.

Ondanks het feit dat de goede personages onderweg de nodige psychische blutsen en builen oplopen, eindigen de drie verhaallijnen hoopvol. Onvergetelijk is zijn laatste zinnetje: We are here to listen. Nochtans laat de film heel duidelijk uitkomen wat een hopeloze zaak heel die war on drugs wel is: Doordat deze boodschap op een cinematografisch ijzersterke en zelfverzekerde manier overgebracht wordt, is Traffic een beklijvende en indrukwekkende prent geworden, niet in het minst ook door de knappe acteerprestaties.

Del Toro kreeg een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol maar mogen we ook even wijzen op de geslaagde manier waarop tienerdochter Caroline Erika Christensen, ooit nog van gehoord? Bij deze zoveelste visie menen we overigens een loshangend misschien met opzet niet uitgewerkt draadje in de film ontdekt te hebben. Zou de supersympathieke Javier Rodriguez met zijn onzelfzuchtig cadeautje voor de Mexicaanse niños een pedofiel zijn? Hij is niet getrouwd, heeft geen vriendin en lapt een Mexicaanse drugsgangster erbij door zich overtuigend voor te doen als homo.

Veel belang heeft het echter niet, want Traffic is en blijft een prima film. Van 24 april tot 14 mei maakte Felix Timmermans samen met zijn vrouw Marieke en zijn zusters Emma en Rachel een Italiëreis. Timmermans beschrijft zijn reisindrukken datzelfde jaar nog in een reeks artikelen in De Maasbode en het jaar daarop verschijnen ze gebundeld in boekvorm. De Fe heeft natuurlijk wel zijn eigen pittoreske, katholiek-naïeve en sterk naar het impressionisme neigende stijl maar de opsomming van kerken, wijngaarden, steden en stadjes en hun bewonderende beschrijvingen met hier en daar een moment van teleurstelling gaat al snel vervelen.

Een biografie , Lannoo, Tielt, , blz. Onze goeie ouwe professor R. Dat laatste is zeker waar. Ofschoon Mussolini net in aan de macht kwam en Timmermans op straat wel enkele fascistische soldaten signaleert, wijst Gaston Durnez er terecht op hoe politieke en maatschappelijke kwesties blijkbaar totaal aan Timmermans voorbij zijn gegaan in Italië: Timmermans luistert met zijn ziel naar een land van kunst en religie.

Wij zijn in de bibliotheek op dit werkje gestoten omdat de boeken van Timmermans door het Davidsfonds zo mooi zijn uitgegeven, in ranke bandekes met schone rode ruggeskes, en oh, dat is zo onmeedogend zoet aan de ogen, en het doet u denken aan uwen schonen kindertijd toen ge nog gaarne van die boekskens laast en ge krijgt er bijkans tranen van in de puttekens van uwe ogen.

Naar waar de appelsienen groeien is een zwak werk dat behalve de naïef-impressionistische beschrijving van wat kerkmuren, schilderijen en landschappen weinig te bieden heeft. Dit boekje geeft voor een breed publiek een overzicht van de Antwerpse rechtspraak van de late Middeleeuwen tot aan de Franse Revolutie.

Hoewel het populariserend bedoeld is en de toon eerder breed-vertellend dan nauwkeurig-analyserend overkomt, bevat het toch de nodige voetnoten en getuigt het van voldoende voorbereidend veldwerk, voldoende in elk geval om een ernstige en betrouwbare indruk te maken.

Enkele zaken die wij opgestoken hebben, op een rijtje. Het oude gewoonte- of kostuimelijk recht omvatte zowel de burgerlijke of civiele rechtspraak als de strafrechtelijke of criminele rechtspraak. De civiele zaken waren toevertrouwd aan de ambtman , terwijl de criminele rechtspraak de verantwoordelijkheid was van de schout , die de hertog van Brabant vertegenwoordigde [p. Een vergelijking van de Antwerpse keuren en kostuimen met die van andere steden en gemeenten toont aan dat er veel gelijkaardigs te vinden was in het gewoonterecht van het historische hertogdom Brabant.

Op een aantal punten konden de procedures wel verschillen, vooral wat de grote steden vergeleken met het platteland betrof [p. De executies werden uitgevoerd door de beul , die aanvankelijk enkele merkwaardige privileges bezat: In de loop der tijden zou de drossaard een deel van zijn gezag moeten afstaan aan de officier-fiscaal van de Raad van Brabant en de hertogen van Bourgondië hadden al een provoost-generaal aangesteld die vooral misdadigers moest opsporen en bestraffen die van gemeente naar gemeente vluchtten om aan de plaatselijke jurisdictie te ontsnappen [p.

Een in Antwerpen gevreesde en beruchte provoost-generaal was Jan Grauwels, bijnaam: Spelleken, naar de rechterlijke roede of stok: De assistenten van de schout en de onderschout, de gezworen gerechtsdienaars, werden kolfdragers genoemd zij droegen als teken van hun macht ook een stok of kolf [p. De dienaars van de wethouders of schepenen werden korteroeden genoemd [p.

Twee exemplaren van deze druk bleven bewaard: Er verschenen nog drie andere edities van dit werk, één in Parijs en twee in Lyon. De volledige titel luidt: Dit es de cause daeromme dattet gheschil rijst tusschen den Venetianen ende den Roomschen keyser ende den Coninck van Vranrijck ende anderen diverschen princen, hertoghen ende meer anderen kersteliken coninghen hierna ghenarreert, van landen, steden ende casteelen die sij denselven Paus, Keyser, Coningen ende ander hertogen ende princen tonrechte onthouden.

De Venetianen worden beschuldigd van immoreel en verwerpelijk gedrag sinds het ontstaan van hun stad. Ze worden aangeklaagd omwille van hun geldzucht en omwille van de illegale bezetting van gebieden die toebehoren aan de paus, de keizer, de Franse koning, de hertog van Oostenrijk en andere christelijke heersers.

Dit zal leiden tot agressie die voor de Venetianen verlies van eer en goederen met zich zal meebrengen.

..

Lange lul pijpen gratis neuk afspraak




Dit kan uitgevoerd worden op alle locaties van Keurdokter en, is net als het rijbewijs, vijf jaar geldig! Ondertussen bestaat Keurdokter al meer dan 10 jaar en heeft daarom veel ervaring op het gebied van medische onderzoeken. Door deze jaren lange ervaring is Keurdokter op de hoogte van alle medische criteria en wettelijke eisen voor elke keuring die u nodig heeft! Tevens is Keurdokter goed bereikbaar voor u, zowel met de auto als met het openbaar vervoer.

Er zijn meerdere redenen om te kiezen voor Keurdokter: Wij werken met een informeel hecht team , persoonlijk contact vinden wij heel belangrijk Wij luisteren naar wat u wilt, een medische keuring is bij ons maatwerk Heeft u als bedrijf 10 of meer werknemers?

Dan bieden wij de mogelijkheid om op  uw locatie de medische keuringen uit te voeren Wij plannen een medische keuring wanneer het u uitkomt, dit kan ook op zaterdag of in de avonduren Snel een medische keuring nodig? Bij Keurdokter streven wij ernaar om een medische keuring  binnen 2 weken te laten uitvoeren.

Racelicentie keuring Nieuws , Racelicentie keuring. Bodemsaneringskeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws. Asbestkeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws. Groot rijbewijskeuring Nieuws , Rijbewijskeuringen.

Taxipas keuring Nieuws , Rijbewijskeuringen. Medische keuring verblijf buitenland Bijzondere keuringen , Nieuws. Dat maakt de ontknoping in verband met de schuld-vraag des te spannender. Deze roman steekt vol knipoogjes van de auteur. De motieven alleen al kunnen beschouwd worden als uitgewerkte knipoogjes naar de lezer toe.

Nog drie andere voorbeeldjes…. Zijn eigen pijn kan hij echter niet verdoven! Anton lost een cryptogram op: Ook Antons geest is een puinhoop ten gevolge van de aanslag. Een man die als jongetje zijn ouders en broer heeft verloren ten gevolge van Duitse represailles op het einde van de Tweede Wereldoorlog en daardoor levenslang getraumatiseerd is, met psychische kwalen als gevolg.

Door het grondige veldwerk dat we verricht hebben bij Inwendige structuur is het dieperliggende, abstracte thema van deze roman maar voor het oprapen: Het antwoord op deze vraag wordt door Mulisch netjes voorgeschoteld op het einde van zijn roman in een sleutelpassage: Was iedereen schuldig en onschuldig?

Was de schuld onschuldig en de onschuld schuldig? De drie joden… Zes miljoen waren er afgemaakt, twaalf keer zo veel mensen als hier liepen; maar door in levensgevaar te verkeren hadden die drie mensen twee andere mensen en zichzelf gered, zonder het te weten, en in plaats van zij waren zijn vader en zijn moeder en Peter gestorven, door toedoen van hagedissen… p.

Schuld en onschuld zijn niet altijd even eenvoudig vast te stellen: Er is manifest één hoofdpersonage dat we vrij grondig leren kennen: Anton Steenwijk is dus een genuanceerd, rond personage, al blijft er ten gevolge van het personale vertelstandpunt toch ook een zekere afstand tussen hem en de lezer bestaan. Anton is ook een dynamisch personage: Hij huwt bovendien met zijn eerste vrouw Saskia omdat hij in haar uiterlijk Truus Coster de vrouw met wie hij als jongetje in een cel zat herkent.

Het bewust worden hiervan leidt tot een scheiding met Saskia. Anton is tevens dynamisch in de zin dat het veranderende perspectief op de schuldvraag bij hem een dieper inzicht in de waarheid rond de aanslag en in de waarheid tout court genereert. Van een catharsis lijkt op het einde nochtans niet echt sprake: Let in dit verband ook op het knipoogje op pagina 79 III.

Een begin verdwijnt nooit, zelfs niet met het einde. De verteltijd is bladzijden, de vertelde tijd omvat 36 jaar van tot , weliswaar met grote sprongen in de tijd. Dit heeft tot gevolg dat de plot wordt afgewikkeld aan een vlot tempo, mede dankzij de overkoepelende hoofdstukken aan het begin van elke episode en het feit dat in de andere hoofdstukken alleen gefocust wordt op het essentiële.

Het verhaal speelt zich hoofdzakelijk af in het noorden van Nederland Haarlem, Amsterdam. Behalve in de proloog het kanaal wordt er van symbolische ruimten geen opvallend gebruik gemaakt.

De Aanslag is geschreven in een vlotte, zeer toegankelijke stijl met een weinig ingewikkelde zinsbouw en talrijke dialogen. Terwijl echter het concrete verhaal gemakkelijk te volgen is, vraagt het van de lezer wel enige inspanning om de diepere thematiek ervan te ontdekken. De roman bevat bovendien, vooral in de motieven, een aantal symbolische elementen en ook hier wordt van de lezer de nodige interactie verwacht. In de proloog vooral de passage over het kanaal weegt deze symboliek zo sterk door dat de lezer de indruk krijgt begonnen te zijn aan een erg cerebrale roman.

Maar zodra het eigenlijke concrete verhaal een aanvang neemt, wordt deze indruk zeer snel weggenomen en het vanuit verschillende perspectieven bekijken van de schuldvraag zorgt voor een aantrekkelijke spanningscurve.

Harry Mulisch legt in deze roman weinig of geen nadruk op het schrijven van mooi geformuleerde zinnen. Zijn hoofdbedoeling was blijkbaar het uitwerken van een verhaal met een mooie boodschap en een knap uitgedachte, niet meteen doorzichtige maar uiteindelijk toch overtuigende vorm.

Van in het begin maakt de auteur de indruk zijn stof te beheersen: Er zitten in deze roman weinig details die niet passen binnen het geheel en deze functionaliteit is zelfs zo overweldigend dat men Mulisch niet ten onrechte een zekere dosis gekunsteldheid zou kunnen verwijten: Vergelijkt men De aanslag echter met andere romans, dan moet men toegeven dat het hier een fraai literair werkstuk betreft, en vergelijkt men De aanslag met andere romans van Mulisch, dan mag men rustig vaststellen dat het hier één van zijn meesterwerken betreft.

We hadden een hele tijd niets meer gehoord van de Taviani-bros en hoewel ze beiden ondertussen in de tachtig zijn, kwamen ze in weer op de proppen met een nieuwe film en wonnen meteen de Gouden Beer op het Berlijnse filmfestival. Paolo en Vittorio zijn gaan filmen in de zwaarbewaakte Romeinse Rebibbia-gevangenis waar zware criminelen in het kader van een heropvoedingsprogramma toneelstukken opvoeren.

Deze keer is gekozen voor Julius Caesar van William Shakespeare en in het begin en op het einde krijgen we telkens in kleur de finale scène van dit stuk, met publiek erbij, te zien.

Daartussenin zit een lange flashback in zwartwit waarin we flarden meemaken van het productieproces, de casting en de repetities. Het idee om Shakespeare, en dan nog een verhaal vol verraad, moord en hypocrisie als Julius Caesar , te laten vertolken door echte criminelen is op zich boeiend en kan leiden tot grootse dingen, op voorwaarde dat men erin slaagt de wereld van dat toneelstuk op overtuigende wijze parallel te laten lopen met de wereld van die gevangenen.

Want dat was natuurlijk van in het begin de bedoeling. Paolo Taviani in een interview met Freddy Sartor [in Filmmagie, nr. We hebben met hen de tekst doorgenomen en voorbereid, hebben feiten die zij kennen uit hun leven ingebracht, zoals de relatie tussen gevangenen. Op hun beurt brachten zij feiten aan, wat ze zelf of andere gevangenen hadden meegemaakt. Enkele daarvan zijn in de film opgenomen. Aan de acteurs was het dan om deze extra Shakespeare te interpreteren. Om te beginnen moet men zich niet voorstellen dat men de hele Julius Caesar te zien gaat krijgen, gelukkig maar.

Men beperkt zich tot slechts enkele scènes die enerzijds misschien wel cruciaal zijn, maar anderzijds nogal lukraak overkomen mede doordat zij uit de oorspronkelijke contextuele flow van het toneelstuk zijn gerukt.

Bovendien hadden wij van de parallellismen tussen toneelstuk en gevangeniswerkelijkheid veel meer verwacht. Afgezien van een enkele ruzie, van dat zinnetje maar Brutus is een man van een eer dat gemakkelijk op de erecode van de maffia kan geprojecteerd worden, en van die ene acteur die op het einde, wanneer hij opnieuw in zijn cel verdwijnt, zegt: Daarnaast blijft dan ook nog het feit dat we hier niet met echt grote acteurs te maken hebben en dat die Shakespeare-teksten sowieso nogal hoogdravend overkomen.

Om maar te zeggen: Dat de film nauwelijks een uur en een kwartier duurt, lijkt ons in dit verband een teken aan de wand. Het gewone filmpubliek was heel wat minder enthousiast en een ijzersterk of aangrijpend meesterwerk hebben ook wij niet gezien. Platform is reeds het vierde boek van de Franse auteur Michel Houellebecq, die de laatste jaren nogal wat in de aandacht heeft gestaan.

De achterflap van de Nederlandse vertaling bazuint: Goed, het is Grote Vakantie, we zullen ons nog eens openstellen voor de Franse Literatuur.

De in de ikvorm vertellende hoofdpersoon is ene Michel, een boekhouder verbonden aan het Franse Ministerie van Cultuur hij houdt zich onledig met het samenstellen van financiële dossiers rond tentoonstellingen van moderne kunst , die in het begin van het boek plots een aanzienlijke som geld erft van zijn vader die vermoord werd door een Noord-Afrikaan met wiens zuster de vader een seksuele relatie had, het meisje was zijn kuisvrouw.

Dit alles heeft echter voor de rest van het verhaal totaal geen belang, tenzij dan dat de erfenis Michel in staat stelt een groepsreis naar Thailand te boeken. Platform bestaat uit drie delen. Het eerste deel, Tropic Thai , is het verslag van Michels reis naar Thailand. Laten we het meteen bekennen: Je verneemt een aantal vaak in een breder cultuurhistorisch of politiek-economisch perspectief gezette interessante zaken over steden, plaatsen en monumenten zodat je een fraai idee krijgt van het land dat bereisd wordt, maar daarnaast krijg je nog veel meer.

Met als gevolg dat dit geen saai reisverhaal is met de zoveelste dorre opsomming van afgelegde kilometers en bezochte sites, maar wel een verhaal van vlees en bloed waarin je meeleeft en —reist en —denkt met de verteller zodat je op het einde echt de indruk krijgt dat je iets meegemaakt hebt, een soort mentale queeste in de ruimte op papier , en in ieder geval geen falsche Bewegung.

Dat de ikverteller in onderhavig geval dan ook nog eens twee maal een haarfijne beschrijving geeft van een bezoek aan een Thaise massageprostituee, zorgt er helemaal voor dat je nu wel weet of in elk geval denkt te weten wat er in dat Thailand allemaal aan de hand en aan de gang is, zonder er zelf geweest te zijn. Die eerste bladzijden zijn bovendien vlot en goed geschreven helemaal geen blablabla-geleuter zoals we dat van Franse schrijvelaars gewend zijn en vervelen dus geen moment.

Het enige probleempje is dat je je afvraagt: Het tweede deel van de roman heet Concurrentievoordeel. Tijdens de groepsreis in Thailand heeft Michel ene Valérie leren kennen, een Frans meisje dat ook lid van de groep was. Hoewel Michel en Valérie een goed contact onderhielden tijdens de reis en Michel blijkbaar beschikt over een gezonde libido , is er toch geen intieme relatie van gekomen.

Eens terug in Parijs komt die er wel, nadat Michel opnieuw contact met Valérie heeft gezocht. Het klikt nu meteen, en het klikt zelfs zeer goed.

Die Valérie ontpopt zich tot de ideale liefdespartner voor Michel, zowel lichamelijk als geestelijk. Dat lichamelijke was al gebleken in het eerste deel: Op bladzijde 53 hebben we dan al samen met Valérie in haar spiegel gekeken en vernomen: Haar achterwerk was ook nog altijd mooi rond, zonder een greintje vet; ontegenzeglijk had ze een erg mooi lichaam. Je ziet het allemaal zo vóór je: In het tweede deel leren we Valérie beter kennen, en dan blijkt ook haar karakter ontzettend aardig: Hier is een kenner aan het woord!

Als je dan ook nog weet dat die Valérie er best pap van lust in bed en niet vies is van fellatio, een triootje of masturberen op de trein en even gemakkelijk klaarkomt als een astronaut na zijn terugkeer van de maan, dan besef je dat Houellebecq hier een fraai staaltje male wishful thinking serveert, getuige de met kwistige hand rondgestrooide en geen blad voor de mond nemende erotische passages.

Binnen het denkraam van zijn roman wil hij echter gewoon aantonen dat die Michel de liefde van zijn leven aan het meemaken is. Bovendien is die Valérie er eentje dat van aanpakken weet: Allemaal koek en ei dus, en zoals Bart van Loo in Streven noteerde: Uiteindelijk is het Michel die Valérie en Jean-Yves een flinke duw in de rug geeft. De formule kent een geweldig succes en Michel en Valérie vatten het plan op om zich definitief te vestigen in Thailand, Valérie zou dan directeur kunnen worden van de lokale vakantieclub van de toerismeketen waarvoor ze werkt.

Op het einde van het tweede deel vallen al dat liefdesgeluk en die mooie toekomstplannen echter in duigen. Valérie, Michel en Jean-Yves zitten op een terras aan zee in Thailand en die avond wordt door een islamitische groepering op precies dat terras een bloedige aanslag gepleegd, waarbij Valérie de dood vindt. Ze zullen mij vergeten.

Met dat alles heeft Houellebecq — nauwelijks tussen de regels door — serieus wat kritiek geleverd op de West-Europese beschaving en haar problematische omgang met seks en werkstress de toenemende agressiviteit en criminaliteit komen ook — maar slechts zijdelings — aan bod. Naar verluidt was in toerisme qua zakencijfer de belangrijkste economische activiteit ter wereld.

Dat die nood aan bevredigende seks en het willen ontvluchten van stress in deze roman gecombineerd worden via dat extreme idee van haarfijn georganiseerd sekstoerisme, kan natuurlijk niet anders dan satirisch genoemd worden. Dat Houellebecq je met zijn tekst aan het nadenken zet over deze dingen, is één van zijn grote verdiensten.

Zijn satire treft trouwens niet alleen de West-Europeanen, maar bijvoorbeeld ook bepaalde facetten van de islam Houellebecqs moeder liet hem overigens al jong in de steek en bekeerde zich tot de islam… en de mensheid in het algemeen.

Regelmatig krijg je dan ook misantropische oprispingen te slikken als:. Af en toe bevindt Houellebecq zich met zijn satirische galspuwerij op het randje, zoals wanneer hij op pagina 55 naar aanleiding van een begraafplaats van de geallieerde krijgsgevangenen in Thailand noteert: Of nog, wanneer hij racistische praat over de Chinezen verkoopt op pagina Daar staat tegenover dat eveneens met de regelmaat van een klok kleine stukjes wijsheid over de tekst zijn rondgestrooid, en dat is nog altijd méégenomen, als je een roman leest.

Soms gaat het daarbij om stukjes wellustige wijsheid, zoals op pagina Maar even vaak gaat het om fraaie nadenkertjes of vermakelijke brokjes belezenheid:.

En — heel juist ook volgens ons — over het klikken of niet klikken in de liefde: Of Platform nu een omstreden meesterwerk is binnen een explosief oeuvre, weten wij niet daarvoor zouden we ook de andere romans van Houellebecq eerst eens moeten lezen, iets wat we overigens zeker zullen doen , maar feit is dat dit boek ons niet alleen veel leesplezier heeft bezorgd, maar ook nog eens stof tot nadenken en een aantal citeerbare frasen om te bewaren zie supra.

Om maar te zeggen dat deze mengeling van intelligente satire en erotiek ons heeft weten aan te spreken. Minder goed is wel dat het op zichzelf goed geschreven en vlot leesbare eerste deel structureel gezien wat in de lucht hangt, omdat die bladzijden alleen dienden om Valérie in het verhaal binnen te brengen en misschien toch ook wel om Michels idee van dat sekstoerisme voor te bereiden, maar dan nog blijft het een wat lànge voorbereiding.

Minder goed is ook de wat moeizame titel die alleen via bladzijde min of meer duidelijk wordt. Op het punt om zich met Valérie in Thailand en in het geluk te nestelen, heeft Michel een jeugdherinnering: Tijdens de hele klim had ik niet naar beneden gekeken. Toen ik boven was aangekomen en op het platform stond, had de terugtocht me ingewikkeld en gevaarlijk toegeschenen. De bergkammen strekten zich uit zover het oog reikte, bekranst met eeuwige sneeuw.

Het zou veel eenvoudiger zijn geweest om daar te blijven, of te springen. Het meest opvallende en bewonderenswaardige aan deze biopic van Margaret Thatcher is de prachtprestatie van Meryl Streep: Het komt allemaal nogal traag op gang en hoewel het geheel gaandeweg een degelijke indruk maakt, ontkom je ook niet aan het gevoelen dat er heel wat dingen worden weggelaten, dat er zaken chronologisch door elkaar gehusseld worden de Falkands-oorlog komt bijvoorbeeld pas nà de bomaanslag in Brighton, te wijten aan het haperend geheugen van de hoofdpersoon wellicht?

My queen Karo is de tweede langspeelfilm van Dorothée Van den Berghe. We kunnen er helaas nog minder enthousiast over doen dan over haar debuut, Meisje. My queen Karo is ongetwijfeld bedoeld als een subtiel meisjesportret met naar verluidt autobiografische inslag, het scenario is van Van den Berghe zelf.

Er wordt wat wiet gerookt, er wordt wat vrije liefde bedreven, er wordt wat gecontesteerd tegen de politie en Raven neemt er nog een tweede vrouwtje Alice bij — iets wat Dalia eerst niet leuk vindt maar dan aanvaardt. Achter de rug van Raven betaalt zij ook de huur aan de huisbaas met geld dat zij verdient met kleren ontwerpen.

We bekijken dit allemaal door de ogen van Karo die wegvlucht van al dat gedoe, eerst bij de onderbuurvrouw en dan in haar zwemlessen. Het eindigt ermee dat het kraakpand wordt ontruimd en Karo springt in een Amsterdamse gracht om één van de mannequinpoppen van haar moeder in het water gekieperd door haar vader boven te halen.

Dat laatste is eigenlijk het enige beklijvende van heel de film: Voor de rest is dit een verschrikkelijk vervelend filmpje dat op een bijzonder slordige manier gemonteerd is, weinig of niets te vertellen heeft en als het al iets te vertellen heeft waarschijnlijk is de boodschap dat idealen teloorgaan , dit doet op een erg oppervlakkige en nauwelijks overtuigende manier.

Bovendien wordt er zonder uitzondering inclusief Matthias Schoenaerts dus op een stuntelige en amateuristische manier geacteerd. Van het meisje dat de hoofdrol speelt, hebben we ondertussen natuurlijk nooit meer iets gehoord en dan zwijgen we nog over enkele gewoonweg irritante dingen, zoals het gehannes met dat egeltje dat uit de natuur geplukt wordt, in dat kraakpand moet rondzwabberen en uiteindelijk door Karo ingevroren wordt waarschijnlijk symbolisch bedoeld: Karo wil het beestje beschermen tegen de lelijke wereld, maar het blijft even smaakloos , of zoals het obligate maar superbrave bloot dat de tijdsgeest moet oproepen.

Geen enkel personage kan trouwens langer dan een halve minuut op de empathie of sympathie van de kijker rekenen, en dat wazige hoofdfiguurtje nog het minst van allemaal. Na twee films is het onderhand wel duidelijk dat Dorothée Van den Berghe een zeer matig getalenteerde regisseur is die — zoals we naar aanleiding van Meisje reeds schreven — haar zaakjes te oppervlakkig uitwerkt om veel indruk te maken. Bij de dvd zaten ook nog twee kortfilms van haar: Nee, van deze Gentse hoeven we in de toekomst geen kandidaat-Oscarwinnaar te verwachten.

Les particules élémentaires , Parijs, , blz. Elementaire deeltjes bestaat uit drie delen, een proloog en een epiloog. In de proloog wordt een niet minder dan groots te noemen thematiek aangekondigd. Er wordt immers door een alwetende verteller gesproken over twee metafysische revoluties in de geschiedenis van de westerse mensheid: De alwetende verteller signaleert nu een derde metafysische revolutie, waarvan de wegbereider een zekere Michel Djerzinski was, een bioloog die leefde op het einde van de twintigste eeuw.

De korte proloog eindigt met een soort gebed, dat lijkt te gaan over het nieuwe leven in een soort hemel. In het eerste deel Het verloren rijk leren we Michel Djerzinski en zijn halfbroer Bruno kennen, waarbij het via talrijke flashbacks vooral over hun beider jeugd gaat. Een jeugd die niet zo fantastisch verloopt want door omstandigheden hun ouders laten hen min of meer in de steek worden beide jongens door een grootmoeder opgevoed.

We krijgen in dit eerste deel uitgebreide biografische details over Michel en Bruno en ook over hun familieleden. Soms gaan die details heel ver en men vraagt zich vaak af wat de functionaliteit is van al deze gegevens. Je krijgt soms ook erg rare passages te lezen.

Weer vraagt men zich dan af: Van dat eerste deel dat met zijn voortdurende flashbacks en uitweidingen een verbrokkelde en weinig memorabele indruk nalaat onthouden we vooral dat Bruno serieus gepest wordt in het internaat waar hij verblijft, en dat Michel en Bruno, maar vooral Michel, een knap vriendinnetje hebben, Annabelle, waarmee het echter niet tot enige liefdesrelatie komt. In het tweede deel Vreemde momenten zijn Bruno en Michel volwassen.

Bruno is een leraar die voortdurend op zoek is naar seksueel genot, maar zonder al te veel succes. Hij huwt en krijgt een kind, scheidt van zijn vrouw en bezoekt een soort new age -kamp, op zoek naar erotische avonturen.

Hij leert er Christiane kennen, een vrouw van middelbare leeftijd net als hijzelf met wie hij een tijdje gelukkig is.

Tot Christiane kanker krijgt en zelfmoord pleegt. Bruno laat zich ten slotte opnemen in een psychiatrische inrichting. Michel blijkt een bijzonder succesvol moleculair bioloog te zijn, maar ook een eenzaat die weinig last heeft van seksuele gevoelens.

Hij heeft een tijdje verlof genomen, leert Annabelle opnieuw kennen en woont een tijdje met haar samen. Tot Annabelle kanker krijgt en zelfmoord pleegt. Op het einde van deel 2 maken Bruno en Michel de dood van hun moeder een oude hippie mee, ergens in een bergstreek in het zuiden van Frankrijk. In het derde deel Emotionele oneindigheid gaat Michel werken in een Iers laboratorium waar hij tot aan revolutionaire zaken werkt.

Op het einde wordt er gesuggereerd dat Michel zelfmoord heeft gepleegd door in zee te lopen. In de epiloog wordt dan kort verhaald hoe het onderzoek van Michel geleid heeft tot een nieuw soort mensheid die volledig gelukkig is.

De alwetende verteller is iemand van deze nieuwe mensen die dit boek heeft geschreven als eerbetoon aan Michel Djerzinski, de grondlegger van de nieuwe mens. Pas helemaal op het einde worden de via de proloog opgewekte verwachtingen van de lezer dus ingelost.

Ondertussen heeft die lezer de indruk dat het allemaal nogal lang duurt voordat de aap uit de mouw komt en dat er af en toe serieus beroep gedaan wordt op zijn goede wil. Maar er is ook op talrijke plaatsen dat pseudo? Er zijn verder enkele in extenso weergegeven artikelen die Bruno schrijft, waarvan men sterk de indruk heeft dat het artikelen van Houellebecq zelf zijn die ooit geweigerd werden en die hier dan maar gerecycleerd worden voorbeelden op pp.

En voor de nochtans kwistig rondgestrooide erotiek moet men het ook niet echt doen, want die wordt steevast erg onderkoeld en klinisch beschreven zie bijvoorbeeld p. Wij proberen maar te zeggen: Op sommige momenten is er dan wel weer sprake van interessante inwendige structuur-elementen.

Zo lezen we op pagina het volgende boeiende stukje wellustige wijsheid: Als je die streelt, zet je in de hersenen een krachtige afscheiding van endorfinen in werking. En in de epiloog pagina vertelt de alwetende verteller een nieuwe, gekloonde mens ons: In de huidige toestand van de menselijke soort waren die lichaampjes karig verspreid over het oppervlak van de clitoris en de eikel. Dat zijn leuke dingen voor een oplettende lezer.

Dat we zoveel vaak dus inderdaad lichtjes overbodige informatie krijgen over Michel en Bruno, heeft overigens ook te maken met het feit dat deze twee personages door Houellebecq bedoeld zijn als allegorieën van de westerse mens op het einde van de twintigste eeuw: Houellebecq wil aan de hand van deze twee sjabloonachtige en dus tot oppervlakkigheid in de romanpsychologie leidende figuren de totale leegte van de westerse samenleving aantonen die ontstaan is na de seksuele revolutie van de jaren zestig en geleid heeft tot een bodemloze eenzaamheid onder de mensen.

Dit is ongetwijfeld het interessantste aspect van Elementaire deeltjes. Houellebecq heeft heel wat ideeën over onze moderne westerse samenleving in de aanbieding, en al ben je het niet altijd met hem eens, meestal schrijft hij toch wel dingen die het overdenken waard zijn. En natuurlijk is de bottom line van dat alles niet optimistisch. Typisch is een passage als de volgende: Daarna worden ze het langzaam beu, ze hebben niet zoveel zin meer hun benen wijd te doen en een lordosehouding aan te nemen om hun kont te laten zien.

Ze zoeken naar een innige relatie, die ze niet kunnen vinden, en naar hartstocht, waartoe ze niet echt meer in staat zijn: Af en toe zou ze hem een kortstondig moment van lichamelijk geluk schenken, ze zouden samen de begeerte zien afnemen. Erg cynisch is dit allemaal en het sluit aan bij de ook elders vaak verwoorde grondthematiek van Houellebecq dat de moderne mens voortdurend op twee terreinen een concurrentiestrijd moet leveren, namelijk op dat van de erotiek en op dat van het werk, en dat dit leidt tot teleurstelling en frustratie bij de overgrote meerderheid.

Suggereert Houellebecq echter ook een oplossing voor deze impasse? In Elementaire deeltjes gebeurt dat via de idee van een nieuwe mens, een soort kloon die geen psychische afgronden meer kent en niet langer wordt gekweld door zijn zucht naar seks.

Daar heb je natuurlijk weinig aan, zolang dit slechts een sciencefictionachtig idee blijft. In zijn tekst heeft Houellebecq echter — haast onopvallend, je moet er goed op letten — knipoogjes verweven naar het boeddhisme, dat zoals we weten als één van zijn hoofdideeën de totale onthechting van de aardse begeerten en ijdelheden heeft.

Op pagina 72 lezen we bijvoorbeeld: Of nog, op pagina , waar het gaat over dat new age -kamp dat Bruno bezoekt: Hijzelf begon een beetje slaap te krijgen. Hij vroeg niets meer, wilde niets meer, was nergens meer; langzaam, stapsgewijs, steeg zijn geest op naar het rijk van het niet-zijn, naar de zuivere extase van het niet-in-de-wereld-zijn.

En in de epiloog, op pagina , lezen we dat de wereldgodsdiensten eensgezind tégen het klonen van mensen waren: In het boeddhisme en de onthechting lijkt voor Houellebecq in deze roman dus een uitweg te liggen uit de westerse leegheid. Hermans een verkapt essay. Houellebecq barst van de gedachten over onze tijd en hoewel ik het misschien niet altijd met hem eens ben, vind ik ieder idee van hem het overdenken waard.

Dat deze man als een monster is aangevallen, vind ik volkomen absurd, want als één ding duidelijk is, dan is het wel dat hij opkomt voor menselijke warmte, loyaliteit, trouw etc. Zijn boek is heel cru en deprimerend, en soms plotseling ook geweldig ontroerend. Want als die cynicus geroerd is, heeft dat natuurlijk een dubbel groot effect. Wat een geweldig boek! Wijzelf zijn iets minder enthousiast over déze Houellebecq.

Als roman vinden wij Elementaire deeltjes namelijk maar een mager geval zwakke inwendige structuur, oppervlakkige psychologie, te veel vulsel, Platform is op al deze terreinen veel beter , doch als verkapt essay mag het er zeker wezen en is het zelfs een pareltje aan de kroon van Houellebecq, de Kritische Observator van Onze Moderne Maatschappij.

Extension du domain de la lutte , Parijs, ]. Deze eerste roman van Houellebecq hebben wij gelezen vrij kort na zijn derde, Platform , en het is overduidelijk dat deze eersteling mijlenver onder het niveau van zijn opvolger staat. De tweede roman van Houellebecq, Elementaire deeltjes , moeten wij in de toekomst nog lezen.

De Nederlandse titel De wereld als markt en strijd klinkt al even onaantrekkelijk als Platform. Het is dan ook een zeer flodderige vertaling van het Franse Extension du domain de la lutte Uitbreiding van het gevechtsterrein maar daar heeft Houellebecq zelf uiteraard geen schuld aan.

We krijgen in deze roman het verhaal van een ikverteller die als werknemer van een softwarebedrijf in de provincie een aantal cursussen moet verzorgen samen met een collega, ene Raphaël Tisserand. Die Tisserand is een oerlelijkerd die maar geen vrouw kan vinden en telkens opnieuw blauwtjes loopt. Tisserand begaat de dubbelmoord niet, maar laat de ik alleen achter en rijdt terug naar Parijs.

Onderweg krijgt hij een dodelijk ongeval. De ikverteller raakt daarna in een serieuze depressie, zoekt een psychiater op, wordt opgenomen in een inrichting en vertrekt vervolgens naar een hotelletje in de Ardèche. Daar gaat hij een wandeling maken in het bos en het blijft onduidelijk of hij van plan is zelfmoord te plegen.

Deze roman hangt als los zand aan elkaar en weet met zijn talrijke uitweidingen en losse draden de lezer veel minder te boeien dan Platform , waarvan hier overigens reeds op pagina 12 een voorecho te horen is in het zinnetje: Voor de rest valt ook hier al uitgebreid Houellebecqs misantropische kijk op de wereld te beluisteren, bijvoorbeeld manifest op de bladzijden Nee, ik houd er absoluut niet van.

Van de maatschappij waarin ik leef moet ik walgen; van de reclame word ik misselijk; van de informatica moet ik kotsen. Het heeft geen enkele zin. Om eerlijk te zijn is het zelfs nogal negatief; een nutteloze belasting van neuronen.

En op bladzijde 46 beïnvloedt die negatieve kijk zelfs Houellebecqs poëtica: Want hoe zou je nog kunnen vertellen over van die vurige, jarenlang voortdurende passies, waarvan de gevolgen soms generaties lang merkbaar bleven? We zijn op zijn zachtst gezegd mijlenver verwijderd van Wuthering Heights.

Maar ondertussen vindt Houellebecq die uitdrukkingsvorm niét uit en schrijft hij toch maar een roman vol absolute leegte, en dat oefent een zware druk uit op het geheel. In Platform is dat veel minder het geval, dankzij het aldaar aangebrachte ventiel van een passionele liefdesrelatie. Hier blijft de erotiek beperkt tot enkele sporadische libertijnse passages in de trant van: Dat zorgt ontegenzeglijk voor een lichte maar constante erotische spanning, vooral omdat ze je aanraken en omdat je zelf bijna naakt bent enzovoort.

De enige echt gedenkwaardige passage in De wereld als markt en strijd is te vinden op bladzijde , waar de Dictatuur van het Lot wordt aangekaart en in verband wordt gebracht met de ook door de Franse titel gesuggereerde thematiek van het verhaal, de terreinen van werk en seks waar door ons allemaal een constante strijd wordt geleverd om ons waar te maken: Sommigen vrijen elke dag; anderen vijf of zes keer in hun leven, of nooit.

Sommigen vrijen met tientallen vrouwen; anderen met geen enkele. In een economisch stelsel waar ontslag verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn plek vinden. In een seksueel stelsel waar overspel verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn bedgenoot vinden. In een volkomen liberaal economisch stelsel vergaren sommigen enorme rijkdommen; anderen kwijnen weg in werkloosheid en armoede.

In een volkomen liberaal seksueel stelsel hebben sommigen een afwisselend, opwindend seksleven; anderen zijn veroordeeld tot masturbatie en eenzaamheid. Het economisch liberalisme is de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving. Op dezelfde manier is het seksueel liberalisme de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving.

Op het economische vlak behoort Raphaël Tisserand tot het kamp van de overwinnaars; op het seksuele vlak, tot dat van de overwonnenen. Sommigen winnen op beide fronten; anderen verliezen op beide. Niet slecht gezien van Houellebecq, maar Extension du domaine de la lutte blijft een bijzonder zwakke roman waar wij niet veel plezier aan hebben beleefd, veel minder in elk geval dan aan Platform.

Benieuwd wat wij van Elementaire deeltjes zullen vinden. Koen De Bouw speelt Luc Segers die op het punt staat bevorderd te worden bij zijn firma. Op een avond, op de terugweg naar huis na een personeelsfeestje, wordt zijn vrouw echter op brutale wijze doodgeslagen bij een broodautomaat en door een spijtig toeval verongelukt tegelijkertijd zijn dochtertje. De dader wordt spoedig gevat maar door een procedurefout er ontbrak een handtekening op een of ander document komt hij weer vrij.

Segers neemt dan het recht in eigen handen en schiet de moordenaar neer. Op het assisenproces dat daaruit volgt, wordt Luc Segers door de jury vrijgesproken. Jan Verheyen heeft in de loop der jaren duidelijk aan professionalisme gewonnen als regisseur.

Qua cameraregie, montage en mise-en-scène maakt deze film dan ook een goede indruk, dat merk je zelfs aan kleine details. Zoals wanneer in het begin tijdens de terugrit naar huis de camera aan het linkerspatbord achteraan de auto hangt. Wellicht afgekeken van één of andere Amerikaanse film, maar het wérkt en het genereert een aura van vakkundigheid.

Waar het wel aan schort, is aan het scenario dat overigens volledig uit de koker van Jan Verheyen zelf komt. In het eerste deel van de film zitten de spanning en de verhaaldosering nog snor, maar het tweede deel, de assisenzaak, is ronduit teleurstellend. Dit is een beetje te veel Beschuldigde Sta Op revisited en je zit heel de tijd te wachten op het moment dat Luc Segers die toch voortdurend claimt het systeem te willen aanvallen het woord gaat nemen om dan dingen te vertellen waarbij iedereen van zijn stoel valt.

Segers neemt uiteindelijk inderdaad het woord, maar wat hij vertelt, maakt niet meer indruk dan een ballonnetje dat ontploft. Zodat de film op een sisser eindigt. Een aantal acteurs in deze prent onder meer Koen De Bouw, Johan Leysen, Chris Lomme en zeker ook Jappe Claes met zijn Vlaamse Primitieven-kop als de valse procureur-generaal leveren goed werk, enkele anderen presteren ondermaats onder meer Veerle Baetens als de advocate van de moordenaar, Sven De Ridder en die minister van justitie wiens naam ons ontgaan is.

Het Vonnis werd door de Vlaamse filmpers beleefd maar vrij koeltjes ontvangen. Verheyen heeft ongetwijfeld een punt met zijn kritiek op het haperende rechtssysteem in België, maar of zijn film daar veel aan zal veranderen valt te betwijfelen. Daar is hij te weinig overtuigend voor. Fischer Taschenbuch, Frankfurt am Main, , pp. Thomas Mann, De Dood in Venetië.

Geautoriseerde bewerking van W. Buddenbrooks], Mann wrote two novelettes which have come to be considered masterpieces of their kind: Wij hebben deze laatste novelle gelezen in een oude Nederlandse vertaling, maar met de Duitse tekst bij de hand.

In de eerste twee overigens nogal langdradige en bijzonder stroef geschreven hoofdstukken leren we Gustav von Aschenbach kennen als een vermoeide schrijver op jaren die tijdens een wandeling in zijn woonplaats München een vreemdeling ontmoet: Offenbar war er durchaus nicht bajuwarischen Schlages [behoorde hij niet tot het Beierse ras]: Aschenbach heeft geen contact met de man, maar: Met de afloop van de novelle in het achterhoofd, kunnen we stellen dat deze vreemdeling die in de rest van het verhaal niet meer voorkomt de Dood symboliseert.

Zijn verstand en zijn van jongsaf geoefende zelftucht trachten die plots opkomende begeerte om te zwerven te bedwingen, maar dat mislukt. Het verhaalthema dat hier aangebracht wordt, is de strijd tussen rede en gevoel, tussen wilskracht en begeerte. Het tweede hoofdstuk gaat wat dieper in op het literaire oeuvre en het leven van Aschenbach. In verband met dat werk lijkt het volgende zinnetje van belang te zijn: Blijkbaar wordt hier weer het thema verstand tegenover hartstocht aangeraakt en leren we Aschenbach kennen als iemand voor wie de beheersing van de aardse driften door de rede erg belangrijk is.

In verband met zijn privéleven vernemen we nog het volgende: Eine Tochter, schon Gattin, war ihm geblieben. In het derde hoofdstuk reist Aschenbach naar een eiland in de Adriatische Zee, maar hij vindt er zijn draai niet, en beslist alsnog om naar Venetië af te varen. Vanaf hier loopt de concrete verhaallijn van het boek min of meer gelijk met die van de film.

De eerste twee hoofdstukken werden door Visconti gewoon weggelaten. Op het schip wordt Aschenbachs aandacht getrokken door een groepje jongemannen, blijkbaar kantoorbedienden op een dagje uit, die nogal veel lawaai maken. Eén van hen is een dronken oude man die zich als jongeling geschminkt en gekleed heeft.

Opmerkelijk is dan het volgende zinnetje: Even later, bij het verlaten van de boot, spreekt de oude Aschenbach aan: Dit zijn duidelijk anticiperende elementen die vooruitwijzen naar Aschenbachs verliefdheid op Tadzio en tegelijk een belangrijk verhaalthema aanbrengen: En inderdaad, even later krijgt Aschenbach in zijn hotel voor de eerste maal Tadzio te zien: Tijdens de avondmaaltijd verzinkt de oude schrijver in gedachten: Niet direct een passage die uitblinkt door helderheid, maar opnieuw worden hier twee werelden tegenover elkaar gesteld: Aschenbach verliest Tadzio nu nauwelijks meer uit het oog vooral op het strand en wordt meer en meer bevangen door de schoonheid van de knaap die een haast mythische dimensie krijgt.

Wij geven, ter afwisseling, een fragment in vertaling: Een probleem is echter dat de wind niet goed zit, zodat de uitwasemingen van de nabije lagune een slechte invloed hebben op Aschenbachs gezondheid. Hij besluit om te vertrekken uit Venetië, naar een andere kustplaats, maar doordat zijn bagage op een verkeerde trein wordt gezet, ziet hij zich verplicht terug te keren naar het hotel. In het vierde hoofdstuk heeft Aschenbach het zwaar te pakken: Weliswaar wordt deze verliefdheid op een jarige jongen in een allegorisch licht geplaatst, waarbij de knapenschoonheid een beeld is voor de aardse zinnelijkheid die het verstand verdooft: Dat was de roes en zonder aarzelen, ja gretig heette de oud wordende kunstenaar dien welkom.

Maar toch kan men er moeilijk naast kijken dat hier op het letterlijke, concrete niveau sprake is van een oude man die platonisch: Hoofdstuk 4 eindigt als volgt: Absurd, verachtelijk, belachelijk en toch.

Je kan er inderdaad niet naast kijken. Wat Aschenbach er dan toe brengt een tekst te schrijven waarvan de stijl en de structuur de bouw en de lijnen van het knapenlichaam zouden volgen: Een fraaiere verwoording van sublimatie had Freud zich waarschijnlijk niet kunnen dromen: In het vijfde hoofdstuk komt dan de cholera-epidemie op de proppen die door de Venetianen zoveel mogelijk weggemoffeld wordt.

Het maakt Aschenbach ongerust, maar tegelijk ook verheugd omwille van de verstoring van de burgerlijke orde die een epidemie met zich kan meebrengen: Aschenbach is hier dus al zo ver heen, dat hij meer en meer overhelt naar de kant van de hartstocht, en het verstand waarbij zich hier de idee van een geordende burgerlijke samenleving voegt links laat liggen.

Toch is hij — op het letterlijke, concrete niveau — nog alert genoeg om tijdens het straatzangersconcert wanneer Tadzio vlak in zijn buurt staat, te beseffen dat het om een in wezen pedofiele liefdesrelatie gaat: Een tijdje later heeft Aschenbach een droom over een soort Griekse orgie ter ere van een godheid die eindigt als volgt: Ja, zij waren hij zelf, toen zij zich verscheurend en moordend op de dieren wierpen en rookende lappen verslonden, toen op den omgewoelden mosgrond een eindelooze paring begon als offer voor den god.

Hij zag hem en verried hem niet. Aschenbach begint echter meer en meer last te krijgen van zijn gezondheid en dat biedt dan weer de kans om deze onbetamelijke verliefdheid op een hoger, allegorisch plan te heffen: Die abstracte thematiek hebben we nu onderhand wel door: Aschenbach laat zich dan onder handen nemen door een barbier en paradeert met zwartgeverfde haren.

Dat moet natuurlijk allemaal verkeerd aflopen, en Sokrates komt aan zijn Phaidros nog even vertellen waarom: Of geloof je eerder ik laat de beslissing aan jou over , dat dit een gevaarlijke weg is, in waarheid een dwaal- en zondenweg, die noodzakelijk dood loopen moet?

Want je moet weten, dat wij dichters den weg der schoonheid niet gaan kunnen zonder dat Eros zich bij ons voegt en zich als leider opwerpt; ja, al mogen we op onze wijze helden en dappere krijgslieden zijn, toch zijn we als vrouwen, want hartstocht is ons ideaal en ons hoogste verlangen moet liefde blijven — dat wil zeggen onze vreugde en onze schande. Zie je nu wel, dat wij dichters noch wijs, noch waardig kunnen zijn? Dat wij noodzakelijk op een dwaalspoor komen, noodzakelijk liederlijk en avonturiers van het gevoel blijven?

De degelijkheid van onzen stijl is leugen en dwaasheid, onze roem en eereplaats een klucht, het vertrouwen der menigte in ons hoogst belachelijk, de volks- en jeugdopvoeding door de kunst een gewaagde onderneming, die eigenlijk verboden moest worden.

Want hoe zou hij als opvoeder deugen, wien een onverbeterlijke en natuurlijke neiging tot den afgrond aangeboren is? Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig, zouden wij zo zeggen. Volgens ons doet Thomas Mann hier aan gecamoufleerde outing , maar toegegeven: Aschenbach begint zich dan onwel te voelen.

Hij verneemt dat Tadzio en zijn Poolse familie gaan vertrekken en die ochtend ziet hij het voorwerp van zijn verlangen voor de laatste keer. De novelle eindigt als volgt: En zooals zoo dikwijls maakte hij zich op om hem te volgen. Minuten verliepen voor men den zijdelings in zijn stoel weggezonken man te hulp snelde.

Men bracht hem naar zijn kamer. Wat is er in Der Tod in Venedig nu precies aan de hand? Thomas Mann heeft in deze novelle zijn pedofiele geaardheid literair vorm gegeven door een ouder wordende overigens naar de componist Gustav Mahler geboetseerde man te laten worstelen met een op de leer van Plato geënt existentieel-filosofisch probleem.

Dit probleem bestaat uit de dualistische tegenstelling tussen enerzijds de ratio vul aan: Aschenbach, die zich heel zijn leven zorgvuldig aan het eerste heeft gehouden, kiest op latere leeftijd voor het tweede, en wordt daarvoor gestraft met de ondergang.

Die jeugd wordt ten tonele gevoerd in de persoon van een jarige mooie jongen en dat verwijst op het concrete niveau naar Aschenbachs pedofiele geaardheid die verzwegen moet worden, net zoals in Venetië de cholera-epidemie verzwegen wordt alweer een fraaie, literaire parallel. De beide polen van deze parallel versmelten op het einde met elkaar: Dit alles vraagt om enig bijkomend commentaar. Toen Mann zijn novelle schreef, was hij 35 jaar, getrouwd en vader van vier kinderen. Kan hij dan een pedofiel geweest zijn?

Wij hebben drie, vrij recente Mann-biografieën geraadpleegd. The Making of an Artist, , Alfred A. In geen van deze drie boeken wordt over de biseksuele geaardheid van Mann en meer bepaald over zijn neiging tot pedofilie geheimzinnig gedaan. In juli schreef Mann aan ene Philip Witkop dat hij aan het werken was: Winston voegt daaraan toe: En dezelfde auteur noteert: The role of spokesman for an inarticulate mass was scarcely new to German literature.

Ook van Aschenbach wordt in de novelle vermeld dat hij weduwnaar is en een dochter heeft, maar: Hier is manifest precies hetzelfde aan de hand als in de verfilming van Visconti, waarover iemand uit onze vriendenkring ooit de volgende, toch wel merkwaardige passage schreef: Hoeft ook niet, al is dit familiegegeven toch significant in de discussie of Aschenbach nu ja dan nee een pedofiel zou zijn. Het antwoord is, in weerwil van de latere feiten [cursivering van ons]: Iedereen ziet natuurlijk van ver dat het antwoord ja is en dat die compleet niet-functionele filmsequensen rond Aschenbachs gezinnetje net als de sequens met de prostituee door Visconti zijn ingebouwd bovendien: Als je dan ook nog eens weet dat Visconti een notoire homoseksueel-met-pedofiele-trekjes was en dat Mann evenmin de knapenliefde ongenegen was ondanks zijn huwelijk!

Ook die overleden vrouw en die overigens onzichtbare dochter in de novelle dienen louter als mistgordijn. De concrete gebeurtenissen in Der Tod in Venedig zijn trouwens grotendeels gebaseerd op waar gebeurde, autobiografische feiten.

In zijn Sketch of My Life schreef Mann die in met zijn vrouw en zijn broer Heinrich een tijdje in Venetië verbleef: En er was toen effectief een tienjarig! Pools jongetje dat door Mann nauwlettend geobserveerd werd. Interessant om weten is verder dat Mann rond goed bevriend was met Ernst Bertram, een jonge, homoseksuele assistent van de universiteit van Bonn, die Mann een bespreking had gestuurd van diens Königliche Hoheit , waarop Mann een dankbriefje terugschreef met de mededeling dat de tekst hem tot tranen toe had bewogen!

Dat Thomas Mann een biseksueel was en zijn Der Tod in Venedig een gecamoufleerde outing, staat na dit alles vast, maar dat betekent natuurlijk niet dat deze novelle slechts een verhaal over een pedofiel zou zijn. Het boekje had dus blijkbaar nogal wat succes, en al die kopers zullen toch geen homo- of biseksuelen zijn geweest? Heilbut noteert in dit verband: Heilbut laat dan een aantal critici de revue passeren, waarvan sommigen Mann eerder negatief beoordelen omwille van zijn outing, maar vele anderen niet.

En inderdaad kan niet ontkend worden dat Mann een autobiografisch én blijkbaar problematisch motief op een hoger, ten zeerste aanvaardbaar niveau getild heeft via allerhande literaire kunst-grepen, zodat het geheel een universele, haast mythische metafysische lijkt ons hier minder toepasselijk dimensie krijgt.

Hayman formuleerde deze universele dimensie als volgt: Dat Thomas Mann aan een delicaat thema een literaire meerwaarde heeft gegeven, valt moeilijk te ontkennen. Ook ons spreekt de door hem aangebrachte abstracte thematiek zeker aan: Maar wij hebben onszelf niet gemaakt, en dus blijft het wel degelijk storen dat het concrete verhaal waarin deze thematiek gebed is, draait rond een ouder wordende man die zijn pedofiele neigingen niet kan bedwingen.

Voor de manier waarop Mann aan deze geaardheid een kunstige vorm gaf, hebben wij de nodige bewondering, maar de autobiografische trigger die achter het geheel steekt, spreekt ons totaal niet aan.

In plaats van een op een jongetje verliefde oude man zou je je ook een heel andere trigger voor dit verhaal kunnen inbeelden: Ongetwijfeld zou zulk een verhaal ons persoonlijk oneindig veel meer aanspreken, maar even ongetwijfeld zou het ethisch bekeken net zo louche in elkaar zitten als Manns Tadzio-story. Wellicht hebben wij dus niet het recht om Mann en Aschenbach te veroordelen omwille van hun afwijkende geaardheid, maar wij hebben wel het recht om deze geaardheid niet als de onze te beschouwen en om Der Tod in Venedig om déze reden minder aantrekkelijk te vinden.

Wij halen het voorbeeld van die man en dat jarig meisje ook aan, omdat aan de basis van Der Tod in Venedig bij Mann onder meer het idee lag om iets te schrijven rond de jarige Goethe die in te Marienbad zijn waardigheid te grabbel gooide door de jarige Ulrike von Levetzow ten huwelijk te vragen [Hayman In schreef Mann in een brief aan Carl Maria Weber dichter, criticus en homoseksueel: It was the story — seen grotesquely — of the aged Goethe and that little girl in Marienbad whom he was absolutely determined to marry, with the acquiescence of her social-climbing mother and despite the outraged horror of his own family, with the girl not wanting it at all — this story with all its terribly comic, shameful, awesomely ridiculous situations, this embarrassing, touching, and grandiose story which I may someday write after all.

Wat ons betreft had Tadzio in Der Tod in Venedig rustig vervangen mogen worden door Ulrike, dat zal onderhand duidelijk zijn. Nog een andere en laatste reden waarom wij Manns novelle nooit in onze literatuur-top 10 aller tijden zouden zetten, is overigens de hierboven in een citaat reeds vermelde plummy [geaffecteerde] stijl van het geheel.

Lees het volgende citaat en geef toe dat Mann soms kon zeuren als de beste: Als Aschenbach tijdens het concert van de volksmuzikanten drinkt, drinkt hij niet, nee, hij verkoelt nu en dan zijn lippen: Grote liefde zal het tussen Manns novelle uit en ons nooit worden, maar niemand zal durven beweren dat wij hem met deze forse bespreking niet de nodige respectvolle aandacht hebben geschonken.

En nu gaan we met dit alles in het achterhoofd de verfilming van Visconti nog eens bekijken. Net als in deze laatste prent worden in Traffic op postmoderne wijze verschillende verhaaldraden door elkaar geweven. Het zijn er een viertal. Deze sequensen zijn gefilmd met een blauwfilter. Als zijn vriend en collega wegens verraad door de generaal en diens kartel vermoord wordt, beslist hij om de generaal te verraden aan de Amerikanen.

Over deze sequensen hangt een gele waas en zij zijn gefilmd met een digitale videocamera zodat de beelden er korreliger uitzien dan in de andere sequensen. Als haar zoontje door Mexicaanse schuldeisers bedreigd wordt, beslist zij om zelf de zaakjes te gaan leiden en ontpopt zij zich tot een keiharde drugstante. Hij moet deze kroongetuige constant begeleiden en beschermen maar Helena slaagt er toch in de man te laten vermoorden na een eerdere mislukte poging met een bom waarvan Montels collega het slachtoffer wordt.

Haar echtgenoot wordt daarop vrijgesproken. Deze laatste twee verhaallijnen die eigenlijk samenhangen en één geheel vormen werden in normale kleuren verfilmd. Ondanks het feit dat de goede personages onderweg de nodige psychische blutsen en builen oplopen, eindigen de drie verhaallijnen hoopvol.

Onvergetelijk is zijn laatste zinnetje: We are here to listen. Nochtans laat de film heel duidelijk uitkomen wat een hopeloze zaak heel die war on drugs wel is: Doordat deze boodschap op een cinematografisch ijzersterke en zelfverzekerde manier overgebracht wordt, is Traffic een beklijvende en indrukwekkende prent geworden, niet in het minst ook door de knappe acteerprestaties. Del Toro kreeg een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol maar mogen we ook even wijzen op de geslaagde manier waarop tienerdochter Caroline Erika Christensen, ooit nog van gehoord?

Bij deze zoveelste visie menen we overigens een loshangend misschien met opzet niet uitgewerkt draadje in de film ontdekt te hebben. Zou de supersympathieke Javier Rodriguez met zijn onzelfzuchtig cadeautje voor de Mexicaanse niños een pedofiel zijn? Hij is niet getrouwd, heeft geen vriendin en lapt een Mexicaanse drugsgangster erbij door zich overtuigend voor te doen als homo.

Veel belang heeft het echter niet, want Traffic is en blijft een prima film. Van 24 april tot 14 mei maakte Felix Timmermans samen met zijn vrouw Marieke en zijn zusters Emma en Rachel een Italiëreis. Timmermans beschrijft zijn reisindrukken datzelfde jaar nog in een reeks artikelen in De Maasbode en het jaar daarop verschijnen ze gebundeld in boekvorm. De Fe heeft natuurlijk wel zijn eigen pittoreske, katholiek-naïeve en sterk naar het impressionisme neigende stijl maar de opsomming van kerken, wijngaarden, steden en stadjes en hun bewonderende beschrijvingen met hier en daar een moment van teleurstelling gaat al snel vervelen.

Een biografie , Lannoo, Tielt, , blz. Onze goeie ouwe professor R. Dat laatste is zeker waar. Ofschoon Mussolini net in aan de macht kwam en Timmermans op straat wel enkele fascistische soldaten signaleert, wijst Gaston Durnez er terecht op hoe politieke en maatschappelijke kwesties blijkbaar totaal aan Timmermans voorbij zijn gegaan in Italië: Timmermans luistert met zijn ziel naar een land van kunst en religie.

Wij zijn in de bibliotheek op dit werkje gestoten omdat de boeken van Timmermans door het Davidsfonds zo mooi zijn uitgegeven, in ranke bandekes met schone rode ruggeskes, en oh, dat is zo onmeedogend zoet aan de ogen, en het doet u denken aan uwen schonen kindertijd toen ge nog gaarne van die boekskens laast en ge krijgt er bijkans tranen van in de puttekens van uwe ogen. Naar waar de appelsienen groeien is een zwak werk dat behalve de naïef-impressionistische beschrijving van wat kerkmuren, schilderijen en landschappen weinig te bieden heeft.

Dit boekje geeft voor een breed publiek een overzicht van de Antwerpse rechtspraak van de late Middeleeuwen tot aan de Franse Revolutie. Hoewel het populariserend bedoeld is en de toon eerder breed-vertellend dan nauwkeurig-analyserend overkomt, bevat het toch de nodige voetnoten en getuigt het van voldoende voorbereidend veldwerk, voldoende in elk geval om een ernstige en betrouwbare indruk te maken.

Enkele zaken die wij opgestoken hebben, op een rijtje. Het oude gewoonte- of kostuimelijk recht omvatte zowel de burgerlijke of civiele rechtspraak als de strafrechtelijke of criminele rechtspraak. De civiele zaken waren toevertrouwd aan de ambtman , terwijl de criminele rechtspraak de verantwoordelijkheid was van de schout , die de hertog van Brabant vertegenwoordigde [p.

Een vergelijking van de Antwerpse keuren en kostuimen met die van andere steden en gemeenten toont aan dat er veel gelijkaardigs te vinden was in het gewoonterecht van het historische hertogdom Brabant. Op een aantal punten konden de procedures wel verschillen, vooral wat de grote steden vergeleken met het platteland betrof [p. De executies werden uitgevoerd door de beul , die aanvankelijk enkele merkwaardige privileges bezat: In de loop der tijden zou de drossaard een deel van zijn gezag moeten afstaan aan de officier-fiscaal van de Raad van Brabant en de hertogen van Bourgondië hadden al een provoost-generaal aangesteld die vooral misdadigers moest opsporen en bestraffen die van gemeente naar gemeente vluchtten om aan de plaatselijke jurisdictie te ontsnappen [p.

Een in Antwerpen gevreesde en beruchte provoost-generaal was Jan Grauwels, bijnaam: Spelleken, naar de rechterlijke roede of stok: De assistenten van de schout en de onderschout, de gezworen gerechtsdienaars, werden kolfdragers genoemd zij droegen als teken van hun macht ook een stok of kolf [p.

De dienaars van de wethouders of schepenen werden korteroeden genoemd [p. Twee exemplaren van deze druk bleven bewaard: Er verschenen nog drie andere edities van dit werk, één in Parijs en twee in Lyon. De volledige titel luidt: Dit es de cause daeromme dattet gheschil rijst tusschen den Venetianen ende den Roomschen keyser ende den Coninck van Vranrijck ende anderen diverschen princen, hertoghen ende meer anderen kersteliken coninghen hierna ghenarreert, van landen, steden ende casteelen die sij denselven Paus, Keyser, Coningen ende ander hertogen ende princen tonrechte onthouden.

De Venetianen worden beschuldigd van immoreel en verwerpelijk gedrag sinds het ontstaan van hun stad. Ze worden aangeklaagd omwille van hun geldzucht en omwille van de illegale bezetting van gebieden die toebehoren aan de paus, de keizer, de Franse koning, de hertog van Oostenrijk en andere christelijke heersers.

Dit zal leiden tot agressie die voor de Venetianen verlies van eer en goederen met zich zal meebrengen.

..


U kunt bij ons ook terecht voor een Bodemsaneringskeuring, een ademluchtkeuring en natuurlijk ook voor de medische onafhankelijke ademluchtkeuring.

Bij de medische check voor onafhankelijke ademluchtkeuring hoort ook een inspanningstest. Dit wordt bij Keurdokter gedaan met professionele apparatuur en uitgevoerd door gecertificeerde bedrijfsartsen. Voorts hebben wij ook een keuring voor de medische buspas, vroeger heette dit ook wel de medibuspas.

Dit kan uitgevoerd worden op alle locaties van Keurdokter en, is net als het rijbewijs, vijf jaar geldig! Ondertussen bestaat Keurdokter al meer dan 10 jaar en heeft daarom veel ervaring op het gebied van medische onderzoeken. Door deze jaren lange ervaring is Keurdokter op de hoogte van alle medische criteria en wettelijke eisen voor elke keuring die u nodig heeft!

Tevens is Keurdokter goed bereikbaar voor u, zowel met de auto als met het openbaar vervoer. Er zijn meerdere redenen om te kiezen voor Keurdokter: Wij werken met een informeel hecht team , persoonlijk contact vinden wij heel belangrijk Wij luisteren naar wat u wilt, een medische keuring is bij ons maatwerk Heeft u als bedrijf 10 of meer werknemers? Dan bieden wij de mogelijkheid om op  uw locatie de medische keuringen uit te voeren Wij plannen een medische keuring wanneer het u uitkomt, dit kan ook op zaterdag of in de avonduren Snel een medische keuring nodig?

Bij Keurdokter streven wij ernaar om een medische keuring  binnen 2 weken te laten uitvoeren. Racelicentie keuring Nieuws , Racelicentie keuring. Bodemsaneringskeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws.

Verheyen heeft ongetwijfeld een punt met zijn kritiek op het haperende rechtssysteem in België, maar of zijn film daar veel aan zal veranderen valt te betwijfelen. Daar is hij te weinig overtuigend voor. Fischer Taschenbuch, Frankfurt am Main, , pp.

Thomas Mann, De Dood in Venetië. Geautoriseerde bewerking van W. Buddenbrooks], Mann wrote two novelettes which have come to be considered masterpieces of their kind: Wij hebben deze laatste novelle gelezen in een oude Nederlandse vertaling, maar met de Duitse tekst bij de hand. In de eerste twee overigens nogal langdradige en bijzonder stroef geschreven hoofdstukken leren we Gustav von Aschenbach kennen als een vermoeide schrijver op jaren die tijdens een wandeling in zijn woonplaats München een vreemdeling ontmoet: Offenbar war er durchaus nicht bajuwarischen Schlages [behoorde hij niet tot het Beierse ras]: Aschenbach heeft geen contact met de man, maar: Met de afloop van de novelle in het achterhoofd, kunnen we stellen dat deze vreemdeling die in de rest van het verhaal niet meer voorkomt de Dood symboliseert.

Zijn verstand en zijn van jongsaf geoefende zelftucht trachten die plots opkomende begeerte om te zwerven te bedwingen, maar dat mislukt.

Het verhaalthema dat hier aangebracht wordt, is de strijd tussen rede en gevoel, tussen wilskracht en begeerte. Het tweede hoofdstuk gaat wat dieper in op het literaire oeuvre en het leven van Aschenbach. In verband met dat werk lijkt het volgende zinnetje van belang te zijn: Blijkbaar wordt hier weer het thema verstand tegenover hartstocht aangeraakt en leren we Aschenbach kennen als iemand voor wie de beheersing van de aardse driften door de rede erg belangrijk is.

In verband met zijn privéleven vernemen we nog het volgende: Eine Tochter, schon Gattin, war ihm geblieben. In het derde hoofdstuk reist Aschenbach naar een eiland in de Adriatische Zee, maar hij vindt er zijn draai niet, en beslist alsnog om naar Venetië af te varen. Vanaf hier loopt de concrete verhaallijn van het boek min of meer gelijk met die van de film. De eerste twee hoofdstukken werden door Visconti gewoon weggelaten.

Op het schip wordt Aschenbachs aandacht getrokken door een groepje jongemannen, blijkbaar kantoorbedienden op een dagje uit, die nogal veel lawaai maken.

Eén van hen is een dronken oude man die zich als jongeling geschminkt en gekleed heeft. Opmerkelijk is dan het volgende zinnetje: Even later, bij het verlaten van de boot, spreekt de oude Aschenbach aan: Dit zijn duidelijk anticiperende elementen die vooruitwijzen naar Aschenbachs verliefdheid op Tadzio en tegelijk een belangrijk verhaalthema aanbrengen: En inderdaad, even later krijgt Aschenbach in zijn hotel voor de eerste maal Tadzio te zien: Tijdens de avondmaaltijd verzinkt de oude schrijver in gedachten: Niet direct een passage die uitblinkt door helderheid, maar opnieuw worden hier twee werelden tegenover elkaar gesteld: Aschenbach verliest Tadzio nu nauwelijks meer uit het oog vooral op het strand en wordt meer en meer bevangen door de schoonheid van de knaap die een haast mythische dimensie krijgt.

Wij geven, ter afwisseling, een fragment in vertaling: Een probleem is echter dat de wind niet goed zit, zodat de uitwasemingen van de nabije lagune een slechte invloed hebben op Aschenbachs gezondheid. Hij besluit om te vertrekken uit Venetië, naar een andere kustplaats, maar doordat zijn bagage op een verkeerde trein wordt gezet, ziet hij zich verplicht terug te keren naar het hotel.

In het vierde hoofdstuk heeft Aschenbach het zwaar te pakken: Weliswaar wordt deze verliefdheid op een jarige jongen in een allegorisch licht geplaatst, waarbij de knapenschoonheid een beeld is voor de aardse zinnelijkheid die het verstand verdooft: Dat was de roes en zonder aarzelen, ja gretig heette de oud wordende kunstenaar dien welkom.

Maar toch kan men er moeilijk naast kijken dat hier op het letterlijke, concrete niveau sprake is van een oude man die platonisch: Hoofdstuk 4 eindigt als volgt: Absurd, verachtelijk, belachelijk en toch. Je kan er inderdaad niet naast kijken. Wat Aschenbach er dan toe brengt een tekst te schrijven waarvan de stijl en de structuur de bouw en de lijnen van het knapenlichaam zouden volgen: Een fraaiere verwoording van sublimatie had Freud zich waarschijnlijk niet kunnen dromen: In het vijfde hoofdstuk komt dan de cholera-epidemie op de proppen die door de Venetianen zoveel mogelijk weggemoffeld wordt.

Het maakt Aschenbach ongerust, maar tegelijk ook verheugd omwille van de verstoring van de burgerlijke orde die een epidemie met zich kan meebrengen: Aschenbach is hier dus al zo ver heen, dat hij meer en meer overhelt naar de kant van de hartstocht, en het verstand waarbij zich hier de idee van een geordende burgerlijke samenleving voegt links laat liggen.

Toch is hij — op het letterlijke, concrete niveau — nog alert genoeg om tijdens het straatzangersconcert wanneer Tadzio vlak in zijn buurt staat, te beseffen dat het om een in wezen pedofiele liefdesrelatie gaat: Een tijdje later heeft Aschenbach een droom over een soort Griekse orgie ter ere van een godheid die eindigt als volgt: Ja, zij waren hij zelf, toen zij zich verscheurend en moordend op de dieren wierpen en rookende lappen verslonden, toen op den omgewoelden mosgrond een eindelooze paring begon als offer voor den god.

Hij zag hem en verried hem niet. Aschenbach begint echter meer en meer last te krijgen van zijn gezondheid en dat biedt dan weer de kans om deze onbetamelijke verliefdheid op een hoger, allegorisch plan te heffen: Die abstracte thematiek hebben we nu onderhand wel door: Aschenbach laat zich dan onder handen nemen door een barbier en paradeert met zwartgeverfde haren. Dat moet natuurlijk allemaal verkeerd aflopen, en Sokrates komt aan zijn Phaidros nog even vertellen waarom: Of geloof je eerder ik laat de beslissing aan jou over , dat dit een gevaarlijke weg is, in waarheid een dwaal- en zondenweg, die noodzakelijk dood loopen moet?

Want je moet weten, dat wij dichters den weg der schoonheid niet gaan kunnen zonder dat Eros zich bij ons voegt en zich als leider opwerpt; ja, al mogen we op onze wijze helden en dappere krijgslieden zijn, toch zijn we als vrouwen, want hartstocht is ons ideaal en ons hoogste verlangen moet liefde blijven — dat wil zeggen onze vreugde en onze schande. Zie je nu wel, dat wij dichters noch wijs, noch waardig kunnen zijn?

Dat wij noodzakelijk op een dwaalspoor komen, noodzakelijk liederlijk en avonturiers van het gevoel blijven? De degelijkheid van onzen stijl is leugen en dwaasheid, onze roem en eereplaats een klucht, het vertrouwen der menigte in ons hoogst belachelijk, de volks- en jeugdopvoeding door de kunst een gewaagde onderneming, die eigenlijk verboden moest worden.

Want hoe zou hij als opvoeder deugen, wien een onverbeterlijke en natuurlijke neiging tot den afgrond aangeboren is? Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig, zouden wij zo zeggen. Volgens ons doet Thomas Mann hier aan gecamoufleerde outing , maar toegegeven: Aschenbach begint zich dan onwel te voelen. Hij verneemt dat Tadzio en zijn Poolse familie gaan vertrekken en die ochtend ziet hij het voorwerp van zijn verlangen voor de laatste keer.

De novelle eindigt als volgt: En zooals zoo dikwijls maakte hij zich op om hem te volgen. Minuten verliepen voor men den zijdelings in zijn stoel weggezonken man te hulp snelde. Men bracht hem naar zijn kamer. Wat is er in Der Tod in Venedig nu precies aan de hand? Thomas Mann heeft in deze novelle zijn pedofiele geaardheid literair vorm gegeven door een ouder wordende overigens naar de componist Gustav Mahler geboetseerde man te laten worstelen met een op de leer van Plato geënt existentieel-filosofisch probleem.

Dit probleem bestaat uit de dualistische tegenstelling tussen enerzijds de ratio vul aan: Aschenbach, die zich heel zijn leven zorgvuldig aan het eerste heeft gehouden, kiest op latere leeftijd voor het tweede, en wordt daarvoor gestraft met de ondergang.

Die jeugd wordt ten tonele gevoerd in de persoon van een jarige mooie jongen en dat verwijst op het concrete niveau naar Aschenbachs pedofiele geaardheid die verzwegen moet worden, net zoals in Venetië de cholera-epidemie verzwegen wordt alweer een fraaie, literaire parallel. De beide polen van deze parallel versmelten op het einde met elkaar: Dit alles vraagt om enig bijkomend commentaar. Toen Mann zijn novelle schreef, was hij 35 jaar, getrouwd en vader van vier kinderen.

Kan hij dan een pedofiel geweest zijn? Wij hebben drie, vrij recente Mann-biografieën geraadpleegd. The Making of an Artist, , Alfred A. In geen van deze drie boeken wordt over de biseksuele geaardheid van Mann en meer bepaald over zijn neiging tot pedofilie geheimzinnig gedaan.

In juli schreef Mann aan ene Philip Witkop dat hij aan het werken was: Winston voegt daaraan toe: En dezelfde auteur noteert: The role of spokesman for an inarticulate mass was scarcely new to German literature. Ook van Aschenbach wordt in de novelle vermeld dat hij weduwnaar is en een dochter heeft, maar: Hier is manifest precies hetzelfde aan de hand als in de verfilming van Visconti, waarover iemand uit onze vriendenkring ooit de volgende, toch wel merkwaardige passage schreef: Hoeft ook niet, al is dit familiegegeven toch significant in de discussie of Aschenbach nu ja dan nee een pedofiel zou zijn.

Het antwoord is, in weerwil van de latere feiten [cursivering van ons]: Iedereen ziet natuurlijk van ver dat het antwoord ja is en dat die compleet niet-functionele filmsequensen rond Aschenbachs gezinnetje net als de sequens met de prostituee door Visconti zijn ingebouwd bovendien: Als je dan ook nog eens weet dat Visconti een notoire homoseksueel-met-pedofiele-trekjes was en dat Mann evenmin de knapenliefde ongenegen was ondanks zijn huwelijk!

Ook die overleden vrouw en die overigens onzichtbare dochter in de novelle dienen louter als mistgordijn. De concrete gebeurtenissen in Der Tod in Venedig zijn trouwens grotendeels gebaseerd op waar gebeurde, autobiografische feiten. In zijn Sketch of My Life schreef Mann die in met zijn vrouw en zijn broer Heinrich een tijdje in Venetië verbleef: En er was toen effectief een tienjarig!

Pools jongetje dat door Mann nauwlettend geobserveerd werd. Interessant om weten is verder dat Mann rond goed bevriend was met Ernst Bertram, een jonge, homoseksuele assistent van de universiteit van Bonn, die Mann een bespreking had gestuurd van diens Königliche Hoheit , waarop Mann een dankbriefje terugschreef met de mededeling dat de tekst hem tot tranen toe had bewogen!

Dat Thomas Mann een biseksueel was en zijn Der Tod in Venedig een gecamoufleerde outing, staat na dit alles vast, maar dat betekent natuurlijk niet dat deze novelle slechts een verhaal over een pedofiel zou zijn. Het boekje had dus blijkbaar nogal wat succes, en al die kopers zullen toch geen homo- of biseksuelen zijn geweest? Heilbut noteert in dit verband: Heilbut laat dan een aantal critici de revue passeren, waarvan sommigen Mann eerder negatief beoordelen omwille van zijn outing, maar vele anderen niet.

En inderdaad kan niet ontkend worden dat Mann een autobiografisch én blijkbaar problematisch motief op een hoger, ten zeerste aanvaardbaar niveau getild heeft via allerhande literaire kunst-grepen, zodat het geheel een universele, haast mythische metafysische lijkt ons hier minder toepasselijk dimensie krijgt.

Hayman formuleerde deze universele dimensie als volgt: Dat Thomas Mann aan een delicaat thema een literaire meerwaarde heeft gegeven, valt moeilijk te ontkennen. Ook ons spreekt de door hem aangebrachte abstracte thematiek zeker aan: Maar wij hebben onszelf niet gemaakt, en dus blijft het wel degelijk storen dat het concrete verhaal waarin deze thematiek gebed is, draait rond een ouder wordende man die zijn pedofiele neigingen niet kan bedwingen.

Voor de manier waarop Mann aan deze geaardheid een kunstige vorm gaf, hebben wij de nodige bewondering, maar de autobiografische trigger die achter het geheel steekt, spreekt ons totaal niet aan.

In plaats van een op een jongetje verliefde oude man zou je je ook een heel andere trigger voor dit verhaal kunnen inbeelden: Ongetwijfeld zou zulk een verhaal ons persoonlijk oneindig veel meer aanspreken, maar even ongetwijfeld zou het ethisch bekeken net zo louche in elkaar zitten als Manns Tadzio-story. Wellicht hebben wij dus niet het recht om Mann en Aschenbach te veroordelen omwille van hun afwijkende geaardheid, maar wij hebben wel het recht om deze geaardheid niet als de onze te beschouwen en om Der Tod in Venedig om déze reden minder aantrekkelijk te vinden.

Wij halen het voorbeeld van die man en dat jarig meisje ook aan, omdat aan de basis van Der Tod in Venedig bij Mann onder meer het idee lag om iets te schrijven rond de jarige Goethe die in te Marienbad zijn waardigheid te grabbel gooide door de jarige Ulrike von Levetzow ten huwelijk te vragen [Hayman In schreef Mann in een brief aan Carl Maria Weber dichter, criticus en homoseksueel: It was the story — seen grotesquely — of the aged Goethe and that little girl in Marienbad whom he was absolutely determined to marry, with the acquiescence of her social-climbing mother and despite the outraged horror of his own family, with the girl not wanting it at all — this story with all its terribly comic, shameful, awesomely ridiculous situations, this embarrassing, touching, and grandiose story which I may someday write after all.

Wat ons betreft had Tadzio in Der Tod in Venedig rustig vervangen mogen worden door Ulrike, dat zal onderhand duidelijk zijn. Nog een andere en laatste reden waarom wij Manns novelle nooit in onze literatuur-top 10 aller tijden zouden zetten, is overigens de hierboven in een citaat reeds vermelde plummy [geaffecteerde] stijl van het geheel.

Lees het volgende citaat en geef toe dat Mann soms kon zeuren als de beste: Als Aschenbach tijdens het concert van de volksmuzikanten drinkt, drinkt hij niet, nee, hij verkoelt nu en dan zijn lippen: Grote liefde zal het tussen Manns novelle uit en ons nooit worden, maar niemand zal durven beweren dat wij hem met deze forse bespreking niet de nodige respectvolle aandacht hebben geschonken.

En nu gaan we met dit alles in het achterhoofd de verfilming van Visconti nog eens bekijken. Net als in deze laatste prent worden in Traffic op postmoderne wijze verschillende verhaaldraden door elkaar geweven. Het zijn er een viertal. Deze sequensen zijn gefilmd met een blauwfilter. Als zijn vriend en collega wegens verraad door de generaal en diens kartel vermoord wordt, beslist hij om de generaal te verraden aan de Amerikanen.

Over deze sequensen hangt een gele waas en zij zijn gefilmd met een digitale videocamera zodat de beelden er korreliger uitzien dan in de andere sequensen. Als haar zoontje door Mexicaanse schuldeisers bedreigd wordt, beslist zij om zelf de zaakjes te gaan leiden en ontpopt zij zich tot een keiharde drugstante.

Hij moet deze kroongetuige constant begeleiden en beschermen maar Helena slaagt er toch in de man te laten vermoorden na een eerdere mislukte poging met een bom waarvan Montels collega het slachtoffer wordt.

Haar echtgenoot wordt daarop vrijgesproken. Deze laatste twee verhaallijnen die eigenlijk samenhangen en één geheel vormen werden in normale kleuren verfilmd. Ondanks het feit dat de goede personages onderweg de nodige psychische blutsen en builen oplopen, eindigen de drie verhaallijnen hoopvol. Onvergetelijk is zijn laatste zinnetje: We are here to listen. Nochtans laat de film heel duidelijk uitkomen wat een hopeloze zaak heel die war on drugs wel is: Doordat deze boodschap op een cinematografisch ijzersterke en zelfverzekerde manier overgebracht wordt, is Traffic een beklijvende en indrukwekkende prent geworden, niet in het minst ook door de knappe acteerprestaties.

Del Toro kreeg een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol maar mogen we ook even wijzen op de geslaagde manier waarop tienerdochter Caroline Erika Christensen, ooit nog van gehoord? Bij deze zoveelste visie menen we overigens een loshangend misschien met opzet niet uitgewerkt draadje in de film ontdekt te hebben. Zou de supersympathieke Javier Rodriguez met zijn onzelfzuchtig cadeautje voor de Mexicaanse niños een pedofiel zijn?

Hij is niet getrouwd, heeft geen vriendin en lapt een Mexicaanse drugsgangster erbij door zich overtuigend voor te doen als homo. Veel belang heeft het echter niet, want Traffic is en blijft een prima film. Van 24 april tot 14 mei maakte Felix Timmermans samen met zijn vrouw Marieke en zijn zusters Emma en Rachel een Italiëreis. Timmermans beschrijft zijn reisindrukken datzelfde jaar nog in een reeks artikelen in De Maasbode en het jaar daarop verschijnen ze gebundeld in boekvorm. De Fe heeft natuurlijk wel zijn eigen pittoreske, katholiek-naïeve en sterk naar het impressionisme neigende stijl maar de opsomming van kerken, wijngaarden, steden en stadjes en hun bewonderende beschrijvingen met hier en daar een moment van teleurstelling gaat al snel vervelen.

Een biografie , Lannoo, Tielt, , blz. Onze goeie ouwe professor R. Dat laatste is zeker waar. Ofschoon Mussolini net in aan de macht kwam en Timmermans op straat wel enkele fascistische soldaten signaleert, wijst Gaston Durnez er terecht op hoe politieke en maatschappelijke kwesties blijkbaar totaal aan Timmermans voorbij zijn gegaan in Italië: Timmermans luistert met zijn ziel naar een land van kunst en religie.

Wij zijn in de bibliotheek op dit werkje gestoten omdat de boeken van Timmermans door het Davidsfonds zo mooi zijn uitgegeven, in ranke bandekes met schone rode ruggeskes, en oh, dat is zo onmeedogend zoet aan de ogen, en het doet u denken aan uwen schonen kindertijd toen ge nog gaarne van die boekskens laast en ge krijgt er bijkans tranen van in de puttekens van uwe ogen.

Naar waar de appelsienen groeien is een zwak werk dat behalve de naïef-impressionistische beschrijving van wat kerkmuren, schilderijen en landschappen weinig te bieden heeft.

Dit boekje geeft voor een breed publiek een overzicht van de Antwerpse rechtspraak van de late Middeleeuwen tot aan de Franse Revolutie. Hoewel het populariserend bedoeld is en de toon eerder breed-vertellend dan nauwkeurig-analyserend overkomt, bevat het toch de nodige voetnoten en getuigt het van voldoende voorbereidend veldwerk, voldoende in elk geval om een ernstige en betrouwbare indruk te maken.

Enkele zaken die wij opgestoken hebben, op een rijtje. Het oude gewoonte- of kostuimelijk recht omvatte zowel de burgerlijke of civiele rechtspraak als de strafrechtelijke of criminele rechtspraak. De civiele zaken waren toevertrouwd aan de ambtman , terwijl de criminele rechtspraak de verantwoordelijkheid was van de schout , die de hertog van Brabant vertegenwoordigde [p.

Een vergelijking van de Antwerpse keuren en kostuimen met die van andere steden en gemeenten toont aan dat er veel gelijkaardigs te vinden was in het gewoonterecht van het historische hertogdom Brabant. Op een aantal punten konden de procedures wel verschillen, vooral wat de grote steden vergeleken met het platteland betrof [p.

De executies werden uitgevoerd door de beul , die aanvankelijk enkele merkwaardige privileges bezat: In de loop der tijden zou de drossaard een deel van zijn gezag moeten afstaan aan de officier-fiscaal van de Raad van Brabant en de hertogen van Bourgondië hadden al een provoost-generaal aangesteld die vooral misdadigers moest opsporen en bestraffen die van gemeente naar gemeente vluchtten om aan de plaatselijke jurisdictie te ontsnappen [p.

Een in Antwerpen gevreesde en beruchte provoost-generaal was Jan Grauwels, bijnaam: Spelleken, naar de rechterlijke roede of stok: De assistenten van de schout en de onderschout, de gezworen gerechtsdienaars, werden kolfdragers genoemd zij droegen als teken van hun macht ook een stok of kolf [p.

De dienaars van de wethouders of schepenen werden korteroeden genoemd [p. Twee exemplaren van deze druk bleven bewaard: Er verschenen nog drie andere edities van dit werk, één in Parijs en twee in Lyon.

De volledige titel luidt: Dit es de cause daeromme dattet gheschil rijst tusschen den Venetianen ende den Roomschen keyser ende den Coninck van Vranrijck ende anderen diverschen princen, hertoghen ende meer anderen kersteliken coninghen hierna ghenarreert, van landen, steden ende casteelen die sij denselven Paus, Keyser, Coningen ende ander hertogen ende princen tonrechte onthouden.

De Venetianen worden beschuldigd van immoreel en verwerpelijk gedrag sinds het ontstaan van hun stad. Ze worden aangeklaagd omwille van hun geldzucht en omwille van de illegale bezetting van gebieden die toebehoren aan de paus, de keizer, de Franse koning, de hertog van Oostenrijk en andere christelijke heersers. Dit zal leiden tot agressie die voor de Venetianen verlies van eer en goederen met zich zal meebrengen. In de Antwerpse druk is het echter keizer Maximiliaan die voortdurend geprezen wordt en die impliciet wordt gezien als de leider van de militaire expeditie waarmee gedreigd wordt.

Terwijl dus de Franse druk kan beschouwd worden als Franse propaganda, is de Antwerpse druk een polemische tekst die propaganda maakt ten voordele van keizer Maximiliaan. Als Antwerpse druk in de eerste plaats stadsliteratuur, maar het geïntendeerde publiek van de propaganda omvat naast burgers zeker ook de adel in de Nederlanden. Venegien biedt weinig of geen leesplezier, maar heeft als cultuurhistorisch document zijn waarde.

Erwich, Arena, Amsterdam, , blz. Juan Manuel de Prada °, Zamora schreef een aantal jaren geleden een nog merkwaardiger boekje, getiteld Coños. De titel van de Nederlandse vertaling, Kut , klinkt een stuk minder gepast. Waarom gebruikte men als titel niet gewoonweg Kutten? Het gaat hier inderdaad om een verzameling van 54 korte prozastukjes van telkens enkele bladzijden met als centraal onderwerp het vrouwelijke geslachtsorgaan.

Je zou het kunnen beschouwen als literaire stijloefeningen, maar dan wel — laten we dat meteen klaar en duidelijk stellen — stijloefeningen van een prettig hoog niveau die getuigen van een opmerkelijk talent om fraaie parafrasen voor de vagina te bedenken op de vierkante centimeter.

De stukjes balanceren op de grens tussen proza en poëzie. Men kan het poëtisch proza of gedichten in doorlopende zinnen noemen, het maakt niet uit: Juan Manuel de Prada trekt met deze ook nog eens vol speelse fantasie en frivole humor stekende taalkunstwerkjes onweerstaanbaar de aandacht. Weliswaar zijn niet alle onderdeeltjes even sterk, maar de meeste zijn meer dan middelmatig goed geschreven, en een aantal zijn ronduit knap.

De titels van de afzonderlijke bijdragen zijn soms wat voorspelbaar De kut van maagden , De kut van lesbiennes , De kut van kleine meisjes , De kut van weduwen , De kut van hoeren , maar vaker zijn ze intrigerend en af en toe zelfs bizar: De kut van Valeria had die verdediging ontwikkeld die de natuur heeft voorbehouden aan de fauna in de poolstreken en aan gezinnen zonder centrale verwarming.

Ik vond het haast jammer om bij haar binnen te gaan, uit angst ook maar een greintje vuil op het uiterst fijne pluche achter te laten, maar Valeria zelf nodigde mij hiertoe uit, zodat ik ten slotte de papieren tekende en wij een nummertje maakten in mijn kantoor, een nummertje dat politieke onschendbaarheid genoot, terwijl door de luidsprekers van de ambassade die nitwit van een Boris Jeltsin een urgent communiqué uitvaardigde waarin hij waarschuwde voor de aanwezigheid in Spanje van een bedriegster die Rusland probeerde te beroven van zijn Siberische territoria.

Jacobs voelde zich duidelijk door De Prada en zijn onderwerp aangesproken, en dat begrijpen wij volkomen. In de Standaard der Letteren werd het boek, voor zover wij weten, niét besproken.

De Spaanse uitgever Luis Garcia Gambrina brengt het in zijn inleiding in feite vrij accuraat onder woorden: Evenmin is het, zoveel is duidelijk, een spiegel voor vrouwen.

Ook is het geen handboek voor seksuele opvoeding. Noch een gynaecologisch naslagwerk. En nog veel minder een eenvoudig pornografisch werkje. Ondanks de titel behoort Coños niet tot een bekend genre. Je kan je inderdaad slechtere Woord vooraf -schrijvers dromen. Dat zowat alle vrouwen er op die fysieke kwaliteit worden aangesproken: Ook wij hebben in etappes genoten van deze Spanjaard naar ons hart. In publiceerde De Prada de literaire thriller Noodweer , waarvoor hij werd bekroond met de prestigieuze Premio Planeta.

Van deze Russische regisseur zagen wij in april reeds Elena zijn derde film en wij stelden toen vast dat hij de indruk gaf niet helemaal meester te zijn van zijn verhaalstof waardoor hij er niet in slaagde zijn bedoelingen over te brengen bij het kijkerspubliek. Die kritiek geldt zeker ook voor The Banishment , en toch heeft de film ons enkele aangename kijkervaringen bezorgd, en zelfs meer dan dat zie verder.

Het eerste anderhalf uur gaat alles heel traag, met lang aangehouden shots, langzame travellings en sequensen waarin bijzonder weinig gesproken wordt. Vaak doen de beelden denken aan een uitgekiend ballet van rustig bewegende personages. De plot van dit eerste deel kan dan ook makkelijk samengevat worden. Nadat Alex, ergens in een troosteloze industriestad nota bene: Wie er op Mark heeft geschoten, wat die Alex precies doet en waarom het gezin naar dat huis gaat, wordt nooit verklaard.

In dat huis op het platteland verklaart Vera op een avond dat ze zwanger is, maar het kind is niet van Alex. Alex wordt niet kwaad, is echter duidelijk niet gelukkig met die mededeling, dwaalt wat rond en roept de hulp in van Mark. Tijdens het laatste uur van de film gebeurt er dan plots wel vanalles. Terwijl de kinderen bij vrienden zijn, laat Alex Vera een abortus ondergaan. Twee mannen die Mark kent, zorgen hiervoor. Diezelfde nacht nog overlijdt Vera echter: De dokter heeft ook een door Vera op de achterkant van een zwangerschapstest geschreven brief ontdekt, maar Mark laat die niet lezen aan Alex.

Nadat zij de begrafenis zijn gaan regelen, krijgt Mark een soort hartaanval, de bevriende dokter moet weer komen en de volgende dag wil Mark toch perse mee Vera gaan begraven. Op de terugweg sterft hij op de achterbank van de auto. Alex rijdt dan met een pistool naar de stad om Robert blijkbaar de broer van Vera op te zoeken: Via een flashback komen we echter de waarheid te weten: Robert heeft het leven van Vera gered bij een eerdere zelfmoordpoging en toen heeft Vera aan Robert bekend dat zij niet gelukkig is met Alex.

Volgt dan een zeer verward betoog van Vera in tranen waaruit moet blijken dat zij Alex geen goede vader vindt voor haar kinderen en dat die kinderen ook het ongeboren derde dus even goed niet van hem zouden kunnen zijn. Alex belt naar de vrienden dat hij de kinderen komt ophalen en rijdt terug naar het platteland.

Langs een boom die ook al in het eerste beeld van de film getoond werd. De auto is verdwenen, de camera zwenkt naar rechts, waar enkele boerinnen bezig zijn hooi bijeen te harken. De boerinnen beginnen een lied te zingen. Wat men gedurende praktisch de hele film voortdurend bewondert, is het cinematografische talent van Zviagintsev. De cityscapes met veel dreigende fabrieken, spoorwegen en kanalen komen volmaakt desolaat, bedrukkend en deprimerend over, terwijl de sequensen op het platteland prachtige kleuren bevatten en vol zitten met mooi in beeld gebrachte landschappen en gebouwen.

De beelden ook in de binnenhuisscènes zijn steeds knap gekadreerd en men heeft constant de indruk dat men zit te kijken naar de film van een regisseur die heel vakkundig en professioneel tewerkgaat. Een voorbeeldje daarvan is het nog even vasthouden van een shot, nadat het personage daaruit verdwenen is, wat een mysterieuze sfeer creëert alsof wij samen met een onbekende instantie zitten te spioneren.

Die Alex is dus snel achterlangs de camera gelopen, wat weer even een klein schokeffect veroorzaakt bij de kijker. Ook het muzikale leitmotief met dat onheilspellende koor en dan dat melancholisch stemmende melodietje erachteraan is trouwens heerlijk in zijn doeltreffendheid, namelijk het scheppen van een verheven en tegelijk magische stemming. Als men zich baseert op de plot zoals we die hierboven samengevat hebben, dan kan men haast niet anders dan concluderen dat de akelige dingen die in de film gebeuren, allemaal de schuld zijn van een neurotische Vera.

Zij is immers helemaal niet ontrouw geweest, het ongeboren kind is wel degelijk van Alex, die abortus was niet nodig. Een film dus over het gebrek aan liefde binnen een huwelijk? En leest daarom één van de kinderen op een bepaald moment de bijbelpassage over de liefde voor I Kor. Wat we echter nog niet vermeld hebben, is dat de film vol religieuze christelijke knipogen zit. Dàt soort film is The Banishment dus ook. Dat de beek die in het begin van de film uitgedroogd was, op het einde weer vol water loopt, wanneer het onweert en hard regent.

Dat de camera op het einde inzoomt op de voordeur van het landhuis, zó dat een groot zwart kruis het beeld vult. Voor de liefhebbers is er nog veel meer. Wanneer Vera begraven wordt, krijgen we een heuvel te zien met links onderaan een kerkje en bovenop de heuvel de begrafenis. Van het kerkje naar de begraafplaats loopt een recht pad, maar tegelijk loopt er naar rechts toe een pad met enkele kronkels.

Hier gaat de communicatie tussen Zviagintsev en zijn kijkers natuurlijk de mist in, want wie raakt wijs uit die wollige religieus-symbolische knipogen? Is Vera dan een soort Maria en is dat kind inderdaad niet van Alex maar van de H. Nochtans lijkt dit aspect van de film voor de regisseur het belangrijkst, want de titel van de film De Verbanning kan in verband worden gebracht met het gezin van Alex dat van de stad naar het platteland verhuist, maar doet toch ook denken aan de verbanning van Adam en Eva uit Eden.

Naar verluidt verwijst de Russische titel zelfs spécifiek naar de bijbelse verbanning van Adam en Eva uit het aards paradijs, en zou de vertaling in het Nederlands dus beter De Uitdrijving luiden. Het zal echter duidelijk zijn: Maar laten we even de man zélf aan het woord. Uit een interview met Freddy Sartor in Filmmagie [nr. Zij [Vera] heeft nog wel liefde te geven maar hij aanvaardt die niet meer.

Andrei antwoordt dat veel kijkers aanvankelijk denken dat de film over ontrouw gaat, en wanneer ze dan vernemen dat de vrouw géén overspel pleegde, zijn ze de draad kwijt: The Banishment gaat niet over ontrouw! Maar wanneer Vera zegt dat het kind niet van hem is, bedoelt ze dat ook zij niet alleen moeder is maar dat ze méér is… Kinderen zijn niet het bezit van hun ouders. En ten tweede, maar dit terzijde. Wij hebben het ooit zelf in onze familie meegemaakt, een neef wiens huwelijk ook niet meer draaide en de vrouw die dan stopte met de pil om terug zwanger te worden en zo het huwelijk alsnog te redden.

Het werd nota bene een tweeling en het huwelijk was nog meer om zeep dan het al was. Sartor vraagt Zviagintsev ook naar de bedoeling van die laatste beelden, de arbeidende boerinnen. Deze werkende, hooiende en zingende vrouwen doorbreken het vrouwelijke rolpatroon. Binnen de ploeg was er veel discussie over deze scène.

De producenten wilden ze zelfs weg. Toch heb ik ze kunnen overtuigen! Deze Rus kan misschien wel mooie beelden genereren, maar van het aanbrengen van abstracte thematiek heeft hij géén kaas gegeten. We hebben aan deze film, ondanks al zijn inhoudelijk hermetisme, ook nog wat naplezier beleefd.

In het tijdschrift-voor-cinefielen Cinemagie [nr. Dit van hoogdravendheid, zwaarwichtigheid en Hineininterpretierung bol staande artikel lijkt te willen aantonen dat de auteur wél alles van de film heeft begrepen, maar toont net het tegenovergestelde aan. Alle vergezochte interpraties van Van Eecke overlopen zou ons hier te ver leiden, maar het is interessant om er ééntje uit te pikken.

Alex is op zijn terugweg naar het landgoed en houdt even stil in de omliggende akkers. Achter hem is een groep vrouwen het hooi bij elkaar aan het harken. Het land is met andere woorden weer vruchtbaar geworden.

Kort voor het einde loopt er een vrouw door het beeld met een baby op de arm. Dat lijkt te impliceren dat het kind leeft. Men vergelijke deze mumbo jumbo met wat de regisseur zelf over dit einde zegt zie vorige alinea.

Het artikel bevat nog meer van dit soort joepie tralala: En dat is nóg niet alles. Vier jaar later verschijnt in datzelfde Cinemagie [nr. Het is inderdaad een briljant artikel zonder weerga. Na gesignaleerd te hebben dat The Banishment in Rusland bijzonder slecht werd ontvangen de regisseur werd onder meer verweten een gebrek aan inhoud te willen verbergen achter de schoonheid van het filmbeeld merkt Vasiljev dingen op die zelfs de alertste kijker na meerdere visies niet gezien heeft, en zijn interpretaties zijn zo ad rem, goed-geïnformeerd en overtuigend dat het niet anders kan of hij heeft zijn informatie over en diepgaande kennis van de film en diens christelijke thematiek rechtstreeks van de regisseur zelf.

Gewone kijkers als u en ik hebben dat weliswaar ook wel genoteerd, maar staan daar verder niet bij stil: Vasiljev weet echter het fijne van de zaak: Maar het gaat hier niet om Tokio of Moskou.

Files waren er niet. Hoe moeten we dat begrijpen? Vanaf de eerste seconden begint de regisseur een spel met de kijker, maar bijna niemand merkt het. De alledaagse, aardse levensbeschouwing blijft op de achtergrond en we komen in een droom, een mythe, een metafysische ruimte terecht. Hier, in deze wereld achter de spiegel wonderland , in dit land achter de wimpers, wordt alles ineens duidelijk. Dus de auto, het veld, het bos, de stad.

Dat is de onvervalste hervertelling van het verhaal van de Beschaving, met een traditonele verdeling van de tijd in drie periodes: Met dit soort onnavolgbare symbolische spitsvondigheden vaak met vermelding van de bronnen: Te veel om hier de revue te laten passeren, maar: En als dit geniale artikel al iets aantoont, dan zeker ook dat Zviagintsev inderdaad niet in staat is zijn bedoelingen als filmauteur op begrijpelijke wijze in beelden om te zetten.

Filmsnobs zullen The Banishment een meesterwerk blijven vinden. Simpele, nederige geesten zoals u en ik lol! Wij herinneren ons nog hoe in het begin van de jaren zeventig deze lp door een vriend aan ons werd uitgeleend met de begeleidende waarschuwing dat dit wel bijzonder zware kost was. Achteraf bleek dat allemaal ontzettend mee te vallen. Het album vangt aan met het ook op single uitgebrachte Good times, bad times [A1], een compositie van Page, Jones en Bonham die aardig begint maar er vervolgens niet in slaagt echt te overtuigen.

Het echte visitekaartje van de debuterende Led Zeppelin wordt pas afgeleverd met de in elkaar overvloeiende tracks You shook me [A3] en Dazed and confused [A4]. De hard rock ook wel heavy rock , pas later gaat men spreken van heavy metal is een natuurlijke uitloper van de rhythm and blues uit de jaren zestig, die zelf haar wortels had in de Amerikaanse bluesmuziek. Dat blijkt manifest uit You shook me , een nummer van bluesmuzikant Willie Dixon dat hier bijzonder overtuigend in een loodzwaar heavy blues -jasje gestoken wordt.

Orgel en mondharmonica brengen wat variatie aan in de klankkleur die voor het overige bepaald wordt door de krijsende, katachtige, met veel echo gelardeerde zang van Plant, de messcherpe gitaar van Page en de bonkende drums van Bonham.

Het onderwerp is bovendien ten zeerste erotisch. Dazed and confused van Jimmy Page continueert de heavy blues-sfeer van het vorige nummer, maar versnelt halverwege het ritme, met donderende gitaarriffs van Page.

Het derde deel van deze song is opnieuw mediumtempo en bevat weer orgiastische klaarkomgeluiden die uit de larynx van Plant opborrelen. Your time is gonna come [B1], een voornamelijk akoestisch nummer met meezingrefrein, doet het een stuk kalmer aan, maar is minder geslaagd, net als het korte, instrumentale, oosters getinte Black mountain side [B2]. Communication breakdown [B3] is echter een onvervalst hardrock-nummer en was met zijn 2 minuten en 26 seconden volgens ons een veel beter a-kantje van de single geweest dan A1 het was het b-kantje.

How many more times [B5] is een waardige heavy uitsmijter, maar behoort toch niet tot het beste van Led Zeppelin. Met slechts een viertal nummers op een totaal van negen die er bovenuit steken A3, A4, B3 en B5 is deze eersteling van Led Zeppelin niet echt een klassieker te noemen, maar in was dit allemaal wel degelijk spannend, energiek en relatief nieuw.

Dat Led Zep nog kon doorgroeien en dat het beste nog moest komen, zou bovendien al snel blijken, met hun tweede, later in uitgebrachte album. Op dit tweede album geeft Led Zeppelin al van bij de aanvang het beste van zichzelf. Reeds vanaf de forse, aanstekelijke gitaarriff in het begin is duidelijk dat dit nummer stijf staat van de mannelijke potentie en seksuele energie. De erotische inslag van de hardrock-muziek in het algemeen en van Led Zeppelin in het bijzonder krijgt in deze groepscompositie zie echter ook infra een meesterlijke vorm.

In het begin van , toen Whole Lotta Love in de hitparades stond, waren wij nog maar veertien jaar en pas later beseften wij dat de door Robert Plant indrukwekkend gebrulde tekst handelt over een coïtus en dat de titel metaforisch verwijst naar een penis in stevige erectie: Een klassieker, die na al die jaren nog steeds overeind staat als een… nou ja, als een huis.

In ontdekten wij dankzij het album Superhero van de Amerikaanse zangeres Candye Kane overigens iets merkwaardigs. Op dat album staat een cover van het nummer You need love van Willie Dixon en wat blijkt? Whola Lotta Love van Led Zeppelin is een schaamteloze doorslag van dat nummer, althans wat de melodie en de lyrics van de strofen betreft. In verschijnt het live in Londen opgenomen album Celebration Day , waarop Whole Lotta Love fungeert als bisnummer.

En nu staat bij de credits de naam van Willie Dixon plots wél vermeld, naast die van de vier groepsleden…. What is and what should never be [A2] echt wel van Page en Plant dit keer begint een stuk rustiger, maar wordt vervolgens opgebouwd uit kalme en stevigere passages, met een korte lieve gitaarsolo van Page in het midden.

Het niveau daalt dan lichtjes. Eerst met de wat te lang gerekte groepscompositie The Lemon Song [A3], een heavy blues-nummer waarvan het ritme halverwege versnelt, om dan weer op mediumtempo terug te vallen en uiteindelijk nogmaals te versnellen. Heartbreaker een groepscompositie weer bevat bovendien in het midden een lekkere gitaarsolo van Jimmy Page. Het bestaat weer uit een afwisseling van rustiger en forser stukken de strofen en het refrein , maar is duidelijk minder sterk dan B1 en B2.

Moby Dick [B4] bevat een leuke begin- en eindriff met tussenin een vervelende drumsolo van Bonham. Bring it on home [B5] ten slotte, opnieuw een nummer van Page en Plant, begint als een slepende blues, gaat dan over in een stevig hard rock-tussenstuk, en sluit dan af zoals het begon. Led Zeppelin II heeft met A1, B1 en B2 drie exemplarische heavy rock-songs in petto, maar de zwakkere momenten verhinderen dat dit album als geheel een échte klassieker kan worden genoemd.

Het openingsnummer Immigrant song [A1] is een korte, stevige rocker die ook op single uitgebracht werd en dus de opvolger moest worden van Whole Lotta Love. Deze Immigrant song speelt echter minstens drie klassen lager dan zijn indrukwekkende voorganger. Friends [A2] is niet meer dan een stukje onbenul, en Celebration day [A3] doet zijn best, maar ontstijgt nauwelijks zijn eigen lawaai.

Gallows pole [B1] is een fel-ritmische, door Page en Plant bewerkte traditional die aardig begint, maar vervolgens te lang gerekt wordt. De akoestische gitaar speelt in dit nummer een belangrijke rol, en dat is ook zo in de overige tracks van de B-kant.

Het aardigste nummer van de B-kant is Bron-y-aur stomp [B4], maar ook dat breekt geen potten. Led Zeppelin III is kortom een zeer zwak album dat getuigt van een inspiratiedip. Dat op de B-kant resoluut gekozen wordt voor de zachtere folkrichting ten koste van de stevigere bluesinvloeden, is een beslissing die wij altijd betreurd hebben.

De lp is ooit in ons bezit geweest, maar we hebben hem nauwelijks gedraaid, in tegenstelling tot de eerste twee albums. Led Zeppelin III is ondertussen dan ook al lang doorverkocht. In het begin van de jaren zeventig van de twintigste eeuw zat de rockmuziek volgens sommigen in een dip, na de explosie van creativiteit in de jaren zestig.

Een aantal tijdschriften voelden daarom blijkbaar de behoefte een voorlopige balans op te maken en dat leidde tot enkele historische terugblikjes. Zo publiceerde Humo De ware geschiedenis van de popmuziek en in deel 5, verschenen op 30 augustus en veelzeggend getiteld De magere jaren lezen we: Led Zeppelin was de beste ervan, maar vond nooit een eigen gezicht zoals de vroegere supergroepen dat wél hadden. Net als Deep Purple mochten ze zich in veel sukses verheugen, maar of dat aan hun kwaliteiten of aan een gebrek aan echte grote groepen was [lees: Aldus een onbevooroordeelde Peter Cnop hehe.

In een Muziek Express uit diezelfde periode en in een gelijkaardig artikel lezen we: Het belangrijkste was het ontstaan van de Heavy muziek. Zij waren niet de eerste heavy band dat was Vanilla Fudge in Amerika , maar ze waren wel verreweg de beste. Whole Lotta Love scheurde over de hele wereld speakers uit elkaar. Of Led Zeppelin de beste hard rock-groep was uit het begin van de jaren zeventig, daarover kan men discussiëren, maar wij vinden dus van niet en kunnen daar twee schone argumenten voor aandragen: Want zelfs Led Zeppelin II met daarop toch drie hardrock-kanjers was verre van vlekkeloos, en Led Zeppelin IV , volgens sommige dulleketters hun beste lp, was dat al helemààl niet.

Om te beginnen is er die vervelende titel die bestaat uit onleesbare runentekens, met als gevolg dat naar het album wordt verwezen aan de hand van verschillende noodtitels: Mighty inconvenient, if you ask us.

Het album begint met twee ook op single uitgebrachte nummers: Black dog [A1], een niet onaardige hardrock-song maar vergeleken met Whole Lotta Love een dwerg toch? Rock and roll is in beide overzichten afwezig. De waarde van die Toppers van Tobbers is overigens eerder beperkt, als je ziet dat op de nummers 2, 3 en 4 Beggar van The Pebbles de Antwerpse fans aan het werk geweest om kaartjes te sturen?

Vervolgens begint Led Zeppelin weer die ook al op kant B van Led Zeppelin III gekozen weg van de folk in te slaan, met het minabele The battle of evermore [A3], waarin Robert Plant een duet aangaat met de folkzangeres Sandy Denny en beiden op een verschrikkelijke wijze om ter valst proberen te zingen.

Geen eigen gezicht, inderdaad. De tekst is overigens zowel in het eerste als in het tweede deel even ontoegankelijk en onbegrijpelijk. Nochtans kan men over dit nummer niets lezen of horen, of er worden alom loftrompetten gestoken. Wij willen niet vervelend doen en hier gaan beweren dat Stairway to heaven een sléchte song is, maar de allerbeste song van Led Zeppelin, is dat niet een béétje overdreven?

Speel Heartbreaker en Living loving maid nog eens achter elkaar, met de volumeknop op zeven…. Op de B-kant zijn om te beginnen het tafelspringerige Misty mountain hop [B1] en het stevig klinkende maar banale Four sticks [B2] niet in staat om ons te bedwelmen. Wij zullen u een geheim verklappen: De vijfde lp van Led Zeppelin heeft eindelijk eens een deftige titel, al blijft het rijkelijk onduidelijk waar hij precies op slaat: Houses Of The Holy.

Leest men iets over dit album, dan wordt steevast vermeld dat het een plaat is die nummers bevat met uiteenlopende muziekstijlen. Op zich hoeft dat nog geen probleem te zijn: Om niet problematisch te worden, moeten de aparte songs dan wel een hoge kwaliteit te bieden hebben, anders hoort men al gauw de kritiek dat er sprake is van een groep op de dool die niet goed weet van welk hout pijlen maken.

Voor Houses Of The Holy geldt die kritiek slechts gedeeltelijk. Houses Of The Holy is ook bekend omwille van de merkwaardige, door Hipgnosis gecreëerde hoes: Naar verluidt werden voor de fotosessie slechts één jongetje en één meisje gebruikt, maar het getruceerde eindresultaat is bijzonder geslaagd en creëert een mysterieuze sfeer men kan zich de vraag stellen of een dergelijke hoes in het post-Dutroux-tijdperk nog zou kunnen, al zijn van de kinderen alleen de blote billen te zien.

Die mysterieuze, zelfs ietwat mythologische sfeer keert op het album zelf nergens weer, behalve in de tekst en de muziek van de voorlaatste track: No quarter [B3], een nogal atypisch Zeppelin-nummer van zeven minuten dat eerder aan Yes of Pink Floyd doet denken.

Dat wil echter niet zeggen dat het een slechte song is en wellicht is het zelfs het muzikale hoogtepunt van de plaat. De tekst van Plant? Het deed bijzonder weinig in de hitlijsten, maar volgens ons is het toch een niet onaardige Led Zeppelin-song. Tussen het akoestische begin en einde zit een stevig staaltje powerrock, al blijft het geheel een flink stuk beneden het huizenhoge niveau van bijvoorbeeld Whola Lotta Love.

De b-kant van de single was Dancing Days [A4]. De heavy blues uit de eerste albums is nu wel heel ver weg, en men zou voor minder beweren dat Led Zep een beetje de kluts kwijt was anno Heet nummer deed in de hitlijsten even weinig als zijn voorganger A3. Op de b-kant stond The Crunge [A4], dat we alleen maar kunnen beschouwen als een parodie op de funkmuziek van James Brown en als een grapje van Page en Co. Het wordt gevolgd door het meer dan zeven minuten durende The Rain Song [A2], dat aansluiting zoekt bij het akoestische, folky geluid dat we kennen uit de twee vorige albums.

De afsluiter The Ocean [B4] is dan weer typische Led Zeppelin-hardrock, maar behalve de nogal leuke riff valt hier evenmin veel boeiends te rapen of interessants mee te delen, behalve dan dat de coverfoto vooral lijkt aan te sluiten bij dit nummer, via de motieven van de oceaan en van een driejarig meisje waarvoor Plant naar verluidt zingt zie de twee laatste verzen.

Alles lijkt erop te wijzen dat Led Zeppelin in inderdaad een beetje het noorden kwijt was, al heeft Houses Of The Holy nog wel enkele aardige momenten en in elk geval twee goede nummers te bieden. Wij persoonlijk betreuren het in elk geval dat Page en Plant het heavy blues-pad meer en meer links lieten liggen waar was de tijd van You shook me en Dazed and confused?

Het niveau van nummers als Heartbreaker en Living loving maid wordt op deze lp helaas nergens meer bereikt. Twee jaar na Houses Of The Holy , meer bepaald op 24 februari , brengt Led Zeppelin zowaar een dubbel-lp op de markt, Physical Graffiti , met een hoes die een stuk minder fraai is dan die van de vorige plaat.

Op 2 april wordt uit dit dubbelalbum de eerste Led Zep-lp op het eigen Swan-label Trampled under foot [B2] uitverkoren om als single te fungeren.

Het is een niet onaardig, meer dan vijf minuten lekker voortbonkend Page-Plant-Jones-nummer, maar in de door ons bewaarde hitlijsten uit Belgische, Nederlandse, Engelse en Amerikaanse is de single onzichtbaar, wat betekent dat het niet echt een kaskraker was.

Het b-kantje, Black country woman [D4] is niet meer dan een nogal middelmatig akoestisch country-ding, blijkbaar een overblijfsel uit de Houses Of The Holy -studiosessies anno De A-kant van het album begint met twee degelijke hardrock-composities: Veel slechts valt er niet over te vertellen, maar anderzijds: Dat laatste geldt ook voor de lange, elf minuten durende groepscompositie In my time of dying [A3], terwijl wij eigenlijk blij zouden moeten zijn zie supra dat Led Zeppelin hier de heavy blues opnieuw omarmt.

En dan een verrassing: Het is weliswaar slechts een middelmatige rocker waarvan alleen de riff opvalt, maar de vraag blijft toch: Na de single B2 volgt het bekende Kashmir [B3]. Het is een lang wat te lang: Kant C is de rustige kant van de dubbelaar. In the light [C1], weer een langer nummer van bijna negen minuten, begint een beetje mysterieus-experimenteel, bloeit dan een beetje open maar leidt nooit tot grootse dingen. Bron-Yr-Aur [C2] is een erg kort akoestisch instrumentaaltje van Jimmy Page, dat blijkbaar heropgevist is uit een stiefbroertje van Bron-y-aur stomp uit de derde lp?

Down by the seaside [C3] komt achteloos langsgeflaneerd als een lome Stones-achtige ballad, versnelt halverwege even om vervolgens weer te vertragen.

En dan is er nog een mediumtempo-nummer: Al bij al vormen deze vier songs een zwakke, om niet te zeggen snel vergeetbare plaatkant. De opener van de D-kant, Night flight [D1], is ook een ouder nummer opgenomen in Indertijd niet goed genoeg bevonden om op een lp te staan en nu gebruikt als opvulling? Die gitaarriff is overigens het enige goede aan deze song.

The wanton song [D2] is een degelijk hardrock-nummer dat echter nergens de middelmaat overstijgt. Ook uit dateert het onopvallende en zeker niet beklijvende Boogie with Stu [D3].

Na het b-kantje van de single volgt dan met Sick again [D4] de afsluiter: We hebben een beetje opzoekingswerk gedaan. In een overigens van blaaskakerij stijfstaand artikel over Led Zeppelin in het tijdschrift Audio-Visueel [, nr.

Na het aandachtig beluisteren van deze dubbel-lp dachten wij net wél een verscheidenheid aan genres gehoord te hebben. Op talrijke Internetsites kan men verdere loftuitingen, maar toch ook het nodige weerwerk terugvinden. Laten we wel wezen: Dat het album indertijd danig goed verkocht, zegt misschien wel iets over de hoeveelheid fans die Led Zeppelin anno had opgebouwd maar weinig over de intrinsieke kwaliteiten van de muziek.

Luisteren we liever naar een kenner van de hardrockmuziek, ene Ozzy Osbourne leadzanger van Black Sabbath in een interview met Katia Vlerick van Humo [nr. Over Led Zeppelin zegt hij daar: Tegen dat ze IV maakten, was ik niet meer geïnteresseerd. Geezer en ik wisten dat Robert Plant — toen al een ster in het muzikantenmilieu — het aanbod had gekregen om bij de Yardbirds te gaan spelen. Van de dj hoorde ik toen dat de Yardbirds waren overgegaan in Led Zeppelin.

Dat zijn momenten die je nooit vergeet: Op 31 maart verschijnt Led Zeppelins zevende: Presence met alweer een weinig originele, eerder saaie hoes.



Thuisontvangst assen sexy prive rotterdam

  • SHEMALE ESCORT GRONINGEN PIJPDATE ZOETERMEER
  • In het begin van de jaren zeventig van de twintigste eeuw zat de rockmuziek volgens sommigen in een dip, na de explosie van creativiteit in de jaren zestig.
  • Maar zodra het eigenlijke concrete verhaal een aanvang neemt, wordt deze indruk zeer snel weggenomen en het vanuit verschillende perspectieven bekijken van de schuldvraag zorgt voor een aantrekkelijke spanningscurve. Dat Led Zep nog kon doorgroeien en dat het beste nog moest komen, zou bovendien al snel blijken, met hun tweede, later in uitgebrachte album. Als Günther terug boven komt, overvalt Flor hem met een mes Flor stelt zich aan hem voor als de aap van Godmaar de edelman beweert dat Manon Liebbaers niet door hem ontvoerd is.





Escort 18 jaar slipje in kut


Ondertussen bestaat Keurdokter al meer dan 10 jaar en heeft daarom veel ervaring op het gebied van medische onderzoeken. Door deze jaren lange ervaring is Keurdokter op de hoogte van alle medische criteria en wettelijke eisen voor elke keuring die u nodig heeft! Tevens is Keurdokter goed bereikbaar voor u, zowel met de auto als met het openbaar vervoer. Er zijn meerdere redenen om te kiezen voor Keurdokter: Wij werken met een informeel hecht team , persoonlijk contact vinden wij heel belangrijk Wij luisteren naar wat u wilt, een medische keuring is bij ons maatwerk Heeft u als bedrijf 10 of meer werknemers?

Dan bieden wij de mogelijkheid om op  uw locatie de medische keuringen uit te voeren Wij plannen een medische keuring wanneer het u uitkomt, dit kan ook op zaterdag of in de avonduren Snel een medische keuring nodig? Bij Keurdokter streven wij ernaar om een medische keuring  binnen 2 weken te laten uitvoeren. Racelicentie keuring Nieuws , Racelicentie keuring.

Bodemsaneringskeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws. Asbestkeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws.

Groot rijbewijskeuring Nieuws , Rijbewijskeuringen. Taxipas keuring Nieuws , Rijbewijskeuringen. Medische keuring verblijf buitenland Bijzondere keuringen , Nieuws. Medische keuring verblijf buitenland. Ongetwijfeld zou zulk een verhaal ons persoonlijk oneindig veel meer aanspreken, maar even ongetwijfeld zou het ethisch bekeken net zo louche in elkaar zitten als Manns Tadzio-story.

Wellicht hebben wij dus niet het recht om Mann en Aschenbach te veroordelen omwille van hun afwijkende geaardheid, maar wij hebben wel het recht om deze geaardheid niet als de onze te beschouwen en om Der Tod in Venedig om déze reden minder aantrekkelijk te vinden. Wij halen het voorbeeld van die man en dat jarig meisje ook aan, omdat aan de basis van Der Tod in Venedig bij Mann onder meer het idee lag om iets te schrijven rond de jarige Goethe die in te Marienbad zijn waardigheid te grabbel gooide door de jarige Ulrike von Levetzow ten huwelijk te vragen [Hayman In schreef Mann in een brief aan Carl Maria Weber dichter, criticus en homoseksueel: It was the story — seen grotesquely — of the aged Goethe and that little girl in Marienbad whom he was absolutely determined to marry, with the acquiescence of her social-climbing mother and despite the outraged horror of his own family, with the girl not wanting it at all — this story with all its terribly comic, shameful, awesomely ridiculous situations, this embarrassing, touching, and grandiose story which I may someday write after all.

Wat ons betreft had Tadzio in Der Tod in Venedig rustig vervangen mogen worden door Ulrike, dat zal onderhand duidelijk zijn.

Nog een andere en laatste reden waarom wij Manns novelle nooit in onze literatuur-top 10 aller tijden zouden zetten, is overigens de hierboven in een citaat reeds vermelde plummy [geaffecteerde] stijl van het geheel.

Lees het volgende citaat en geef toe dat Mann soms kon zeuren als de beste: Als Aschenbach tijdens het concert van de volksmuzikanten drinkt, drinkt hij niet, nee, hij verkoelt nu en dan zijn lippen: Grote liefde zal het tussen Manns novelle uit en ons nooit worden, maar niemand zal durven beweren dat wij hem met deze forse bespreking niet de nodige respectvolle aandacht hebben geschonken. En nu gaan we met dit alles in het achterhoofd de verfilming van Visconti nog eens bekijken.

Net als in deze laatste prent worden in Traffic op postmoderne wijze verschillende verhaaldraden door elkaar geweven. Het zijn er een viertal. Deze sequensen zijn gefilmd met een blauwfilter. Als zijn vriend en collega wegens verraad door de generaal en diens kartel vermoord wordt, beslist hij om de generaal te verraden aan de Amerikanen.

Over deze sequensen hangt een gele waas en zij zijn gefilmd met een digitale videocamera zodat de beelden er korreliger uitzien dan in de andere sequensen. Als haar zoontje door Mexicaanse schuldeisers bedreigd wordt, beslist zij om zelf de zaakjes te gaan leiden en ontpopt zij zich tot een keiharde drugstante.

Hij moet deze kroongetuige constant begeleiden en beschermen maar Helena slaagt er toch in de man te laten vermoorden na een eerdere mislukte poging met een bom waarvan Montels collega het slachtoffer wordt. Haar echtgenoot wordt daarop vrijgesproken. Deze laatste twee verhaallijnen die eigenlijk samenhangen en één geheel vormen werden in normale kleuren verfilmd. Ondanks het feit dat de goede personages onderweg de nodige psychische blutsen en builen oplopen, eindigen de drie verhaallijnen hoopvol.

Onvergetelijk is zijn laatste zinnetje: We are here to listen. Nochtans laat de film heel duidelijk uitkomen wat een hopeloze zaak heel die war on drugs wel is: Doordat deze boodschap op een cinematografisch ijzersterke en zelfverzekerde manier overgebracht wordt, is Traffic een beklijvende en indrukwekkende prent geworden, niet in het minst ook door de knappe acteerprestaties.

Del Toro kreeg een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol maar mogen we ook even wijzen op de geslaagde manier waarop tienerdochter Caroline Erika Christensen, ooit nog van gehoord? Bij deze zoveelste visie menen we overigens een loshangend misschien met opzet niet uitgewerkt draadje in de film ontdekt te hebben. Zou de supersympathieke Javier Rodriguez met zijn onzelfzuchtig cadeautje voor de Mexicaanse niños een pedofiel zijn?

Hij is niet getrouwd, heeft geen vriendin en lapt een Mexicaanse drugsgangster erbij door zich overtuigend voor te doen als homo. Veel belang heeft het echter niet, want Traffic is en blijft een prima film.

Van 24 april tot 14 mei maakte Felix Timmermans samen met zijn vrouw Marieke en zijn zusters Emma en Rachel een Italiëreis. Timmermans beschrijft zijn reisindrukken datzelfde jaar nog in een reeks artikelen in De Maasbode en het jaar daarop verschijnen ze gebundeld in boekvorm. De Fe heeft natuurlijk wel zijn eigen pittoreske, katholiek-naïeve en sterk naar het impressionisme neigende stijl maar de opsomming van kerken, wijngaarden, steden en stadjes en hun bewonderende beschrijvingen met hier en daar een moment van teleurstelling gaat al snel vervelen.

Een biografie , Lannoo, Tielt, , blz. Onze goeie ouwe professor R. Dat laatste is zeker waar. Ofschoon Mussolini net in aan de macht kwam en Timmermans op straat wel enkele fascistische soldaten signaleert, wijst Gaston Durnez er terecht op hoe politieke en maatschappelijke kwesties blijkbaar totaal aan Timmermans voorbij zijn gegaan in Italië: Timmermans luistert met zijn ziel naar een land van kunst en religie. Wij zijn in de bibliotheek op dit werkje gestoten omdat de boeken van Timmermans door het Davidsfonds zo mooi zijn uitgegeven, in ranke bandekes met schone rode ruggeskes, en oh, dat is zo onmeedogend zoet aan de ogen, en het doet u denken aan uwen schonen kindertijd toen ge nog gaarne van die boekskens laast en ge krijgt er bijkans tranen van in de puttekens van uwe ogen.

Naar waar de appelsienen groeien is een zwak werk dat behalve de naïef-impressionistische beschrijving van wat kerkmuren, schilderijen en landschappen weinig te bieden heeft. Dit boekje geeft voor een breed publiek een overzicht van de Antwerpse rechtspraak van de late Middeleeuwen tot aan de Franse Revolutie.

Hoewel het populariserend bedoeld is en de toon eerder breed-vertellend dan nauwkeurig-analyserend overkomt, bevat het toch de nodige voetnoten en getuigt het van voldoende voorbereidend veldwerk, voldoende in elk geval om een ernstige en betrouwbare indruk te maken. Enkele zaken die wij opgestoken hebben, op een rijtje. Het oude gewoonte- of kostuimelijk recht omvatte zowel de burgerlijke of civiele rechtspraak als de strafrechtelijke of criminele rechtspraak.

De civiele zaken waren toevertrouwd aan de ambtman , terwijl de criminele rechtspraak de verantwoordelijkheid was van de schout , die de hertog van Brabant vertegenwoordigde [p. Een vergelijking van de Antwerpse keuren en kostuimen met die van andere steden en gemeenten toont aan dat er veel gelijkaardigs te vinden was in het gewoonterecht van het historische hertogdom Brabant. Op een aantal punten konden de procedures wel verschillen, vooral wat de grote steden vergeleken met het platteland betrof [p.

De executies werden uitgevoerd door de beul , die aanvankelijk enkele merkwaardige privileges bezat: In de loop der tijden zou de drossaard een deel van zijn gezag moeten afstaan aan de officier-fiscaal van de Raad van Brabant en de hertogen van Bourgondië hadden al een provoost-generaal aangesteld die vooral misdadigers moest opsporen en bestraffen die van gemeente naar gemeente vluchtten om aan de plaatselijke jurisdictie te ontsnappen [p. Een in Antwerpen gevreesde en beruchte provoost-generaal was Jan Grauwels, bijnaam: Spelleken, naar de rechterlijke roede of stok: De assistenten van de schout en de onderschout, de gezworen gerechtsdienaars, werden kolfdragers genoemd zij droegen als teken van hun macht ook een stok of kolf [p.

De dienaars van de wethouders of schepenen werden korteroeden genoemd [p. Twee exemplaren van deze druk bleven bewaard: Er verschenen nog drie andere edities van dit werk, één in Parijs en twee in Lyon.

De volledige titel luidt: Dit es de cause daeromme dattet gheschil rijst tusschen den Venetianen ende den Roomschen keyser ende den Coninck van Vranrijck ende anderen diverschen princen, hertoghen ende meer anderen kersteliken coninghen hierna ghenarreert, van landen, steden ende casteelen die sij denselven Paus, Keyser, Coningen ende ander hertogen ende princen tonrechte onthouden.

De Venetianen worden beschuldigd van immoreel en verwerpelijk gedrag sinds het ontstaan van hun stad. Ze worden aangeklaagd omwille van hun geldzucht en omwille van de illegale bezetting van gebieden die toebehoren aan de paus, de keizer, de Franse koning, de hertog van Oostenrijk en andere christelijke heersers. Dit zal leiden tot agressie die voor de Venetianen verlies van eer en goederen met zich zal meebrengen. In de Antwerpse druk is het echter keizer Maximiliaan die voortdurend geprezen wordt en die impliciet wordt gezien als de leider van de militaire expeditie waarmee gedreigd wordt.

Terwijl dus de Franse druk kan beschouwd worden als Franse propaganda, is de Antwerpse druk een polemische tekst die propaganda maakt ten voordele van keizer Maximiliaan. Als Antwerpse druk in de eerste plaats stadsliteratuur, maar het geïntendeerde publiek van de propaganda omvat naast burgers zeker ook de adel in de Nederlanden. Venegien biedt weinig of geen leesplezier, maar heeft als cultuurhistorisch document zijn waarde.

Erwich, Arena, Amsterdam, , blz. Juan Manuel de Prada °, Zamora schreef een aantal jaren geleden een nog merkwaardiger boekje, getiteld Coños. De titel van de Nederlandse vertaling, Kut , klinkt een stuk minder gepast. Waarom gebruikte men als titel niet gewoonweg Kutten?

Het gaat hier inderdaad om een verzameling van 54 korte prozastukjes van telkens enkele bladzijden met als centraal onderwerp het vrouwelijke geslachtsorgaan. Je zou het kunnen beschouwen als literaire stijloefeningen, maar dan wel — laten we dat meteen klaar en duidelijk stellen — stijloefeningen van een prettig hoog niveau die getuigen van een opmerkelijk talent om fraaie parafrasen voor de vagina te bedenken op de vierkante centimeter. De stukjes balanceren op de grens tussen proza en poëzie.

Men kan het poëtisch proza of gedichten in doorlopende zinnen noemen, het maakt niet uit: Juan Manuel de Prada trekt met deze ook nog eens vol speelse fantasie en frivole humor stekende taalkunstwerkjes onweerstaanbaar de aandacht. Weliswaar zijn niet alle onderdeeltjes even sterk, maar de meeste zijn meer dan middelmatig goed geschreven, en een aantal zijn ronduit knap.

De titels van de afzonderlijke bijdragen zijn soms wat voorspelbaar De kut van maagden , De kut van lesbiennes , De kut van kleine meisjes , De kut van weduwen , De kut van hoeren , maar vaker zijn ze intrigerend en af en toe zelfs bizar: De kut van Valeria had die verdediging ontwikkeld die de natuur heeft voorbehouden aan de fauna in de poolstreken en aan gezinnen zonder centrale verwarming.

Ik vond het haast jammer om bij haar binnen te gaan, uit angst ook maar een greintje vuil op het uiterst fijne pluche achter te laten, maar Valeria zelf nodigde mij hiertoe uit, zodat ik ten slotte de papieren tekende en wij een nummertje maakten in mijn kantoor, een nummertje dat politieke onschendbaarheid genoot, terwijl door de luidsprekers van de ambassade die nitwit van een Boris Jeltsin een urgent communiqué uitvaardigde waarin hij waarschuwde voor de aanwezigheid in Spanje van een bedriegster die Rusland probeerde te beroven van zijn Siberische territoria.

Jacobs voelde zich duidelijk door De Prada en zijn onderwerp aangesproken, en dat begrijpen wij volkomen. In de Standaard der Letteren werd het boek, voor zover wij weten, niét besproken. De Spaanse uitgever Luis Garcia Gambrina brengt het in zijn inleiding in feite vrij accuraat onder woorden: Evenmin is het, zoveel is duidelijk, een spiegel voor vrouwen. Ook is het geen handboek voor seksuele opvoeding.

Noch een gynaecologisch naslagwerk. En nog veel minder een eenvoudig pornografisch werkje. Ondanks de titel behoort Coños niet tot een bekend genre. Je kan je inderdaad slechtere Woord vooraf -schrijvers dromen. Dat zowat alle vrouwen er op die fysieke kwaliteit worden aangesproken: Ook wij hebben in etappes genoten van deze Spanjaard naar ons hart.

In publiceerde De Prada de literaire thriller Noodweer , waarvoor hij werd bekroond met de prestigieuze Premio Planeta. Van deze Russische regisseur zagen wij in april reeds Elena zijn derde film en wij stelden toen vast dat hij de indruk gaf niet helemaal meester te zijn van zijn verhaalstof waardoor hij er niet in slaagde zijn bedoelingen over te brengen bij het kijkerspubliek.

Die kritiek geldt zeker ook voor The Banishment , en toch heeft de film ons enkele aangename kijkervaringen bezorgd, en zelfs meer dan dat zie verder. Het eerste anderhalf uur gaat alles heel traag, met lang aangehouden shots, langzame travellings en sequensen waarin bijzonder weinig gesproken wordt. Vaak doen de beelden denken aan een uitgekiend ballet van rustig bewegende personages. De plot van dit eerste deel kan dan ook makkelijk samengevat worden.

Nadat Alex, ergens in een troosteloze industriestad nota bene: Wie er op Mark heeft geschoten, wat die Alex precies doet en waarom het gezin naar dat huis gaat, wordt nooit verklaard. In dat huis op het platteland verklaart Vera op een avond dat ze zwanger is, maar het kind is niet van Alex. Alex wordt niet kwaad, is echter duidelijk niet gelukkig met die mededeling, dwaalt wat rond en roept de hulp in van Mark.

Tijdens het laatste uur van de film gebeurt er dan plots wel vanalles. Terwijl de kinderen bij vrienden zijn, laat Alex Vera een abortus ondergaan.

Twee mannen die Mark kent, zorgen hiervoor. Diezelfde nacht nog overlijdt Vera echter: De dokter heeft ook een door Vera op de achterkant van een zwangerschapstest geschreven brief ontdekt, maar Mark laat die niet lezen aan Alex.

Nadat zij de begrafenis zijn gaan regelen, krijgt Mark een soort hartaanval, de bevriende dokter moet weer komen en de volgende dag wil Mark toch perse mee Vera gaan begraven. Op de terugweg sterft hij op de achterbank van de auto.

Alex rijdt dan met een pistool naar de stad om Robert blijkbaar de broer van Vera op te zoeken: Via een flashback komen we echter de waarheid te weten: Robert heeft het leven van Vera gered bij een eerdere zelfmoordpoging en toen heeft Vera aan Robert bekend dat zij niet gelukkig is met Alex.

Volgt dan een zeer verward betoog van Vera in tranen waaruit moet blijken dat zij Alex geen goede vader vindt voor haar kinderen en dat die kinderen ook het ongeboren derde dus even goed niet van hem zouden kunnen zijn.

Alex belt naar de vrienden dat hij de kinderen komt ophalen en rijdt terug naar het platteland. Langs een boom die ook al in het eerste beeld van de film getoond werd. De auto is verdwenen, de camera zwenkt naar rechts, waar enkele boerinnen bezig zijn hooi bijeen te harken. De boerinnen beginnen een lied te zingen. Wat men gedurende praktisch de hele film voortdurend bewondert, is het cinematografische talent van Zviagintsev.

De cityscapes met veel dreigende fabrieken, spoorwegen en kanalen komen volmaakt desolaat, bedrukkend en deprimerend over, terwijl de sequensen op het platteland prachtige kleuren bevatten en vol zitten met mooi in beeld gebrachte landschappen en gebouwen. De beelden ook in de binnenhuisscènes zijn steeds knap gekadreerd en men heeft constant de indruk dat men zit te kijken naar de film van een regisseur die heel vakkundig en professioneel tewerkgaat. Een voorbeeldje daarvan is het nog even vasthouden van een shot, nadat het personage daaruit verdwenen is, wat een mysterieuze sfeer creëert alsof wij samen met een onbekende instantie zitten te spioneren.

Die Alex is dus snel achterlangs de camera gelopen, wat weer even een klein schokeffect veroorzaakt bij de kijker. Ook het muzikale leitmotief met dat onheilspellende koor en dan dat melancholisch stemmende melodietje erachteraan is trouwens heerlijk in zijn doeltreffendheid, namelijk het scheppen van een verheven en tegelijk magische stemming.

Als men zich baseert op de plot zoals we die hierboven samengevat hebben, dan kan men haast niet anders dan concluderen dat de akelige dingen die in de film gebeuren, allemaal de schuld zijn van een neurotische Vera.

Zij is immers helemaal niet ontrouw geweest, het ongeboren kind is wel degelijk van Alex, die abortus was niet nodig. Een film dus over het gebrek aan liefde binnen een huwelijk?

En leest daarom één van de kinderen op een bepaald moment de bijbelpassage over de liefde voor I Kor. Wat we echter nog niet vermeld hebben, is dat de film vol religieuze christelijke knipogen zit. Dàt soort film is The Banishment dus ook.

Dat de beek die in het begin van de film uitgedroogd was, op het einde weer vol water loopt, wanneer het onweert en hard regent.

Dat de camera op het einde inzoomt op de voordeur van het landhuis, zó dat een groot zwart kruis het beeld vult. Voor de liefhebbers is er nog veel meer.

Wanneer Vera begraven wordt, krijgen we een heuvel te zien met links onderaan een kerkje en bovenop de heuvel de begrafenis. Van het kerkje naar de begraafplaats loopt een recht pad, maar tegelijk loopt er naar rechts toe een pad met enkele kronkels. Hier gaat de communicatie tussen Zviagintsev en zijn kijkers natuurlijk de mist in, want wie raakt wijs uit die wollige religieus-symbolische knipogen?

Is Vera dan een soort Maria en is dat kind inderdaad niet van Alex maar van de H. Nochtans lijkt dit aspect van de film voor de regisseur het belangrijkst, want de titel van de film De Verbanning kan in verband worden gebracht met het gezin van Alex dat van de stad naar het platteland verhuist, maar doet toch ook denken aan de verbanning van Adam en Eva uit Eden.

Naar verluidt verwijst de Russische titel zelfs spécifiek naar de bijbelse verbanning van Adam en Eva uit het aards paradijs, en zou de vertaling in het Nederlands dus beter De Uitdrijving luiden. Het zal echter duidelijk zijn: Maar laten we even de man zélf aan het woord. Uit een interview met Freddy Sartor in Filmmagie [nr.

Zij [Vera] heeft nog wel liefde te geven maar hij aanvaardt die niet meer. Andrei antwoordt dat veel kijkers aanvankelijk denken dat de film over ontrouw gaat, en wanneer ze dan vernemen dat de vrouw géén overspel pleegde, zijn ze de draad kwijt: The Banishment gaat niet over ontrouw! Maar wanneer Vera zegt dat het kind niet van hem is, bedoelt ze dat ook zij niet alleen moeder is maar dat ze méér is… Kinderen zijn niet het bezit van hun ouders.

En ten tweede, maar dit terzijde. Wij hebben het ooit zelf in onze familie meegemaakt, een neef wiens huwelijk ook niet meer draaide en de vrouw die dan stopte met de pil om terug zwanger te worden en zo het huwelijk alsnog te redden.

Het werd nota bene een tweeling en het huwelijk was nog meer om zeep dan het al was. Sartor vraagt Zviagintsev ook naar de bedoeling van die laatste beelden, de arbeidende boerinnen. Deze werkende, hooiende en zingende vrouwen doorbreken het vrouwelijke rolpatroon. Binnen de ploeg was er veel discussie over deze scène. De producenten wilden ze zelfs weg. Toch heb ik ze kunnen overtuigen! Deze Rus kan misschien wel mooie beelden genereren, maar van het aanbrengen van abstracte thematiek heeft hij géén kaas gegeten.

We hebben aan deze film, ondanks al zijn inhoudelijk hermetisme, ook nog wat naplezier beleefd. In het tijdschrift-voor-cinefielen Cinemagie [nr. Dit van hoogdravendheid, zwaarwichtigheid en Hineininterpretierung bol staande artikel lijkt te willen aantonen dat de auteur wél alles van de film heeft begrepen, maar toont net het tegenovergestelde aan. Alle vergezochte interpraties van Van Eecke overlopen zou ons hier te ver leiden, maar het is interessant om er ééntje uit te pikken.

Alex is op zijn terugweg naar het landgoed en houdt even stil in de omliggende akkers. Achter hem is een groep vrouwen het hooi bij elkaar aan het harken. Het land is met andere woorden weer vruchtbaar geworden. Kort voor het einde loopt er een vrouw door het beeld met een baby op de arm. Dat lijkt te impliceren dat het kind leeft.

Men vergelijke deze mumbo jumbo met wat de regisseur zelf over dit einde zegt zie vorige alinea. Het artikel bevat nog meer van dit soort joepie tralala: En dat is nóg niet alles.

Vier jaar later verschijnt in datzelfde Cinemagie [nr. Het is inderdaad een briljant artikel zonder weerga. Na gesignaleerd te hebben dat The Banishment in Rusland bijzonder slecht werd ontvangen de regisseur werd onder meer verweten een gebrek aan inhoud te willen verbergen achter de schoonheid van het filmbeeld merkt Vasiljev dingen op die zelfs de alertste kijker na meerdere visies niet gezien heeft, en zijn interpretaties zijn zo ad rem, goed-geïnformeerd en overtuigend dat het niet anders kan of hij heeft zijn informatie over en diepgaande kennis van de film en diens christelijke thematiek rechtstreeks van de regisseur zelf.

Gewone kijkers als u en ik hebben dat weliswaar ook wel genoteerd, maar staan daar verder niet bij stil: Vasiljev weet echter het fijne van de zaak: Maar het gaat hier niet om Tokio of Moskou. Files waren er niet. Hoe moeten we dat begrijpen? Vanaf de eerste seconden begint de regisseur een spel met de kijker, maar bijna niemand merkt het.

De alledaagse, aardse levensbeschouwing blijft op de achtergrond en we komen in een droom, een mythe, een metafysische ruimte terecht.

Hier, in deze wereld achter de spiegel wonderland , in dit land achter de wimpers, wordt alles ineens duidelijk. Dus de auto, het veld, het bos, de stad. Dat is de onvervalste hervertelling van het verhaal van de Beschaving, met een traditonele verdeling van de tijd in drie periodes: Met dit soort onnavolgbare symbolische spitsvondigheden vaak met vermelding van de bronnen: Te veel om hier de revue te laten passeren, maar: En als dit geniale artikel al iets aantoont, dan zeker ook dat Zviagintsev inderdaad niet in staat is zijn bedoelingen als filmauteur op begrijpelijke wijze in beelden om te zetten.

Filmsnobs zullen The Banishment een meesterwerk blijven vinden. Simpele, nederige geesten zoals u en ik lol! Wij herinneren ons nog hoe in het begin van de jaren zeventig deze lp door een vriend aan ons werd uitgeleend met de begeleidende waarschuwing dat dit wel bijzonder zware kost was. Achteraf bleek dat allemaal ontzettend mee te vallen.

Het album vangt aan met het ook op single uitgebrachte Good times, bad times [A1], een compositie van Page, Jones en Bonham die aardig begint maar er vervolgens niet in slaagt echt te overtuigen. Het echte visitekaartje van de debuterende Led Zeppelin wordt pas afgeleverd met de in elkaar overvloeiende tracks You shook me [A3] en Dazed and confused [A4].

De hard rock ook wel heavy rock , pas later gaat men spreken van heavy metal is een natuurlijke uitloper van de rhythm and blues uit de jaren zestig, die zelf haar wortels had in de Amerikaanse bluesmuziek.

Dat blijkt manifest uit You shook me , een nummer van bluesmuzikant Willie Dixon dat hier bijzonder overtuigend in een loodzwaar heavy blues -jasje gestoken wordt. Orgel en mondharmonica brengen wat variatie aan in de klankkleur die voor het overige bepaald wordt door de krijsende, katachtige, met veel echo gelardeerde zang van Plant, de messcherpe gitaar van Page en de bonkende drums van Bonham.

Het onderwerp is bovendien ten zeerste erotisch. Dazed and confused van Jimmy Page continueert de heavy blues-sfeer van het vorige nummer, maar versnelt halverwege het ritme, met donderende gitaarriffs van Page. Het derde deel van deze song is opnieuw mediumtempo en bevat weer orgiastische klaarkomgeluiden die uit de larynx van Plant opborrelen. Your time is gonna come [B1], een voornamelijk akoestisch nummer met meezingrefrein, doet het een stuk kalmer aan, maar is minder geslaagd, net als het korte, instrumentale, oosters getinte Black mountain side [B2].

Communication breakdown [B3] is echter een onvervalst hardrock-nummer en was met zijn 2 minuten en 26 seconden volgens ons een veel beter a-kantje van de single geweest dan A1 het was het b-kantje. How many more times [B5] is een waardige heavy uitsmijter, maar behoort toch niet tot het beste van Led Zeppelin.

Met slechts een viertal nummers op een totaal van negen die er bovenuit steken A3, A4, B3 en B5 is deze eersteling van Led Zeppelin niet echt een klassieker te noemen, maar in was dit allemaal wel degelijk spannend, energiek en relatief nieuw. Dat Led Zep nog kon doorgroeien en dat het beste nog moest komen, zou bovendien al snel blijken, met hun tweede, later in uitgebrachte album.

Op dit tweede album geeft Led Zeppelin al van bij de aanvang het beste van zichzelf. Reeds vanaf de forse, aanstekelijke gitaarriff in het begin is duidelijk dat dit nummer stijf staat van de mannelijke potentie en seksuele energie.

De erotische inslag van de hardrock-muziek in het algemeen en van Led Zeppelin in het bijzonder krijgt in deze groepscompositie zie echter ook infra een meesterlijke vorm.

In het begin van , toen Whole Lotta Love in de hitparades stond, waren wij nog maar veertien jaar en pas later beseften wij dat de door Robert Plant indrukwekkend gebrulde tekst handelt over een coïtus en dat de titel metaforisch verwijst naar een penis in stevige erectie: Een klassieker, die na al die jaren nog steeds overeind staat als een… nou ja, als een huis.

In ontdekten wij dankzij het album Superhero van de Amerikaanse zangeres Candye Kane overigens iets merkwaardigs. Op dat album staat een cover van het nummer You need love van Willie Dixon en wat blijkt? Whola Lotta Love van Led Zeppelin is een schaamteloze doorslag van dat nummer, althans wat de melodie en de lyrics van de strofen betreft. In verschijnt het live in Londen opgenomen album Celebration Day , waarop Whole Lotta Love fungeert als bisnummer.

En nu staat bij de credits de naam van Willie Dixon plots wél vermeld, naast die van de vier groepsleden…. What is and what should never be [A2] echt wel van Page en Plant dit keer begint een stuk rustiger, maar wordt vervolgens opgebouwd uit kalme en stevigere passages, met een korte lieve gitaarsolo van Page in het midden.

Het niveau daalt dan lichtjes. Eerst met de wat te lang gerekte groepscompositie The Lemon Song [A3], een heavy blues-nummer waarvan het ritme halverwege versnelt, om dan weer op mediumtempo terug te vallen en uiteindelijk nogmaals te versnellen. Heartbreaker een groepscompositie weer bevat bovendien in het midden een lekkere gitaarsolo van Jimmy Page.

Het bestaat weer uit een afwisseling van rustiger en forser stukken de strofen en het refrein , maar is duidelijk minder sterk dan B1 en B2.

Moby Dick [B4] bevat een leuke begin- en eindriff met tussenin een vervelende drumsolo van Bonham. Bring it on home [B5] ten slotte, opnieuw een nummer van Page en Plant, begint als een slepende blues, gaat dan over in een stevig hard rock-tussenstuk, en sluit dan af zoals het begon. Led Zeppelin II heeft met A1, B1 en B2 drie exemplarische heavy rock-songs in petto, maar de zwakkere momenten verhinderen dat dit album als geheel een échte klassieker kan worden genoemd.

Het openingsnummer Immigrant song [A1] is een korte, stevige rocker die ook op single uitgebracht werd en dus de opvolger moest worden van Whole Lotta Love. Deze Immigrant song speelt echter minstens drie klassen lager dan zijn indrukwekkende voorganger. Friends [A2] is niet meer dan een stukje onbenul, en Celebration day [A3] doet zijn best, maar ontstijgt nauwelijks zijn eigen lawaai. Gallows pole [B1] is een fel-ritmische, door Page en Plant bewerkte traditional die aardig begint, maar vervolgens te lang gerekt wordt.

De akoestische gitaar speelt in dit nummer een belangrijke rol, en dat is ook zo in de overige tracks van de B-kant. Het aardigste nummer van de B-kant is Bron-y-aur stomp [B4], maar ook dat breekt geen potten. Led Zeppelin III is kortom een zeer zwak album dat getuigt van een inspiratiedip.

Dat op de B-kant resoluut gekozen wordt voor de zachtere folkrichting ten koste van de stevigere bluesinvloeden, is een beslissing die wij altijd betreurd hebben. De lp is ooit in ons bezit geweest, maar we hebben hem nauwelijks gedraaid, in tegenstelling tot de eerste twee albums. Led Zeppelin III is ondertussen dan ook al lang doorverkocht. In het begin van de jaren zeventig van de twintigste eeuw zat de rockmuziek volgens sommigen in een dip, na de explosie van creativiteit in de jaren zestig.

Een aantal tijdschriften voelden daarom blijkbaar de behoefte een voorlopige balans op te maken en dat leidde tot enkele historische terugblikjes. Zo publiceerde Humo De ware geschiedenis van de popmuziek en in deel 5, verschenen op 30 augustus en veelzeggend getiteld De magere jaren lezen we: Led Zeppelin was de beste ervan, maar vond nooit een eigen gezicht zoals de vroegere supergroepen dat wél hadden.

Net als Deep Purple mochten ze zich in veel sukses verheugen, maar of dat aan hun kwaliteiten of aan een gebrek aan echte grote groepen was [lees: Aldus een onbevooroordeelde Peter Cnop hehe. In een Muziek Express uit diezelfde periode en in een gelijkaardig artikel lezen we: Het belangrijkste was het ontstaan van de Heavy muziek.

Zij waren niet de eerste heavy band dat was Vanilla Fudge in Amerika , maar ze waren wel verreweg de beste. Whole Lotta Love scheurde over de hele wereld speakers uit elkaar. Of Led Zeppelin de beste hard rock-groep was uit het begin van de jaren zeventig, daarover kan men discussiëren, maar wij vinden dus van niet en kunnen daar twee schone argumenten voor aandragen: Want zelfs Led Zeppelin II met daarop toch drie hardrock-kanjers was verre van vlekkeloos, en Led Zeppelin IV , volgens sommige dulleketters hun beste lp, was dat al helemààl niet.

Om te beginnen is er die vervelende titel die bestaat uit onleesbare runentekens, met als gevolg dat naar het album wordt verwezen aan de hand van verschillende noodtitels: Mighty inconvenient, if you ask us. Het album begint met twee ook op single uitgebrachte nummers: Black dog [A1], een niet onaardige hardrock-song maar vergeleken met Whole Lotta Love een dwerg toch? Rock and roll is in beide overzichten afwezig. De waarde van die Toppers van Tobbers is overigens eerder beperkt, als je ziet dat op de nummers 2, 3 en 4 Beggar van The Pebbles de Antwerpse fans aan het werk geweest om kaartjes te sturen?

Vervolgens begint Led Zeppelin weer die ook al op kant B van Led Zeppelin III gekozen weg van de folk in te slaan, met het minabele The battle of evermore [A3], waarin Robert Plant een duet aangaat met de folkzangeres Sandy Denny en beiden op een verschrikkelijke wijze om ter valst proberen te zingen.

Geen eigen gezicht, inderdaad. De tekst is overigens zowel in het eerste als in het tweede deel even ontoegankelijk en onbegrijpelijk. Nochtans kan men over dit nummer niets lezen of horen, of er worden alom loftrompetten gestoken.

Wij willen niet vervelend doen en hier gaan beweren dat Stairway to heaven een sléchte song is, maar de allerbeste song van Led Zeppelin, is dat niet een béétje overdreven?

Speel Heartbreaker en Living loving maid nog eens achter elkaar, met de volumeknop op zeven…. Op de B-kant zijn om te beginnen het tafelspringerige Misty mountain hop [B1] en het stevig klinkende maar banale Four sticks [B2] niet in staat om ons te bedwelmen.

Wij zullen u een geheim verklappen: De vijfde lp van Led Zeppelin heeft eindelijk eens een deftige titel, al blijft het rijkelijk onduidelijk waar hij precies op slaat: Houses Of The Holy. Leest men iets over dit album, dan wordt steevast vermeld dat het een plaat is die nummers bevat met uiteenlopende muziekstijlen.

Op zich hoeft dat nog geen probleem te zijn: Om niet problematisch te worden, moeten de aparte songs dan wel een hoge kwaliteit te bieden hebben, anders hoort men al gauw de kritiek dat er sprake is van een groep op de dool die niet goed weet van welk hout pijlen maken. Voor Houses Of The Holy geldt die kritiek slechts gedeeltelijk. Houses Of The Holy is ook bekend omwille van de merkwaardige, door Hipgnosis gecreëerde hoes: Naar verluidt werden voor de fotosessie slechts één jongetje en één meisje gebruikt, maar het getruceerde eindresultaat is bijzonder geslaagd en creëert een mysterieuze sfeer men kan zich de vraag stellen of een dergelijke hoes in het post-Dutroux-tijdperk nog zou kunnen, al zijn van de kinderen alleen de blote billen te zien.

Die mysterieuze, zelfs ietwat mythologische sfeer keert op het album zelf nergens weer, behalve in de tekst en de muziek van de voorlaatste track: No quarter [B3], een nogal atypisch Zeppelin-nummer van zeven minuten dat eerder aan Yes of Pink Floyd doet denken. Dat wil echter niet zeggen dat het een slechte song is en wellicht is het zelfs het muzikale hoogtepunt van de plaat. De tekst van Plant? Het deed bijzonder weinig in de hitlijsten, maar volgens ons is het toch een niet onaardige Led Zeppelin-song.

Tussen het akoestische begin en einde zit een stevig staaltje powerrock, al blijft het geheel een flink stuk beneden het huizenhoge niveau van bijvoorbeeld Whola Lotta Love. De b-kant van de single was Dancing Days [A4]. De heavy blues uit de eerste albums is nu wel heel ver weg, en men zou voor minder beweren dat Led Zep een beetje de kluts kwijt was anno Heet nummer deed in de hitlijsten even weinig als zijn voorganger A3. Op de b-kant stond The Crunge [A4], dat we alleen maar kunnen beschouwen als een parodie op de funkmuziek van James Brown en als een grapje van Page en Co.

Het wordt gevolgd door het meer dan zeven minuten durende The Rain Song [A2], dat aansluiting zoekt bij het akoestische, folky geluid dat we kennen uit de twee vorige albums. De afsluiter The Ocean [B4] is dan weer typische Led Zeppelin-hardrock, maar behalve de nogal leuke riff valt hier evenmin veel boeiends te rapen of interessants mee te delen, behalve dan dat de coverfoto vooral lijkt aan te sluiten bij dit nummer, via de motieven van de oceaan en van een driejarig meisje waarvoor Plant naar verluidt zingt zie de twee laatste verzen.

Alles lijkt erop te wijzen dat Led Zeppelin in inderdaad een beetje het noorden kwijt was, al heeft Houses Of The Holy nog wel enkele aardige momenten en in elk geval twee goede nummers te bieden. Wij persoonlijk betreuren het in elk geval dat Page en Plant het heavy blues-pad meer en meer links lieten liggen waar was de tijd van You shook me en Dazed and confused? Het niveau van nummers als Heartbreaker en Living loving maid wordt op deze lp helaas nergens meer bereikt.

Twee jaar na Houses Of The Holy , meer bepaald op 24 februari , brengt Led Zeppelin zowaar een dubbel-lp op de markt, Physical Graffiti , met een hoes die een stuk minder fraai is dan die van de vorige plaat.

Op 2 april wordt uit dit dubbelalbum de eerste Led Zep-lp op het eigen Swan-label Trampled under foot [B2] uitverkoren om als single te fungeren. Het is een niet onaardig, meer dan vijf minuten lekker voortbonkend Page-Plant-Jones-nummer, maar in de door ons bewaarde hitlijsten uit Belgische, Nederlandse, Engelse en Amerikaanse is de single onzichtbaar, wat betekent dat het niet echt een kaskraker was.

Het b-kantje, Black country woman [D4] is niet meer dan een nogal middelmatig akoestisch country-ding, blijkbaar een overblijfsel uit de Houses Of The Holy -studiosessies anno De A-kant van het album begint met twee degelijke hardrock-composities: Veel slechts valt er niet over te vertellen, maar anderzijds: Dat laatste geldt ook voor de lange, elf minuten durende groepscompositie In my time of dying [A3], terwijl wij eigenlijk blij zouden moeten zijn zie supra dat Led Zeppelin hier de heavy blues opnieuw omarmt.

En dan een verrassing: Het is weliswaar slechts een middelmatige rocker waarvan alleen de riff opvalt, maar de vraag blijft toch: Na de single B2 volgt het bekende Kashmir [B3]. Het is een lang wat te lang: Kant C is de rustige kant van de dubbelaar.

In the light [C1], weer een langer nummer van bijna negen minuten, begint een beetje mysterieus-experimenteel, bloeit dan een beetje open maar leidt nooit tot grootse dingen. Bron-Yr-Aur [C2] is een erg kort akoestisch instrumentaaltje van Jimmy Page, dat blijkbaar heropgevist is uit een stiefbroertje van Bron-y-aur stomp uit de derde lp?

Down by the seaside [C3] komt achteloos langsgeflaneerd als een lome Stones-achtige ballad, versnelt halverwege even om vervolgens weer te vertragen. En dan is er nog een mediumtempo-nummer: Al bij al vormen deze vier songs een zwakke, om niet te zeggen snel vergeetbare plaatkant. De opener van de D-kant, Night flight [D1], is ook een ouder nummer opgenomen in Indertijd niet goed genoeg bevonden om op een lp te staan en nu gebruikt als opvulling?

Die gitaarriff is overigens het enige goede aan deze song. The wanton song [D2] is een degelijk hardrock-nummer dat echter nergens de middelmaat overstijgt. Ook uit dateert het onopvallende en zeker niet beklijvende Boogie with Stu [D3]. Na het b-kantje van de single volgt dan met Sick again [D4] de afsluiter: We hebben een beetje opzoekingswerk gedaan.

In een overigens van blaaskakerij stijfstaand artikel over Led Zeppelin in het tijdschrift Audio-Visueel [, nr. Na het aandachtig beluisteren van deze dubbel-lp dachten wij net wél een verscheidenheid aan genres gehoord te hebben. Op talrijke Internetsites kan men verdere loftuitingen, maar toch ook het nodige weerwerk terugvinden. Laten we wel wezen: Dat het album indertijd danig goed verkocht, zegt misschien wel iets over de hoeveelheid fans die Led Zeppelin anno had opgebouwd maar weinig over de intrinsieke kwaliteiten van de muziek.

Luisteren we liever naar een kenner van de hardrockmuziek, ene Ozzy Osbourne leadzanger van Black Sabbath in een interview met Katia Vlerick van Humo [nr. Over Led Zeppelin zegt hij daar: Tegen dat ze IV maakten, was ik niet meer geïnteresseerd. Geezer en ik wisten dat Robert Plant — toen al een ster in het muzikantenmilieu — het aanbod had gekregen om bij de Yardbirds te gaan spelen.

Van de dj hoorde ik toen dat de Yardbirds waren overgegaan in Led Zeppelin. Dat zijn momenten die je nooit vergeet: Op 31 maart verschijnt Led Zeppelins zevende: Presence met alweer een weinig originele, eerder saaie hoes. Op 18 juni volgt de release van de uit dit album getrokken single Candy store rock [B2], een niet echt onaardige, maar verder weinigzeggende rocker die in de hitparades dan ook geen toppen scheerde. Het b-kantje was Royal Orleans [A3]: Als binnenkomer en afsluiter presenteren Page en Plant telkens een langer en dus gewild-prestigieuzer nummer.

Achilles last stand [A1] 10 minuten 22 seconden begint inderdaad veelbelovend, maar voor de zoveelste keer moeten we vaststellen dat Led Zeppelin niet meer in staat is de aandacht lang gaande te houden, en dat is eigenlijk al het geval vanaf het moment dat Plant aanvangt met zingen. Tea for one [B4] verandert na een kort, vinnig begin plots in een trage blues.

Als we vriendelijk willen zijn, zouden we kunnen zeggen dat Page een mooie gitaarsolo aflevert, maar voor de rest is dit toch maar middelmaat troef. Tussen dat alles zitten dan nog drie songs: Zouden er mensen zijn die dit bijzonder matige plaatje echt de beste lp van Led Zeppelin vinden? Ook in verschijnt een dubbele live-lp met daarop een mix van de drie concerten die Led Zeppelin gaf in juli in de New Yorkse Madison Square Garden.

De A-kant begint met twee in elkaar overvloeiende korte nummers, Rock and roll [A1] en Celebration day [A2]. Veel meer dan wat lawaaierig gedreun horen we niet. Hetzelfde geldt voor het volgende, iets langere nummer, The song remains the same [A3], dat overvloeit in het wat rust brengende Rain song [A4]. Onder de indruk van deze A-kant zijn we hoegenaamd niet, maar de verwachtingen schieten de hoogte in als we merken dat de hele B-kant gevuld is met een bijna 27 minuten durende versie van Dazed and confused [B1].

Helaas, de teleurstelling is even groot, want het is akelig om horen hoe deze uitstekende song uit het eerste album hier verwatert tot een veel te lang durende brij van los aan elkaar hangende brokstukken die niets heel laten van de knappe heavy blues-sfeer van de studioversie. Op de kanten C en D treffen we telkens twee tracks aan.

En dit nummer inruilen voor de studioversie zouden we nu ook niet onmiddellijk doen. Volgt dan het blijkbaar onvermijdelijke Stairway to heaven [C2]. Het eerste nummer van de D-kant is een bijna dertien minuten lange versie van Moby Dick [D1] die grotendeels uit een slaapverwekkende drumsolo van John Bonham bestaat. Als afsluiter krijgen we dan nog een bijna vijftien minuten durende versie van Whole lotta love [D2] die degelijk maar ook nogal rommelig is.

De film, die enkele maanden later in première gaat, is naar verluidt nog slechter. Na drie jaar radiostilte verschijnt op 15 augustus het negende album van Led Zeppelin, met zeven nieuwe, zelfgeschreven songs en een weinig originele Hipgnosis-hoes. Als voorproefje krijgt de wereld vanaf 12 juli de single Fool in the rain [A3] te horen, ongetwijfeld één van de saaiste singles van dat jaar met ergens in het midden plots nog een gratis stukje salsa waar niemand om gevraagd heeft en het nummer doet dan ook bijzonder weinig in de hitparades.

Op de b-kant figureert Hot dog [A4], met wat goede wil te beschouwen als een Elvis Presley-parodie, maar dan wel een hele flauwe.

De lp zelf begint iets hoopgevender met In the evening [A1] dat prat kan gaan op een degelijke gitaarriff, maar dat is dan ook alles: South bound Saurez [A2] biedt zich aan als een vinnige boogie maar zakt vervolgens al snel weg tot een flink stuk onder de middelmaat. De B-kant begint met het meer dan tien minuten durende Carouselambra [B1]. Het zou het piéce de résistance van de lp moeten zijn en dat lijkt het de eerste halve minuut ook te worden, maar vervolgens blijft deze slecht geproducete en lawaaierig klinkende compositie nog eens tien minuten doordrammen, met halverwege weliswaar een tempovertraging en wat frisser klinkend synthesizergehuppel.

De opvallend middelmatige zang van Plant slaat echter alles dood. Het hierna volgende, rustig mediumtempo voortkabbelende All my love [B2] is een verademing en wint bij gebrek aan beter zowaar de prijs voor beste nummer van de plaat, zonder overigens ook maar enige potten te breken. In Through The Out Door is een zwakke plaat waar alleen die hard-fans positief over kunnen doen. Op 25 september overleed drummer John Bonham. Een persbericht van 4 december deelde mee dat Led Zeppelin officieel had opgehouden te bestaan.

Wij passen op deze roman naar verluidt Conrads zevende nog eens een goeie ouwe close-reading toe. Antwerpen, 19 juli Na drie jaar gevangenis komt de boekhouder Flor Daens hobby: Europese koningshuizen weer vrij.

Enkele nieuwe vrienden uit het hotelletje marginalen, waaronder een oude experimentele dichter, een vergeten acteur en een hoerenkapper helpen hem daarbij.

Ondertussen hebben we via flashback-hoofdstukjes vernomen dat er in het leven van Flor twee belangrijke vrouwen zijn geweest: Toen de buren, Marcel en Germaine Liebbaers, miljoenen hadden gewonnen met de lotto, begon Louise uit jaloezie ook veel geld uit te geven en daarom hield Flor bij zijn firma een dubbele boekhouding bij de reden van zijn veroordeling tot drie jaar gevangenis. Drie jaar later pleegde Louise zelfmoord door uit een raam te springen.

Ze liet een briefje aan Flor achter waarin zij meedeelde dat hij haar niet gelukkig kon maken. Flor laat Raoul M. Depoorter, de mislukte experimentele dichter, tegen betaling alsnog een antwoordbrief schrijven.

De eerste avond dat Flor in het Schipperskwartier rondloopt, meent hij een vrouw te zien die op Laura lijkt en de volgende dag blijkt het inderdaad om Laura te gaan, die enkele jaren daarvoor terug naar België is gekomen en nu een bar runt in het Schipperskwartier. Het hoeft nauwelijks gezegd dat dit een zeer onwaarschijnlijke wending is in de plot: Op 11 augustus is er een zonsverduistering op de middag.

Terwijl Flor als Rubens op de Groenplaats staat, herkent hij Manon Liebbaers, de knappe dochter van de Liebbaersen die ondertussen fotomodel is geworden en ziet hij hoe zij in een Mercedes stapt met drie heren. Even later blijkt dat Manon ontvoerd werd. Het onderzoek is in handen van commissaris Duncan Suncliff.

De Liebbaersen loven een beloning uit van Flor komt erachter dat de Russische maffia van het Falconplein achter de ontvoering van Manon zit en besluit wraak te nemen op de Liebbaersen zij hebben namelijk indirect zijn vrouw het hoofd op hol gebracht waardoor hij uiteindelijk in de gevangenis terechtkwam door hen een grote som geld af te persen. Ondertussen is hij te weten gekomen dat Laura ergens op het Eilandje woont, dat zijn vader als een zwerver in haar straat tussen het afval leeft en dat Laura een zoon Juan heeft, een adolescent die lijdt aan een ziekte waardoor hij dicht behaard is.

Flor is van plan met Laura en Juan in Spanje te gaan wonen, eenmaal hij het afgeperste geld heeft. Na een teleurstellend bezoek van Flor aan de Liebbaersen in Brasschaat verandert hij van idee. Hij vermoedt sterk dat Manon gevangen zit in de kelders onder een winkel aan het Falconplein, een winkel die eigendom is van Arzamas, een lid van de Russische maffia, en hij wil nu van Arzamas de helft van het losgeld miljoen afpersen in ruil voor zijn stilzwijgen.

Van Duncan Suncliff, die hij ontmoet in een cocktailbar, verneemt Flor dat de ontvoerders een vingerkootje van Manon naar de Liebbaersen hebben gestuurd en dat zij Manon de volgende donderdag zullen vermoorden, als het losgeld dan niet betaald is. Nochtans is er een functionele link tussen Manon en de rest van de plot, want het is dus de onrechtstreekse schuld van Manons ouders dat Flors echtgenote Louise zelfmoord heeft gepleegd en Flor zelf in de cel is beland, en daarom wil Flor nu wraak nemen op de Liebbaersen: Wat ik weet is miljoenen waard.

De miljoenen die Louise op kerstnacht uit het raam hebben geduwd. Jullie hebben mij lang genoeg voor de aap gehouden, mijnheer en mevrouw Liebbaers. Het uur van de wraak heeft geslagen. De wraak van de aap van God! Dat denkt Flor vlak vóór zijn bezoek aan de Liebbaersen in Brasschaat, en als hij water later vóór hun villa staat hij woonde vroeger met Louise in de villa ernaast , luidt het: Welke laatste bedenking ergens toch in flagrante tegenspraak is met die wraakgedachte, want de op zichzelf ook al vrij ongeloofwaardige, zie supra hernieuwde kennismaking van Flor met zijn oude liefde Laura is dus juist te dànken aan de Liebbaersen!

Er zitten overigens nog wel een paar voorlopige? Zo zijn er bijvoorbeeld de om de zoveel bladzijden terugkerende ongevallen waarvan Flor getuige is. Na de twee hierboven reeds vermelde ongelukken is dat verder nog het geval op de bladzijden 55, 57, 74, , , , en Op de duur wordt dit een beetje potsierlijk en men vraagt zich af wat hiervan de uiteindelijke bedoeling is.

Zo is er ook Flors interesse voor de Europese adel die om de haverklap leidt tot het associëren in Flors geest van situaties en personages met meestal onbekende, maar met naam en toenaam genoemde graven en baronessen.

Ook hier vraagt de lezer zich halverwege de roman af: Op pagina 36 noemt Flor zichzelf de aap van God. Op pagina 91 noemt Flor zijn wraak de wraak van de aap van God. Op pagina ziet Flor in Juan, de behaarde zoon van Laura, een aap en op pagina noemt hij de jongen de zoon van de aap van God.

Op pagina noemt Flor zich de nieuwe vader van Juan, de aap van God. Op pagina noemt Flor zijn stervende vader de aap van God. Op pagina zegt Flor dat Juan naakt nog meer op een aap lijkt.

Op pagina toast Flor in een droom op de aap van God. In het laatste deel van de roman gaat de plot jammer genoeg gebukt onder een hele resem ongeloofwaardigheden.

Een overlijden dat wel heel onverwacht uit de lucht komt vallen! Op een achtergelaten servet staan de initialen G. Nog later heeft Flor een gesprek met Arzamas rond de ontvoering van Manon. Arzamas blijkt vanalles over Flor te weten vernomen via een Russische kennis die ook in de gevangenis zat en Flor vertelt al zijn wraakplannen aan Arzamas, die op zijn beurt duidelijk maakt dat degene die het losgeld eist, wel eens iemand anders zou kunnen zijn dan de ontvoerder en dat die losgeldeiser hijzelf Arzamas dus is.

Een zeer onwaarschijnlijke wending toch, deze bekentenis van Arzamas aan een wildvreemde. Flor en Arzamas vormen nu dus een team, zij spreken af het losgeld te zullen delen en Flor belooft Arzamas de ontvoerder te zullen opsporen want een dode Manon levert geen losgeld meer op. Zeer ongeloofwaardig toch weer, want waar zou Flor die ontvoerder moeten vinden?

Op bladzijde we naderen stilaan het einde van de tekst zegt Laura dan ook, nadat zij van alles op de hoogte is gebracht door Flor, dat Flor een pakt met de duivel heeft gesloten en daarvan de gevolgen zal moeten dragen, waarop Flor antwoordt: Met de aap van God! En dan volgt er een ongelooflijk ongeloofwaardige wending in het verhaal, die al snel naar de climax zal leiden. Flor heeft weer een ontmoeting met die commissaris Suncliff in die cocktailbar en daaruit blijkt dat Suncliff geen verband ziet tussen de zaak-Melissa waaraan slechts een paar stagiairs werken en de ontvoering van Manon: Dit betekent dat hij de zaak Melissa zonder losgeld wel au séreieux zou genomen hebben en als een mogelijk onverwacht spoor zou beschouwd hebben.

Vooral met de gedachtesprong in het door ons gecursiveerde gedeelte van dit citaat hebben wij de grootste moeite en dit lijkt ons dan ook een onvoorstelbare non sequitur te vormen binnen de interne logica van het verhaal. Wat er dan verder gebeurt, is helemaal van de gekke. Na een kort bezoek aan Melissa in het ziekenhuis trekt Flor naar de plek op de Meir waar Arzamas naar eigen zeggen Manon heeft afgezet die dag van de zonsverduistering.

Flor komt dan zeer toevallig terecht in een zijstraat van de Meir, waar zich een schoonheidsinstituut bevindt van ene Günther von Kirchheim under Teck, een edelman waarvan Flor weet zie zijn hobbyistisch verworven kennis van de Europese adel dat diens voorouders zich sinds de Renaissance als bloeddorstige monsters hebben gedragen.

Die Günther von Kirchheim heeft ook een restaurant in Antwerpen waar Flor wat later tevergeefs als klant probeert binnen te raken. In het midden van de nacht dringt hij toch heimelijk het restaurant binnen en treft er Günther aan, de nazaat van Hans Jürgen von Kirchheim under Teck, de in terechtgestelde Kannibaal van het Zwarte Woud. Flor ziet hoe Günther een luik opendoet en in een kelder verdwijnt.

Die kelder is ingericht als een keuken en bevat vier koelkasten die gevuld zijn met alle mogelijke afgekapte en weggesneden onderdelen van vrouwenlichamen. Flor observeert van bovenaf hoe Günther een vrouwenhand uitkiest, deze bakt met allerlei ingrediënten en vervolgens verlekkerd oppeuzelt.

Als Günther terug boven komt, overvalt Flor hem met een mes Flor stelt zich aan hem voor als de aap van God , maar de edelman beweert dat Manon Liebbaers niet door hem ontvoerd is. Flor kapt dan een pink van Günther af, maar deze blijkt niet onder de indruk en begint op zijn eigen pink te kauwen.

Pas nadat Flor ook nog de drie andere vingers heeft afgehakt én een oor, slaat Günther door en zegt dat hij zal bewijzen dat hij met de zaak-Manon Liebbaers niets te maken heeft. Günther vertelt dat Manon nooit ontvoerd werd maar dat de zogenaamde ontvoering opgezet spel was van Manon zelf en haar minnaar Arzamas, nadat zij had vernomen dat haar ouders hun fortuin per testament aan de paters van Scheut hadden geschonken.

Günther verliest dan het bewustzijn en Flor snijdt hem de keel over en raakt vervolgens buiten zinnen. Het is 19 augustus, precies één maand na Flors ontslag uit de gevangenis. In het laatste hoofdstukje blijkt Flor opnieuw in de gevangenis te zitten, waar hij een kaartje krijgt vanuit Uruguay van Manon en Arzamas en contact weigert met zijn vroegere vrienden uit het Dallas Motel waar hij logeerde.

Nueken.nl gratis sex almere


U kunt bij ons ook terecht voor een Bodemsaneringskeuring, een ademluchtkeuring en natuurlijk ook voor de medische onafhankelijke ademluchtkeuring. Bij de medische check voor onafhankelijke ademluchtkeuring hoort ook een inspanningstest.

Dit wordt bij Keurdokter gedaan met professionele apparatuur en uitgevoerd door gecertificeerde bedrijfsartsen. Voorts hebben wij ook een keuring voor de medische buspas, vroeger heette dit ook wel de medibuspas. Dit kan uitgevoerd worden op alle locaties van Keurdokter en, is net als het rijbewijs, vijf jaar geldig! Ondertussen bestaat Keurdokter al meer dan 10 jaar en heeft daarom veel ervaring op het gebied van medische onderzoeken.

Door deze jaren lange ervaring is Keurdokter op de hoogte van alle medische criteria en wettelijke eisen voor elke keuring die u nodig heeft! Tevens is Keurdokter goed bereikbaar voor u, zowel met de auto als met het openbaar vervoer. Er zijn meerdere redenen om te kiezen voor Keurdokter: Wij werken met een informeel hecht team , persoonlijk contact vinden wij heel belangrijk Wij luisteren naar wat u wilt, een medische keuring is bij ons maatwerk Heeft u als bedrijf 10 of meer werknemers?

Dan bieden wij de mogelijkheid om op  uw locatie de medische keuringen uit te voeren Wij plannen een medische keuring wanneer het u uitkomt, dit kan ook op zaterdag of in de avonduren Snel een medische keuring nodig? Bij Keurdokter streven wij ernaar om een medische keuring  binnen 2 weken te laten uitvoeren. Racelicentie keuring Nieuws , Racelicentie keuring.

Bodemsaneringskeuring Medische keuringen voor de grondweg en waterbouw , Nieuws. Houellebecq wil aan de hand van deze twee sjabloonachtige en dus tot oppervlakkigheid in de romanpsychologie leidende figuren de totale leegte van de westerse samenleving aantonen die ontstaan is na de seksuele revolutie van de jaren zestig en geleid heeft tot een bodemloze eenzaamheid onder de mensen.

Dit is ongetwijfeld het interessantste aspect van Elementaire deeltjes. Houellebecq heeft heel wat ideeën over onze moderne westerse samenleving in de aanbieding, en al ben je het niet altijd met hem eens, meestal schrijft hij toch wel dingen die het overdenken waard zijn. En natuurlijk is de bottom line van dat alles niet optimistisch. Typisch is een passage als de volgende: Daarna worden ze het langzaam beu, ze hebben niet zoveel zin meer hun benen wijd te doen en een lordosehouding aan te nemen om hun kont te laten zien.

Ze zoeken naar een innige relatie, die ze niet kunnen vinden, en naar hartstocht, waartoe ze niet echt meer in staat zijn: Af en toe zou ze hem een kortstondig moment van lichamelijk geluk schenken, ze zouden samen de begeerte zien afnemen. Erg cynisch is dit allemaal en het sluit aan bij de ook elders vaak verwoorde grondthematiek van Houellebecq dat de moderne mens voortdurend op twee terreinen een concurrentiestrijd moet leveren, namelijk op dat van de erotiek en op dat van het werk, en dat dit leidt tot teleurstelling en frustratie bij de overgrote meerderheid.

Suggereert Houellebecq echter ook een oplossing voor deze impasse? In Elementaire deeltjes gebeurt dat via de idee van een nieuwe mens, een soort kloon die geen psychische afgronden meer kent en niet langer wordt gekweld door zijn zucht naar seks.

Daar heb je natuurlijk weinig aan, zolang dit slechts een sciencefictionachtig idee blijft. In zijn tekst heeft Houellebecq echter — haast onopvallend, je moet er goed op letten — knipoogjes verweven naar het boeddhisme, dat zoals we weten als één van zijn hoofdideeën de totale onthechting van de aardse begeerten en ijdelheden heeft. Op pagina 72 lezen we bijvoorbeeld: Of nog, op pagina , waar het gaat over dat new age -kamp dat Bruno bezoekt: Hijzelf begon een beetje slaap te krijgen. Hij vroeg niets meer, wilde niets meer, was nergens meer; langzaam, stapsgewijs, steeg zijn geest op naar het rijk van het niet-zijn, naar de zuivere extase van het niet-in-de-wereld-zijn.

En in de epiloog, op pagina , lezen we dat de wereldgodsdiensten eensgezind tégen het klonen van mensen waren: In het boeddhisme en de onthechting lijkt voor Houellebecq in deze roman dus een uitweg te liggen uit de westerse leegheid. Hermans een verkapt essay. Houellebecq barst van de gedachten over onze tijd en hoewel ik het misschien niet altijd met hem eens ben, vind ik ieder idee van hem het overdenken waard.

Dat deze man als een monster is aangevallen, vind ik volkomen absurd, want als één ding duidelijk is, dan is het wel dat hij opkomt voor menselijke warmte, loyaliteit, trouw etc. Zijn boek is heel cru en deprimerend, en soms plotseling ook geweldig ontroerend. Want als die cynicus geroerd is, heeft dat natuurlijk een dubbel groot effect. Wat een geweldig boek!

Wijzelf zijn iets minder enthousiast over déze Houellebecq. Als roman vinden wij Elementaire deeltjes namelijk maar een mager geval zwakke inwendige structuur, oppervlakkige psychologie, te veel vulsel, Platform is op al deze terreinen veel beter , doch als verkapt essay mag het er zeker wezen en is het zelfs een pareltje aan de kroon van Houellebecq, de Kritische Observator van Onze Moderne Maatschappij.

Extension du domain de la lutte , Parijs, ]. Deze eerste roman van Houellebecq hebben wij gelezen vrij kort na zijn derde, Platform , en het is overduidelijk dat deze eersteling mijlenver onder het niveau van zijn opvolger staat.

De tweede roman van Houellebecq, Elementaire deeltjes , moeten wij in de toekomst nog lezen. De Nederlandse titel De wereld als markt en strijd klinkt al even onaantrekkelijk als Platform. Het is dan ook een zeer flodderige vertaling van het Franse Extension du domain de la lutte Uitbreiding van het gevechtsterrein maar daar heeft Houellebecq zelf uiteraard geen schuld aan.

We krijgen in deze roman het verhaal van een ikverteller die als werknemer van een softwarebedrijf in de provincie een aantal cursussen moet verzorgen samen met een collega, ene Raphaël Tisserand. Die Tisserand is een oerlelijkerd die maar geen vrouw kan vinden en telkens opnieuw blauwtjes loopt. Tisserand begaat de dubbelmoord niet, maar laat de ik alleen achter en rijdt terug naar Parijs. Onderweg krijgt hij een dodelijk ongeval. De ikverteller raakt daarna in een serieuze depressie, zoekt een psychiater op, wordt opgenomen in een inrichting en vertrekt vervolgens naar een hotelletje in de Ardèche.

Daar gaat hij een wandeling maken in het bos en het blijft onduidelijk of hij van plan is zelfmoord te plegen. Deze roman hangt als los zand aan elkaar en weet met zijn talrijke uitweidingen en losse draden de lezer veel minder te boeien dan Platform , waarvan hier overigens reeds op pagina 12 een voorecho te horen is in het zinnetje: Voor de rest valt ook hier al uitgebreid Houellebecqs misantropische kijk op de wereld te beluisteren, bijvoorbeeld manifest op de bladzijden Nee, ik houd er absoluut niet van.

Van de maatschappij waarin ik leef moet ik walgen; van de reclame word ik misselijk; van de informatica moet ik kotsen. Het heeft geen enkele zin. Om eerlijk te zijn is het zelfs nogal negatief; een nutteloze belasting van neuronen.

En op bladzijde 46 beïnvloedt die negatieve kijk zelfs Houellebecqs poëtica: Want hoe zou je nog kunnen vertellen over van die vurige, jarenlang voortdurende passies, waarvan de gevolgen soms generaties lang merkbaar bleven? We zijn op zijn zachtst gezegd mijlenver verwijderd van Wuthering Heights. Maar ondertussen vindt Houellebecq die uitdrukkingsvorm niét uit en schrijft hij toch maar een roman vol absolute leegte, en dat oefent een zware druk uit op het geheel.

In Platform is dat veel minder het geval, dankzij het aldaar aangebrachte ventiel van een passionele liefdesrelatie. Hier blijft de erotiek beperkt tot enkele sporadische libertijnse passages in de trant van: Dat zorgt ontegenzeglijk voor een lichte maar constante erotische spanning, vooral omdat ze je aanraken en omdat je zelf bijna naakt bent enzovoort.

De enige echt gedenkwaardige passage in De wereld als markt en strijd is te vinden op bladzijde , waar de Dictatuur van het Lot wordt aangekaart en in verband wordt gebracht met de ook door de Franse titel gesuggereerde thematiek van het verhaal, de terreinen van werk en seks waar door ons allemaal een constante strijd wordt geleverd om ons waar te maken: Sommigen vrijen elke dag; anderen vijf of zes keer in hun leven, of nooit. Sommigen vrijen met tientallen vrouwen; anderen met geen enkele.

In een economisch stelsel waar ontslag verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn plek vinden. In een seksueel stelsel waar overspel verboden is, kan iedereen wel min of meer zijn bedgenoot vinden. In een volkomen liberaal economisch stelsel vergaren sommigen enorme rijkdommen; anderen kwijnen weg in werkloosheid en armoede. In een volkomen liberaal seksueel stelsel hebben sommigen een afwisselend, opwindend seksleven; anderen zijn veroordeeld tot masturbatie en eenzaamheid.

Het economisch liberalisme is de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving. Op dezelfde manier is het seksueel liberalisme de uitbreiding van het gebied van de strijd, de uitbreiding ervan naar alle leeftijden en alle klassen van de samenleving.

Op het economische vlak behoort Raphaël Tisserand tot het kamp van de overwinnaars; op het seksuele vlak, tot dat van de overwonnenen. Sommigen winnen op beide fronten; anderen verliezen op beide. Niet slecht gezien van Houellebecq, maar Extension du domaine de la lutte blijft een bijzonder zwakke roman waar wij niet veel plezier aan hebben beleefd, veel minder in elk geval dan aan Platform.

Benieuwd wat wij van Elementaire deeltjes zullen vinden. Koen De Bouw speelt Luc Segers die op het punt staat bevorderd te worden bij zijn firma. Op een avond, op de terugweg naar huis na een personeelsfeestje, wordt zijn vrouw echter op brutale wijze doodgeslagen bij een broodautomaat en door een spijtig toeval verongelukt tegelijkertijd zijn dochtertje. De dader wordt spoedig gevat maar door een procedurefout er ontbrak een handtekening op een of ander document komt hij weer vrij.

Segers neemt dan het recht in eigen handen en schiet de moordenaar neer. Op het assisenproces dat daaruit volgt, wordt Luc Segers door de jury vrijgesproken. Jan Verheyen heeft in de loop der jaren duidelijk aan professionalisme gewonnen als regisseur. Qua cameraregie, montage en mise-en-scène maakt deze film dan ook een goede indruk, dat merk je zelfs aan kleine details.

Zoals wanneer in het begin tijdens de terugrit naar huis de camera aan het linkerspatbord achteraan de auto hangt. Wellicht afgekeken van één of andere Amerikaanse film, maar het wérkt en het genereert een aura van vakkundigheid.

Waar het wel aan schort, is aan het scenario dat overigens volledig uit de koker van Jan Verheyen zelf komt.

In het eerste deel van de film zitten de spanning en de verhaaldosering nog snor, maar het tweede deel, de assisenzaak, is ronduit teleurstellend. Dit is een beetje te veel Beschuldigde Sta Op revisited en je zit heel de tijd te wachten op het moment dat Luc Segers die toch voortdurend claimt het systeem te willen aanvallen het woord gaat nemen om dan dingen te vertellen waarbij iedereen van zijn stoel valt.

Segers neemt uiteindelijk inderdaad het woord, maar wat hij vertelt, maakt niet meer indruk dan een ballonnetje dat ontploft. Zodat de film op een sisser eindigt. Een aantal acteurs in deze prent onder meer Koen De Bouw, Johan Leysen, Chris Lomme en zeker ook Jappe Claes met zijn Vlaamse Primitieven-kop als de valse procureur-generaal leveren goed werk, enkele anderen presteren ondermaats onder meer Veerle Baetens als de advocate van de moordenaar, Sven De Ridder en die minister van justitie wiens naam ons ontgaan is.

Het Vonnis werd door de Vlaamse filmpers beleefd maar vrij koeltjes ontvangen. Verheyen heeft ongetwijfeld een punt met zijn kritiek op het haperende rechtssysteem in België, maar of zijn film daar veel aan zal veranderen valt te betwijfelen.

Daar is hij te weinig overtuigend voor. Fischer Taschenbuch, Frankfurt am Main, , pp. Thomas Mann, De Dood in Venetië. Geautoriseerde bewerking van W. Buddenbrooks], Mann wrote two novelettes which have come to be considered masterpieces of their kind: Wij hebben deze laatste novelle gelezen in een oude Nederlandse vertaling, maar met de Duitse tekst bij de hand. In de eerste twee overigens nogal langdradige en bijzonder stroef geschreven hoofdstukken leren we Gustav von Aschenbach kennen als een vermoeide schrijver op jaren die tijdens een wandeling in zijn woonplaats München een vreemdeling ontmoet: Offenbar war er durchaus nicht bajuwarischen Schlages [behoorde hij niet tot het Beierse ras]: Aschenbach heeft geen contact met de man, maar: Met de afloop van de novelle in het achterhoofd, kunnen we stellen dat deze vreemdeling die in de rest van het verhaal niet meer voorkomt de Dood symboliseert.

Zijn verstand en zijn van jongsaf geoefende zelftucht trachten die plots opkomende begeerte om te zwerven te bedwingen, maar dat mislukt. Het verhaalthema dat hier aangebracht wordt, is de strijd tussen rede en gevoel, tussen wilskracht en begeerte. Het tweede hoofdstuk gaat wat dieper in op het literaire oeuvre en het leven van Aschenbach. In verband met dat werk lijkt het volgende zinnetje van belang te zijn: Blijkbaar wordt hier weer het thema verstand tegenover hartstocht aangeraakt en leren we Aschenbach kennen als iemand voor wie de beheersing van de aardse driften door de rede erg belangrijk is.

In verband met zijn privéleven vernemen we nog het volgende: Eine Tochter, schon Gattin, war ihm geblieben. In het derde hoofdstuk reist Aschenbach naar een eiland in de Adriatische Zee, maar hij vindt er zijn draai niet, en beslist alsnog om naar Venetië af te varen.

Vanaf hier loopt de concrete verhaallijn van het boek min of meer gelijk met die van de film. De eerste twee hoofdstukken werden door Visconti gewoon weggelaten. Op het schip wordt Aschenbachs aandacht getrokken door een groepje jongemannen, blijkbaar kantoorbedienden op een dagje uit, die nogal veel lawaai maken.

Eén van hen is een dronken oude man die zich als jongeling geschminkt en gekleed heeft. Opmerkelijk is dan het volgende zinnetje: Even later, bij het verlaten van de boot, spreekt de oude Aschenbach aan: Dit zijn duidelijk anticiperende elementen die vooruitwijzen naar Aschenbachs verliefdheid op Tadzio en tegelijk een belangrijk verhaalthema aanbrengen: En inderdaad, even later krijgt Aschenbach in zijn hotel voor de eerste maal Tadzio te zien: Tijdens de avondmaaltijd verzinkt de oude schrijver in gedachten: Niet direct een passage die uitblinkt door helderheid, maar opnieuw worden hier twee werelden tegenover elkaar gesteld: Aschenbach verliest Tadzio nu nauwelijks meer uit het oog vooral op het strand en wordt meer en meer bevangen door de schoonheid van de knaap die een haast mythische dimensie krijgt.

Wij geven, ter afwisseling, een fragment in vertaling: Een probleem is echter dat de wind niet goed zit, zodat de uitwasemingen van de nabije lagune een slechte invloed hebben op Aschenbachs gezondheid. Hij besluit om te vertrekken uit Venetië, naar een andere kustplaats, maar doordat zijn bagage op een verkeerde trein wordt gezet, ziet hij zich verplicht terug te keren naar het hotel. In het vierde hoofdstuk heeft Aschenbach het zwaar te pakken: Weliswaar wordt deze verliefdheid op een jarige jongen in een allegorisch licht geplaatst, waarbij de knapenschoonheid een beeld is voor de aardse zinnelijkheid die het verstand verdooft: Dat was de roes en zonder aarzelen, ja gretig heette de oud wordende kunstenaar dien welkom.

Maar toch kan men er moeilijk naast kijken dat hier op het letterlijke, concrete niveau sprake is van een oude man die platonisch: Hoofdstuk 4 eindigt als volgt: Absurd, verachtelijk, belachelijk en toch. Je kan er inderdaad niet naast kijken.

Wat Aschenbach er dan toe brengt een tekst te schrijven waarvan de stijl en de structuur de bouw en de lijnen van het knapenlichaam zouden volgen: Een fraaiere verwoording van sublimatie had Freud zich waarschijnlijk niet kunnen dromen: In het vijfde hoofdstuk komt dan de cholera-epidemie op de proppen die door de Venetianen zoveel mogelijk weggemoffeld wordt. Het maakt Aschenbach ongerust, maar tegelijk ook verheugd omwille van de verstoring van de burgerlijke orde die een epidemie met zich kan meebrengen: Aschenbach is hier dus al zo ver heen, dat hij meer en meer overhelt naar de kant van de hartstocht, en het verstand waarbij zich hier de idee van een geordende burgerlijke samenleving voegt links laat liggen.

Toch is hij — op het letterlijke, concrete niveau — nog alert genoeg om tijdens het straatzangersconcert wanneer Tadzio vlak in zijn buurt staat, te beseffen dat het om een in wezen pedofiele liefdesrelatie gaat: Een tijdje later heeft Aschenbach een droom over een soort Griekse orgie ter ere van een godheid die eindigt als volgt: Ja, zij waren hij zelf, toen zij zich verscheurend en moordend op de dieren wierpen en rookende lappen verslonden, toen op den omgewoelden mosgrond een eindelooze paring begon als offer voor den god.

Hij zag hem en verried hem niet. Aschenbach begint echter meer en meer last te krijgen van zijn gezondheid en dat biedt dan weer de kans om deze onbetamelijke verliefdheid op een hoger, allegorisch plan te heffen: Die abstracte thematiek hebben we nu onderhand wel door: Aschenbach laat zich dan onder handen nemen door een barbier en paradeert met zwartgeverfde haren.

Dat moet natuurlijk allemaal verkeerd aflopen, en Sokrates komt aan zijn Phaidros nog even vertellen waarom: Of geloof je eerder ik laat de beslissing aan jou over , dat dit een gevaarlijke weg is, in waarheid een dwaal- en zondenweg, die noodzakelijk dood loopen moet? Want je moet weten, dat wij dichters den weg der schoonheid niet gaan kunnen zonder dat Eros zich bij ons voegt en zich als leider opwerpt; ja, al mogen we op onze wijze helden en dappere krijgslieden zijn, toch zijn we als vrouwen, want hartstocht is ons ideaal en ons hoogste verlangen moet liefde blijven — dat wil zeggen onze vreugde en onze schande.

Zie je nu wel, dat wij dichters noch wijs, noch waardig kunnen zijn? Dat wij noodzakelijk op een dwaalspoor komen, noodzakelijk liederlijk en avonturiers van het gevoel blijven?

De degelijkheid van onzen stijl is leugen en dwaasheid, onze roem en eereplaats een klucht, het vertrouwen der menigte in ons hoogst belachelijk, de volks- en jeugdopvoeding door de kunst een gewaagde onderneming, die eigenlijk verboden moest worden.

Want hoe zou hij als opvoeder deugen, wien een onverbeterlijke en natuurlijke neiging tot den afgrond aangeboren is? Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig, zouden wij zo zeggen. Volgens ons doet Thomas Mann hier aan gecamoufleerde outing , maar toegegeven: Aschenbach begint zich dan onwel te voelen. Hij verneemt dat Tadzio en zijn Poolse familie gaan vertrekken en die ochtend ziet hij het voorwerp van zijn verlangen voor de laatste keer.

De novelle eindigt als volgt: En zooals zoo dikwijls maakte hij zich op om hem te volgen. Minuten verliepen voor men den zijdelings in zijn stoel weggezonken man te hulp snelde. Men bracht hem naar zijn kamer. Wat is er in Der Tod in Venedig nu precies aan de hand?

Thomas Mann heeft in deze novelle zijn pedofiele geaardheid literair vorm gegeven door een ouder wordende overigens naar de componist Gustav Mahler geboetseerde man te laten worstelen met een op de leer van Plato geënt existentieel-filosofisch probleem. Dit probleem bestaat uit de dualistische tegenstelling tussen enerzijds de ratio vul aan: Aschenbach, die zich heel zijn leven zorgvuldig aan het eerste heeft gehouden, kiest op latere leeftijd voor het tweede, en wordt daarvoor gestraft met de ondergang.

Die jeugd wordt ten tonele gevoerd in de persoon van een jarige mooie jongen en dat verwijst op het concrete niveau naar Aschenbachs pedofiele geaardheid die verzwegen moet worden, net zoals in Venetië de cholera-epidemie verzwegen wordt alweer een fraaie, literaire parallel.

De beide polen van deze parallel versmelten op het einde met elkaar: Dit alles vraagt om enig bijkomend commentaar. Toen Mann zijn novelle schreef, was hij 35 jaar, getrouwd en vader van vier kinderen. Kan hij dan een pedofiel geweest zijn?

Wij hebben drie, vrij recente Mann-biografieën geraadpleegd. The Making of an Artist, , Alfred A. In geen van deze drie boeken wordt over de biseksuele geaardheid van Mann en meer bepaald over zijn neiging tot pedofilie geheimzinnig gedaan. In juli schreef Mann aan ene Philip Witkop dat hij aan het werken was: Winston voegt daaraan toe: En dezelfde auteur noteert: The role of spokesman for an inarticulate mass was scarcely new to German literature.

Ook van Aschenbach wordt in de novelle vermeld dat hij weduwnaar is en een dochter heeft, maar: Hier is manifest precies hetzelfde aan de hand als in de verfilming van Visconti, waarover iemand uit onze vriendenkring ooit de volgende, toch wel merkwaardige passage schreef: Hoeft ook niet, al is dit familiegegeven toch significant in de discussie of Aschenbach nu ja dan nee een pedofiel zou zijn.

Het antwoord is, in weerwil van de latere feiten [cursivering van ons]: Iedereen ziet natuurlijk van ver dat het antwoord ja is en dat die compleet niet-functionele filmsequensen rond Aschenbachs gezinnetje net als de sequens met de prostituee door Visconti zijn ingebouwd bovendien: Als je dan ook nog eens weet dat Visconti een notoire homoseksueel-met-pedofiele-trekjes was en dat Mann evenmin de knapenliefde ongenegen was ondanks zijn huwelijk!

Ook die overleden vrouw en die overigens onzichtbare dochter in de novelle dienen louter als mistgordijn. De concrete gebeurtenissen in Der Tod in Venedig zijn trouwens grotendeels gebaseerd op waar gebeurde, autobiografische feiten. In zijn Sketch of My Life schreef Mann die in met zijn vrouw en zijn broer Heinrich een tijdje in Venetië verbleef: En er was toen effectief een tienjarig!

Pools jongetje dat door Mann nauwlettend geobserveerd werd. Interessant om weten is verder dat Mann rond goed bevriend was met Ernst Bertram, een jonge, homoseksuele assistent van de universiteit van Bonn, die Mann een bespreking had gestuurd van diens Königliche Hoheit , waarop Mann een dankbriefje terugschreef met de mededeling dat de tekst hem tot tranen toe had bewogen!

Dat Thomas Mann een biseksueel was en zijn Der Tod in Venedig een gecamoufleerde outing, staat na dit alles vast, maar dat betekent natuurlijk niet dat deze novelle slechts een verhaal over een pedofiel zou zijn. Het boekje had dus blijkbaar nogal wat succes, en al die kopers zullen toch geen homo- of biseksuelen zijn geweest? Heilbut noteert in dit verband: Heilbut laat dan een aantal critici de revue passeren, waarvan sommigen Mann eerder negatief beoordelen omwille van zijn outing, maar vele anderen niet.

En inderdaad kan niet ontkend worden dat Mann een autobiografisch én blijkbaar problematisch motief op een hoger, ten zeerste aanvaardbaar niveau getild heeft via allerhande literaire kunst-grepen, zodat het geheel een universele, haast mythische metafysische lijkt ons hier minder toepasselijk dimensie krijgt.

Hayman formuleerde deze universele dimensie als volgt: Dat Thomas Mann aan een delicaat thema een literaire meerwaarde heeft gegeven, valt moeilijk te ontkennen. Ook ons spreekt de door hem aangebrachte abstracte thematiek zeker aan: Maar wij hebben onszelf niet gemaakt, en dus blijft het wel degelijk storen dat het concrete verhaal waarin deze thematiek gebed is, draait rond een ouder wordende man die zijn pedofiele neigingen niet kan bedwingen. Voor de manier waarop Mann aan deze geaardheid een kunstige vorm gaf, hebben wij de nodige bewondering, maar de autobiografische trigger die achter het geheel steekt, spreekt ons totaal niet aan.

In plaats van een op een jongetje verliefde oude man zou je je ook een heel andere trigger voor dit verhaal kunnen inbeelden: Ongetwijfeld zou zulk een verhaal ons persoonlijk oneindig veel meer aanspreken, maar even ongetwijfeld zou het ethisch bekeken net zo louche in elkaar zitten als Manns Tadzio-story.

Wellicht hebben wij dus niet het recht om Mann en Aschenbach te veroordelen omwille van hun afwijkende geaardheid, maar wij hebben wel het recht om deze geaardheid niet als de onze te beschouwen en om Der Tod in Venedig om déze reden minder aantrekkelijk te vinden. Wij halen het voorbeeld van die man en dat jarig meisje ook aan, omdat aan de basis van Der Tod in Venedig bij Mann onder meer het idee lag om iets te schrijven rond de jarige Goethe die in te Marienbad zijn waardigheid te grabbel gooide door de jarige Ulrike von Levetzow ten huwelijk te vragen [Hayman In schreef Mann in een brief aan Carl Maria Weber dichter, criticus en homoseksueel: It was the story — seen grotesquely — of the aged Goethe and that little girl in Marienbad whom he was absolutely determined to marry, with the acquiescence of her social-climbing mother and despite the outraged horror of his own family, with the girl not wanting it at all — this story with all its terribly comic, shameful, awesomely ridiculous situations, this embarrassing, touching, and grandiose story which I may someday write after all.

Wat ons betreft had Tadzio in Der Tod in Venedig rustig vervangen mogen worden door Ulrike, dat zal onderhand duidelijk zijn.

Nog een andere en laatste reden waarom wij Manns novelle nooit in onze literatuur-top 10 aller tijden zouden zetten, is overigens de hierboven in een citaat reeds vermelde plummy [geaffecteerde] stijl van het geheel.

Lees het volgende citaat en geef toe dat Mann soms kon zeuren als de beste: Als Aschenbach tijdens het concert van de volksmuzikanten drinkt, drinkt hij niet, nee, hij verkoelt nu en dan zijn lippen: Grote liefde zal het tussen Manns novelle uit en ons nooit worden, maar niemand zal durven beweren dat wij hem met deze forse bespreking niet de nodige respectvolle aandacht hebben geschonken.

En nu gaan we met dit alles in het achterhoofd de verfilming van Visconti nog eens bekijken. Net als in deze laatste prent worden in Traffic op postmoderne wijze verschillende verhaaldraden door elkaar geweven. Het zijn er een viertal.

Deze sequensen zijn gefilmd met een blauwfilter. Als zijn vriend en collega wegens verraad door de generaal en diens kartel vermoord wordt, beslist hij om de generaal te verraden aan de Amerikanen. Over deze sequensen hangt een gele waas en zij zijn gefilmd met een digitale videocamera zodat de beelden er korreliger uitzien dan in de andere sequensen. Als haar zoontje door Mexicaanse schuldeisers bedreigd wordt, beslist zij om zelf de zaakjes te gaan leiden en ontpopt zij zich tot een keiharde drugstante.

Hij moet deze kroongetuige constant begeleiden en beschermen maar Helena slaagt er toch in de man te laten vermoorden na een eerdere mislukte poging met een bom waarvan Montels collega het slachtoffer wordt. Haar echtgenoot wordt daarop vrijgesproken. Deze laatste twee verhaallijnen die eigenlijk samenhangen en één geheel vormen werden in normale kleuren verfilmd. Ondanks het feit dat de goede personages onderweg de nodige psychische blutsen en builen oplopen, eindigen de drie verhaallijnen hoopvol.

Onvergetelijk is zijn laatste zinnetje: We are here to listen. Nochtans laat de film heel duidelijk uitkomen wat een hopeloze zaak heel die war on drugs wel is: Doordat deze boodschap op een cinematografisch ijzersterke en zelfverzekerde manier overgebracht wordt, is Traffic een beklijvende en indrukwekkende prent geworden, niet in het minst ook door de knappe acteerprestaties.

Del Toro kreeg een Oscar voor Beste Mannelijke Bijrol maar mogen we ook even wijzen op de geslaagde manier waarop tienerdochter Caroline Erika Christensen, ooit nog van gehoord? Bij deze zoveelste visie menen we overigens een loshangend misschien met opzet niet uitgewerkt draadje in de film ontdekt te hebben. Zou de supersympathieke Javier Rodriguez met zijn onzelfzuchtig cadeautje voor de Mexicaanse niños een pedofiel zijn? Hij is niet getrouwd, heeft geen vriendin en lapt een Mexicaanse drugsgangster erbij door zich overtuigend voor te doen als homo.

Veel belang heeft het echter niet, want Traffic is en blijft een prima film. Van 24 april tot 14 mei maakte Felix Timmermans samen met zijn vrouw Marieke en zijn zusters Emma en Rachel een Italiëreis. Timmermans beschrijft zijn reisindrukken datzelfde jaar nog in een reeks artikelen in De Maasbode en het jaar daarop verschijnen ze gebundeld in boekvorm.

De Fe heeft natuurlijk wel zijn eigen pittoreske, katholiek-naïeve en sterk naar het impressionisme neigende stijl maar de opsomming van kerken, wijngaarden, steden en stadjes en hun bewonderende beschrijvingen met hier en daar een moment van teleurstelling gaat al snel vervelen. Een biografie , Lannoo, Tielt, , blz. Onze goeie ouwe professor R. Dat laatste is zeker waar. Ofschoon Mussolini net in aan de macht kwam en Timmermans op straat wel enkele fascistische soldaten signaleert, wijst Gaston Durnez er terecht op hoe politieke en maatschappelijke kwesties blijkbaar totaal aan Timmermans voorbij zijn gegaan in Italië: Timmermans luistert met zijn ziel naar een land van kunst en religie.

Wij zijn in de bibliotheek op dit werkje gestoten omdat de boeken van Timmermans door het Davidsfonds zo mooi zijn uitgegeven, in ranke bandekes met schone rode ruggeskes, en oh, dat is zo onmeedogend zoet aan de ogen, en het doet u denken aan uwen schonen kindertijd toen ge nog gaarne van die boekskens laast en ge krijgt er bijkans tranen van in de puttekens van uwe ogen.

Naar waar de appelsienen groeien is een zwak werk dat behalve de naïef-impressionistische beschrijving van wat kerkmuren, schilderijen en landschappen weinig te bieden heeft.

Dit boekje geeft voor een breed publiek een overzicht van de Antwerpse rechtspraak van de late Middeleeuwen tot aan de Franse Revolutie. Hoewel het populariserend bedoeld is en de toon eerder breed-vertellend dan nauwkeurig-analyserend overkomt, bevat het toch de nodige voetnoten en getuigt het van voldoende voorbereidend veldwerk, voldoende in elk geval om een ernstige en betrouwbare indruk te maken.

Enkele zaken die wij opgestoken hebben, op een rijtje. Het oude gewoonte- of kostuimelijk recht omvatte zowel de burgerlijke of civiele rechtspraak als de strafrechtelijke of criminele rechtspraak. De civiele zaken waren toevertrouwd aan de ambtman , terwijl de criminele rechtspraak de verantwoordelijkheid was van de schout , die de hertog van Brabant vertegenwoordigde [p.

Een vergelijking van de Antwerpse keuren en kostuimen met die van andere steden en gemeenten toont aan dat er veel gelijkaardigs te vinden was in het gewoonterecht van het historische hertogdom Brabant. Op een aantal punten konden de procedures wel verschillen, vooral wat de grote steden vergeleken met het platteland betrof [p. De executies werden uitgevoerd door de beul , die aanvankelijk enkele merkwaardige privileges bezat: In de loop der tijden zou de drossaard een deel van zijn gezag moeten afstaan aan de officier-fiscaal van de Raad van Brabant en de hertogen van Bourgondië hadden al een provoost-generaal aangesteld die vooral misdadigers moest opsporen en bestraffen die van gemeente naar gemeente vluchtten om aan de plaatselijke jurisdictie te ontsnappen [p.

Een in Antwerpen gevreesde en beruchte provoost-generaal was Jan Grauwels, bijnaam: Spelleken, naar de rechterlijke roede of stok: De assistenten van de schout en de onderschout, de gezworen gerechtsdienaars, werden kolfdragers genoemd zij droegen als teken van hun macht ook een stok of kolf [p. De dienaars van de wethouders of schepenen werden korteroeden genoemd [p. Twee exemplaren van deze druk bleven bewaard: Er verschenen nog drie andere edities van dit werk, één in Parijs en twee in Lyon.

De volledige titel luidt: Dit es de cause daeromme dattet gheschil rijst tusschen den Venetianen ende den Roomschen keyser ende den Coninck van Vranrijck ende anderen diverschen princen, hertoghen ende meer anderen kersteliken coninghen hierna ghenarreert, van landen, steden ende casteelen die sij denselven Paus, Keyser, Coningen ende ander hertogen ende princen tonrechte onthouden.

De Venetianen worden beschuldigd van immoreel en verwerpelijk gedrag sinds het ontstaan van hun stad. Ze worden aangeklaagd omwille van hun geldzucht en omwille van de illegale bezetting van gebieden die toebehoren aan de paus, de keizer, de Franse koning, de hertog van Oostenrijk en andere christelijke heersers. Dit zal leiden tot agressie die voor de Venetianen verlies van eer en goederen met zich zal meebrengen.

In de Antwerpse druk is het echter keizer Maximiliaan die voortdurend geprezen wordt en die impliciet wordt gezien als de leider van de militaire expeditie waarmee gedreigd wordt. Terwijl dus de Franse druk kan beschouwd worden als Franse propaganda, is de Antwerpse druk een polemische tekst die propaganda maakt ten voordele van keizer Maximiliaan. Als Antwerpse druk in de eerste plaats stadsliteratuur, maar het geïntendeerde publiek van de propaganda omvat naast burgers zeker ook de adel in de Nederlanden.

Venegien biedt weinig of geen leesplezier, maar heeft als cultuurhistorisch document zijn waarde. Erwich, Arena, Amsterdam, , blz. Juan Manuel de Prada °, Zamora schreef een aantal jaren geleden een nog merkwaardiger boekje, getiteld Coños. De titel van de Nederlandse vertaling, Kut , klinkt een stuk minder gepast. Waarom gebruikte men als titel niet gewoonweg Kutten? Het gaat hier inderdaad om een verzameling van 54 korte prozastukjes van telkens enkele bladzijden met als centraal onderwerp het vrouwelijke geslachtsorgaan.

Je zou het kunnen beschouwen als literaire stijloefeningen, maar dan wel — laten we dat meteen klaar en duidelijk stellen — stijloefeningen van een prettig hoog niveau die getuigen van een opmerkelijk talent om fraaie parafrasen voor de vagina te bedenken op de vierkante centimeter.

De stukjes balanceren op de grens tussen proza en poëzie. Men kan het poëtisch proza of gedichten in doorlopende zinnen noemen, het maakt niet uit: Juan Manuel de Prada trekt met deze ook nog eens vol speelse fantasie en frivole humor stekende taalkunstwerkjes onweerstaanbaar de aandacht.

Weliswaar zijn niet alle onderdeeltjes even sterk, maar de meeste zijn meer dan middelmatig goed geschreven, en een aantal zijn ronduit knap. De titels van de afzonderlijke bijdragen zijn soms wat voorspelbaar De kut van maagden , De kut van lesbiennes , De kut van kleine meisjes , De kut van weduwen , De kut van hoeren , maar vaker zijn ze intrigerend en af en toe zelfs bizar: De kut van Valeria had die verdediging ontwikkeld die de natuur heeft voorbehouden aan de fauna in de poolstreken en aan gezinnen zonder centrale verwarming.

Ik vond het haast jammer om bij haar binnen te gaan, uit angst ook maar een greintje vuil op het uiterst fijne pluche achter te laten, maar Valeria zelf nodigde mij hiertoe uit, zodat ik ten slotte de papieren tekende en wij een nummertje maakten in mijn kantoor, een nummertje dat politieke onschendbaarheid genoot, terwijl door de luidsprekers van de ambassade die nitwit van een Boris Jeltsin een urgent communiqué uitvaardigde waarin hij waarschuwde voor de aanwezigheid in Spanje van een bedriegster die Rusland probeerde te beroven van zijn Siberische territoria.

Jacobs voelde zich duidelijk door De Prada en zijn onderwerp aangesproken, en dat begrijpen wij volkomen. In de Standaard der Letteren werd het boek, voor zover wij weten, niét besproken. De Spaanse uitgever Luis Garcia Gambrina brengt het in zijn inleiding in feite vrij accuraat onder woorden: Evenmin is het, zoveel is duidelijk, een spiegel voor vrouwen. Ook is het geen handboek voor seksuele opvoeding.

Noch een gynaecologisch naslagwerk. En nog veel minder een eenvoudig pornografisch werkje. Ondanks de titel behoort Coños niet tot een bekend genre. Je kan je inderdaad slechtere Woord vooraf -schrijvers dromen.

Dat zowat alle vrouwen er op die fysieke kwaliteit worden aangesproken: Ook wij hebben in etappes genoten van deze Spanjaard naar ons hart. In publiceerde De Prada de literaire thriller Noodweer , waarvoor hij werd bekroond met de prestigieuze Premio Planeta. Van deze Russische regisseur zagen wij in april reeds Elena zijn derde film en wij stelden toen vast dat hij de indruk gaf niet helemaal meester te zijn van zijn verhaalstof waardoor hij er niet in slaagde zijn bedoelingen over te brengen bij het kijkerspubliek.

Die kritiek geldt zeker ook voor The Banishment , en toch heeft de film ons enkele aangename kijkervaringen bezorgd, en zelfs meer dan dat zie verder. Het eerste anderhalf uur gaat alles heel traag, met lang aangehouden shots, langzame travellings en sequensen waarin bijzonder weinig gesproken wordt.

Vaak doen de beelden denken aan een uitgekiend ballet van rustig bewegende personages. De plot van dit eerste deel kan dan ook makkelijk samengevat worden. Nadat Alex, ergens in een troosteloze industriestad nota bene: Wie er op Mark heeft geschoten, wat die Alex precies doet en waarom het gezin naar dat huis gaat, wordt nooit verklaard.

In dat huis op het platteland verklaart Vera op een avond dat ze zwanger is, maar het kind is niet van Alex. Alex wordt niet kwaad, is echter duidelijk niet gelukkig met die mededeling, dwaalt wat rond en roept de hulp in van Mark.

Tijdens het laatste uur van de film gebeurt er dan plots wel vanalles. Terwijl de kinderen bij vrienden zijn, laat Alex Vera een abortus ondergaan.

Twee mannen die Mark kent, zorgen hiervoor. Diezelfde nacht nog overlijdt Vera echter: De dokter heeft ook een door Vera op de achterkant van een zwangerschapstest geschreven brief ontdekt, maar Mark laat die niet lezen aan Alex. Nadat zij de begrafenis zijn gaan regelen, krijgt Mark een soort hartaanval, de bevriende dokter moet weer komen en de volgende dag wil Mark toch perse mee Vera gaan begraven.

Op de terugweg sterft hij op de achterbank van de auto. Alex rijdt dan met een pistool naar de stad om Robert blijkbaar de broer van Vera op te zoeken: Via een flashback komen we echter de waarheid te weten: Robert heeft het leven van Vera gered bij een eerdere zelfmoordpoging en toen heeft Vera aan Robert bekend dat zij niet gelukkig is met Alex. Volgt dan een zeer verward betoog van Vera in tranen waaruit moet blijken dat zij Alex geen goede vader vindt voor haar kinderen en dat die kinderen ook het ongeboren derde dus even goed niet van hem zouden kunnen zijn.

Alex belt naar de vrienden dat hij de kinderen komt ophalen en rijdt terug naar het platteland. Langs een boom die ook al in het eerste beeld van de film getoond werd. De auto is verdwenen, de camera zwenkt naar rechts, waar enkele boerinnen bezig zijn hooi bijeen te harken. De boerinnen beginnen een lied te zingen. Wat men gedurende praktisch de hele film voortdurend bewondert, is het cinematografische talent van Zviagintsev.

De cityscapes met veel dreigende fabrieken, spoorwegen en kanalen komen volmaakt desolaat, bedrukkend en deprimerend over, terwijl de sequensen op het platteland prachtige kleuren bevatten en vol zitten met mooi in beeld gebrachte landschappen en gebouwen. De beelden ook in de binnenhuisscènes zijn steeds knap gekadreerd en men heeft constant de indruk dat men zit te kijken naar de film van een regisseur die heel vakkundig en professioneel tewerkgaat.

Een voorbeeldje daarvan is het nog even vasthouden van een shot, nadat het personage daaruit verdwenen is, wat een mysterieuze sfeer creëert alsof wij samen met een onbekende instantie zitten te spioneren. Die Alex is dus snel achterlangs de camera gelopen, wat weer even een klein schokeffect veroorzaakt bij de kijker. Ook het muzikale leitmotief met dat onheilspellende koor en dan dat melancholisch stemmende melodietje erachteraan is trouwens heerlijk in zijn doeltreffendheid, namelijk het scheppen van een verheven en tegelijk magische stemming.

Als men zich baseert op de plot zoals we die hierboven samengevat hebben, dan kan men haast niet anders dan concluderen dat de akelige dingen die in de film gebeuren, allemaal de schuld zijn van een neurotische Vera. Zij is immers helemaal niet ontrouw geweest, het ongeboren kind is wel degelijk van Alex, die abortus was niet nodig.

Een film dus over het gebrek aan liefde binnen een huwelijk? En leest daarom één van de kinderen op een bepaald moment de bijbelpassage over de liefde voor I Kor. Wat we echter nog niet vermeld hebben, is dat de film vol religieuze christelijke knipogen zit. Dàt soort film is The Banishment dus ook. Dat de beek die in het begin van de film uitgedroogd was, op het einde weer vol water loopt, wanneer het onweert en hard regent.

Dat de camera op het einde inzoomt op de voordeur van het landhuis, zó dat een groot zwart kruis het beeld vult. Voor de liefhebbers is er nog veel meer. Wanneer Vera begraven wordt, krijgen we een heuvel te zien met links onderaan een kerkje en bovenop de heuvel de begrafenis.

Van het kerkje naar de begraafplaats loopt een recht pad, maar tegelijk loopt er naar rechts toe een pad met enkele kronkels. Hier gaat de communicatie tussen Zviagintsev en zijn kijkers natuurlijk de mist in, want wie raakt wijs uit die wollige religieus-symbolische knipogen?

Is Vera dan een soort Maria en is dat kind inderdaad niet van Alex maar van de H. Nochtans lijkt dit aspect van de film voor de regisseur het belangrijkst, want de titel van de film De Verbanning kan in verband worden gebracht met het gezin van Alex dat van de stad naar het platteland verhuist, maar doet toch ook denken aan de verbanning van Adam en Eva uit Eden. Naar verluidt verwijst de Russische titel zelfs spécifiek naar de bijbelse verbanning van Adam en Eva uit het aards paradijs, en zou de vertaling in het Nederlands dus beter De Uitdrijving luiden.

Het zal echter duidelijk zijn: Maar laten we even de man zélf aan het woord. Uit een interview met Freddy Sartor in Filmmagie [nr. Zij [Vera] heeft nog wel liefde te geven maar hij aanvaardt die niet meer. Andrei antwoordt dat veel kijkers aanvankelijk denken dat de film over ontrouw gaat, en wanneer ze dan vernemen dat de vrouw géén overspel pleegde, zijn ze de draad kwijt: The Banishment gaat niet over ontrouw!

Maar wanneer Vera zegt dat het kind niet van hem is, bedoelt ze dat ook zij niet alleen moeder is maar dat ze méér is… Kinderen zijn niet het bezit van hun ouders. En ten tweede, maar dit terzijde. Wij hebben het ooit zelf in onze familie meegemaakt, een neef wiens huwelijk ook niet meer draaide en de vrouw die dan stopte met de pil om terug zwanger te worden en zo het huwelijk alsnog te redden. Het werd nota bene een tweeling en het huwelijk was nog meer om zeep dan het al was.

Sartor vraagt Zviagintsev ook naar de bedoeling van die laatste beelden, de arbeidende boerinnen. Deze werkende, hooiende en zingende vrouwen doorbreken het vrouwelijke rolpatroon. Binnen de ploeg was er veel discussie over deze scène. De producenten wilden ze zelfs weg. Toch heb ik ze kunnen overtuigen! Deze Rus kan misschien wel mooie beelden genereren, maar van het aanbrengen van abstracte thematiek heeft hij géén kaas gegeten.

We hebben aan deze film, ondanks al zijn inhoudelijk hermetisme, ook nog wat naplezier beleefd. In het tijdschrift-voor-cinefielen Cinemagie [nr. Dit van hoogdravendheid, zwaarwichtigheid en Hineininterpretierung bol staande artikel lijkt te willen aantonen dat de auteur wél alles van de film heeft begrepen, maar toont net het tegenovergestelde aan.

Alle vergezochte interpraties van Van Eecke overlopen zou ons hier te ver leiden, maar het is interessant om er ééntje uit te pikken. Alex is op zijn terugweg naar het landgoed en houdt even stil in de omliggende akkers. Achter hem is een groep vrouwen het hooi bij elkaar aan het harken. Het land is met andere woorden weer vruchtbaar geworden.

Kort voor het einde loopt er een vrouw door het beeld met een baby op de arm. Dat lijkt te impliceren dat het kind leeft. Men vergelijke deze mumbo jumbo met wat de regisseur zelf over dit einde zegt zie vorige alinea. Het artikel bevat nog meer van dit soort joepie tralala: En dat is nóg niet alles. Vier jaar later verschijnt in datzelfde Cinemagie [nr. Het is inderdaad een briljant artikel zonder weerga.

Na gesignaleerd te hebben dat The Banishment in Rusland bijzonder slecht werd ontvangen de regisseur werd onder meer verweten een gebrek aan inhoud te willen verbergen achter de schoonheid van het filmbeeld merkt Vasiljev dingen op die zelfs de alertste kijker na meerdere visies niet gezien heeft, en zijn interpretaties zijn zo ad rem, goed-geïnformeerd en overtuigend dat het niet anders kan of hij heeft zijn informatie over en diepgaande kennis van de film en diens christelijke thematiek rechtstreeks van de regisseur zelf.

Gewone kijkers als u en ik hebben dat weliswaar ook wel genoteerd, maar staan daar verder niet bij stil: Vasiljev weet echter het fijne van de zaak: Maar het gaat hier niet om Tokio of Moskou. Files waren er niet. Hoe moeten we dat begrijpen? Vanaf de eerste seconden begint de regisseur een spel met de kijker, maar bijna niemand merkt het.

De alledaagse, aardse levensbeschouwing blijft op de achtergrond en we komen in een droom, een mythe, een metafysische ruimte terecht. Hier, in deze wereld achter de spiegel wonderland , in dit land achter de wimpers, wordt alles ineens duidelijk. Dus de auto, het veld, het bos, de stad.

Dat is de onvervalste hervertelling van het verhaal van de Beschaving, met een traditonele verdeling van de tijd in drie periodes: Met dit soort onnavolgbare symbolische spitsvondigheden vaak met vermelding van de bronnen: Te veel om hier de revue te laten passeren, maar: En als dit geniale artikel al iets aantoont, dan zeker ook dat Zviagintsev inderdaad niet in staat is zijn bedoelingen als filmauteur op begrijpelijke wijze in beelden om te zetten.

Filmsnobs zullen The Banishment een meesterwerk blijven vinden. Simpele, nederige geesten zoals u en ik lol! Wij herinneren ons nog hoe in het begin van de jaren zeventig deze lp door een vriend aan ons werd uitgeleend met de begeleidende waarschuwing dat dit wel bijzonder zware kost was.

Achteraf bleek dat allemaal ontzettend mee te vallen. Het album vangt aan met het ook op single uitgebrachte Good times, bad times [A1], een compositie van Page, Jones en Bonham die aardig begint maar er vervolgens niet in slaagt echt te overtuigen. Het echte visitekaartje van de debuterende Led Zeppelin wordt pas afgeleverd met de in elkaar overvloeiende tracks You shook me [A3] en Dazed and confused [A4]. De hard rock ook wel heavy rock , pas later gaat men spreken van heavy metal is een natuurlijke uitloper van de rhythm and blues uit de jaren zestig, die zelf haar wortels had in de Amerikaanse bluesmuziek.

Dat blijkt manifest uit You shook me , een nummer van bluesmuzikant Willie Dixon dat hier bijzonder overtuigend in een loodzwaar heavy blues -jasje gestoken wordt.

Orgel en mondharmonica brengen wat variatie aan in de klankkleur die voor het overige bepaald wordt door de krijsende, katachtige, met veel echo gelardeerde zang van Plant, de messcherpe gitaar van Page en de bonkende drums van Bonham.

Het onderwerp is bovendien ten zeerste erotisch. Dazed and confused van Jimmy Page continueert de heavy blues-sfeer van het vorige nummer, maar versnelt halverwege het ritme, met donderende gitaarriffs van Page. Het derde deel van deze song is opnieuw mediumtempo en bevat weer orgiastische klaarkomgeluiden die uit de larynx van Plant opborrelen. Your time is gonna come [B1], een voornamelijk akoestisch nummer met meezingrefrein, doet het een stuk kalmer aan, maar is minder geslaagd, net als het korte, instrumentale, oosters getinte Black mountain side [B2].

Communication breakdown [B3] is echter een onvervalst hardrock-nummer en was met zijn 2 minuten en 26 seconden volgens ons een veel beter a-kantje van de single geweest dan A1 het was het b-kantje. How many more times [B5] is een waardige heavy uitsmijter, maar behoort toch niet tot het beste van Led Zeppelin.

Met slechts een viertal nummers op een totaal van negen die er bovenuit steken A3, A4, B3 en B5 is deze eersteling van Led Zeppelin niet echt een klassieker te noemen, maar in was dit allemaal wel degelijk spannend, energiek en relatief nieuw.

Dat Led Zep nog kon doorgroeien en dat het beste nog moest komen, zou bovendien al snel blijken, met hun tweede, later in uitgebrachte album. Op dit tweede album geeft Led Zeppelin al van bij de aanvang het beste van zichzelf. Reeds vanaf de forse, aanstekelijke gitaarriff in het begin is duidelijk dat dit nummer stijf staat van de mannelijke potentie en seksuele energie.

De erotische inslag van de hardrock-muziek in het algemeen en van Led Zeppelin in het bijzonder krijgt in deze groepscompositie zie echter ook infra een meesterlijke vorm. In het begin van , toen Whole Lotta Love in de hitparades stond, waren wij nog maar veertien jaar en pas later beseften wij dat de door Robert Plant indrukwekkend gebrulde tekst handelt over een coïtus en dat de titel metaforisch verwijst naar een penis in stevige erectie: Een klassieker, die na al die jaren nog steeds overeind staat als een… nou ja, als een huis.

In ontdekten wij dankzij het album Superhero van de Amerikaanse zangeres Candye Kane overigens iets merkwaardigs. Op dat album staat een cover van het nummer You need love van Willie Dixon en wat blijkt?

Whola Lotta Love van Led Zeppelin is een schaamteloze doorslag van dat nummer, althans wat de melodie en de lyrics van de strofen betreft. In verschijnt het live in Londen opgenomen album Celebration Day , waarop Whole Lotta Love fungeert als bisnummer. En nu staat bij de credits de naam van Willie Dixon plots wél vermeld, naast die van de vier groepsleden….

What is and what should never be [A2] echt wel van Page en Plant dit keer begint een stuk rustiger, maar wordt vervolgens opgebouwd uit kalme en stevigere passages, met een korte lieve gitaarsolo van Page in het midden. Het niveau daalt dan lichtjes. Eerst met de wat te lang gerekte groepscompositie The Lemon Song [A3], een heavy blues-nummer waarvan het ritme halverwege versnelt, om dan weer op mediumtempo terug te vallen en uiteindelijk nogmaals te versnellen.

Heartbreaker een groepscompositie weer bevat bovendien in het midden een lekkere gitaarsolo van Jimmy Page. Het bestaat weer uit een afwisseling van rustiger en forser stukken de strofen en het refrein , maar is duidelijk minder sterk dan B1 en B2.

Moby Dick [B4] bevat een leuke begin- en eindriff met tussenin een vervelende drumsolo van Bonham. Bring it on home [B5] ten slotte, opnieuw een nummer van Page en Plant, begint als een slepende blues, gaat dan over in een stevig hard rock-tussenstuk, en sluit dan af zoals het begon. Led Zeppelin II heeft met A1, B1 en B2 drie exemplarische heavy rock-songs in petto, maar de zwakkere momenten verhinderen dat dit album als geheel een échte klassieker kan worden genoemd.

Het openingsnummer Immigrant song [A1] is een korte, stevige rocker die ook op single uitgebracht werd en dus de opvolger moest worden van Whole Lotta Love. Deze Immigrant song speelt echter minstens drie klassen lager dan zijn indrukwekkende voorganger. Friends [A2] is niet meer dan een stukje onbenul, en Celebration day [A3] doet zijn best, maar ontstijgt nauwelijks zijn eigen lawaai.

Gallows pole [B1] is een fel-ritmische, door Page en Plant bewerkte traditional die aardig begint, maar vervolgens te lang gerekt wordt. De akoestische gitaar speelt in dit nummer een belangrijke rol, en dat is ook zo in de overige tracks van de B-kant.

Het aardigste nummer van de B-kant is Bron-y-aur stomp [B4], maar ook dat breekt geen potten. Led Zeppelin III is kortom een zeer zwak album dat getuigt van een inspiratiedip. Dat op de B-kant resoluut gekozen wordt voor de zachtere folkrichting ten koste van de stevigere bluesinvloeden, is een beslissing die wij altijd betreurd hebben. De lp is ooit in ons bezit geweest, maar we hebben hem nauwelijks gedraaid, in tegenstelling tot de eerste twee albums.

Led Zeppelin III is ondertussen dan ook al lang doorverkocht. In het begin van de jaren zeventig van de twintigste eeuw zat de rockmuziek volgens sommigen in een dip, na de explosie van creativiteit in de jaren zestig. Een aantal tijdschriften voelden daarom blijkbaar de behoefte een voorlopige balans op te maken en dat leidde tot enkele historische terugblikjes.

Zo publiceerde Humo De ware geschiedenis van de popmuziek en in deel 5, verschenen op 30 augustus en veelzeggend getiteld De magere jaren lezen we: Led Zeppelin was de beste ervan, maar vond nooit een eigen gezicht zoals de vroegere supergroepen dat wél hadden.

Net als Deep Purple mochten ze zich in veel sukses verheugen, maar of dat aan hun kwaliteiten of aan een gebrek aan echte grote groepen was [lees: Aldus een onbevooroordeelde Peter Cnop hehe.